Doorgaan naar hoofdcontent

Juni 2021



Winnaar juni 2021



Laatste wens
Pieter Drift

 

 

De wereld schampt het leven dat ik leid. Ik heb mijn natje, mijn droogje en een dak boven mijn hoofd. Nog nooit ben ik zo hard gebotst dat ik van de weg ben geraakt. Ook in mijn omgeving lijkt alles redelijk vlekkeloos te gaan. Sommige vrienden zijn gescheiden maar hebben daarna weer nieuwe liefdes gevonden. Anderen zijn alleen gebleven maar lijken daar niet onder te lijden. De sterfgevallen in mijn directe kring zijn op een hand te tellen. Mijn ouders beginnen oud te worden maar kunnen de wereld nog aan. Het begint een beetje te kraken maar vol goede moed leven ze voort. Nodig hebben ze me niet, maar mijn ouders vinden het wel fijn als ik langskom. Mijn bestaan lijkt zich nog steeds te bevinden op de rand van het zwembad. Ik heb zin in het water maar vrees dat het te koud is. Het blijft onbegrijpelijk dat iedereen zich maar door dit leven beweegt alsof het allemaal zo vanzelfsprekend is. Natuurlijk weet ik hoe ik eten moet klaarmaken en ik kan ook een wasje in de machine stoppen, maar geld verdienen lukt me zelden. Ik geloof nooit dat iemand mij wil betalen voor wat ik kan. Er zijn wel eens projecten waar ik voor gevraagd word, maar uit schaamte durf ik geen rekening te sturen. Wat ik kan, kan iedereen. Het liefst ben ik alleen. Er zijn dagen dat ik niemand spreek. Dat valt pas op door de kraak in mijn stem als ik wat zeg. Een paar jaar geleden had ik nog een kat en daar sprak ik wel mee. Nadat ik haar heb moeten laten inslapen wilde ik geen nieuw beest meer. Het verdriet kostte me te veel energie. Ik ben de jongen in een botsautootje die altijd alles probeert te ontwijken tot de verlossende bel gaat.

Vlak voor mijn tuinpad staat de buurvrouw. Ze zwaait onzeker naar me. Dit is iets wat ze nog nooit gedaan heeft. Ik leg mijn hand op de ruit. De kou van het glas trekt door mijn arm. Even blijft ze naar me kijken maar draait zich dan weer om. Al snel is ze uit het zicht. Ik loop naar de gang en open de voordeur. Nog net hoor ik dat ze haar voordeur sluit en op slot draait. Ik schat haar een jaar of tachtig. Sinds ik hier woon heb ik nog nooit iemand anders bij haar naar binnen zien gaan. Haar echtgenoot was al overleden voor ik dit huis betrok. Een half jaar geleden toen ik hier naar toe verhuisde heb ik me aan haar voorgesteld. Ze nodigde me niet uit om naar binnen te gaan. Ze bleef in de deuropening staan. Hoe ze heet ben ik vergeten. Ik weet zelfs niet meer of ze zich als mevrouw of met de voornaam voorgesteld heeft.

Net op het moment dat ik me aan het afdrogen ben, gaat de bel. Ik trek mijn ochtendjas aan en ren naar beneden. Met een zwaai doe ik de deur open. Even zie ik mijn buurvrouw iets in elkaar krimpen.
     ‘Goedemorgen buurvrouw.’
    Mijn joviale toon klopt niet. We groeten elkaar normaal gesproken alleen op afstand. Nog nooit heeft ze voor mijn deur gestaan. Nu bevinden we ons tegenover elkaar. Ik voel de wind onder mijn ochtendjas waaien en merk dat ik me nog niet goed afgedroogd heb.
     ‘Misschien komt het nu niet goed uit’ zegt ze terwijl ze zich al half omdraait.
     ‘Het is altijd het juiste moment. Komt u binnen.’ Ik doe al een stap opzij maar ze vraagt of ik straks misschien even tijd heb voor een kopje koffie. Nadat zij haar deur gesloten heeft ga ik pas naar binnen. Altijd gedacht dat zij en ik in andere werelden leefden. Naast elkaar maar in een andere dimensie. Een paar dagen geleden zag ik een meerkoet een soortgenoot aanvallen die misschien wel vijf meter verderop zat achter een groep grauwe ganzen. De meerkoet rende dwars door de groep ganzen heen om zijn territorium te verdedigen. Het leek alsof de meerkoet en de ganzen voor elkaar onzichtbaar waren.
     Ik ga naar boven en kleed me aan. Plots realiseer ik me pas hoe absurd het was om haar binnen te vragen terwijl ik half afgedroogd in mijn ochtendjas voor haar stond. Ik poets mijn tanden en kam mijn haar. Met mijn tong check ik mijn tanden. Nogmaals poets ik ze. Ditmaal zonder tandpasta. Ik besteed vooral aandacht aan de vergeten plekjes op mijn achterste kiezen. Direct nadat ik er met mijn tandenborstel geweest ben, betast ik ze nogmaals. Glad. Even raak ik mijn haar aan. Alles is in orde.

‘Wilt u nog een kopje koffie?’ vraagt de buurvrouw terwijl ze al bezig is met het volschenken van mijn kopje. Ik kijk opzij. Aan de muur hangt een donker schilderij waarop een man in een wit pak zit. Hij kijkt streng, heeft iets aristocratisch. Zijn armen liggen op de leuning van een rieten stoel. Op de achtergrond staan groene velden. Ze ziet me kijken.
     ‘Dat is de opa van Henry. Henry is mijn overleden echtgenoot,’ zegt ze, ‘Ik ben eraan gewend geraakt. In het begin kon ik niet tegen de blik van die man. Henry lachte me toen uit en zei: “Anna, het is maar een schilderij hoor, gemaakt van verf. De goede man is al jaren dood. Niets kan hij je meer doen. Jij hem wel.” Daarna haalde Henry een aardappelschilmesje uit de keuken en drukte het in mijn hand. “Ga je gang,” had hij gezegd terwijl hij naar het schilderij wees. Toen ben ik opgestaan en hield de punt van het mes tegen het doek. Nadat ik een klein putje had gemaakt gaf ik Henry het mes weer terug.’
     Ik sta op en loop naar het schilderij.
     ‘Als je goed kijkt zie je een puntje op de plek waar zijn hart zou moeten zitten. Henry zei later dat hij het heel grappig had gevonden dat ik het mes op die plaats had gezet.’
     Ze gaat naast me staan en wrijft over de plek. ‘Voel maar.’ Ik leg mijn vinger op de verf en aai het witte jasje van de man. Onder mijn middelvinger voel ik een oneffenheid. Ik haal mijn hand weg en zie een minuscule beschadiging.
     ‘Sindsdien hoort die man bij mij. Dankzij hem heb ik de geest van Henry nog in huis.’ Ze loopt naar het dressoir en pakt een vaas met deksel. Ze zet hem op de salontafel. ‘Geen idee hoe ik dit ga vragen,’ zegt ze terwijl ze naar beneden kijkt. ‘Dit is Henry. Zijn laatste wens was helemaal te verdwijnen. De grootste schoonheid van het leven was volgens hem te eindigen in het nongetal nul maar na de crematie kon ik hem niet laten gaan.’ Ik kijk naar de urn en verbaas me erover dat ik er een vaas in had gezien.
       ‘Hoe lang is hij al dood?’ vraag ik.
     ‘Bijna zeven jaar.’ Ze legt haar hand op de deksel. ‘Straks sterf ik en zit hij hierin voor eeuwig opgesloten.’
     Toen mijn kat haar laatste adem had uitgeblazen, heb ik haar in de spreekkamer achtergelaten nadat de dierenarts gezegd had dat, als ik niets geregeld had, ze voor destructie zou worden opgehaald. Na haar dood was mijn vorige huis de enige plek waar ik haar nog kon herinneren. Nu bestaat ze alleen nog maar in mijn hoofd. Intiemer kan het niet worden.
     ‘Ik wilde vragen of jij hem wil laten verdwijnen.’
     Ik knik en sta op. Direct stopt ze de urn tussen mijn handen. Ik moet hem wel vastpakken anders zou hij vallen. ‘Ik wil niet weten waar hij heengaat.’ In het voorbijgaan naar buiten hoor ik haar nog iets tegen de urn zeggen.

Al een paar uur heb ik rondgereden met Henry op de achterbank. Elke plek lijkt goed en daarom is het onmogelijk om de juiste plaats te vinden. Met de urn in handen stap ik uit de auto en loop richting de poort van de begraafplaats. Het idee om hem uit te strooien over andere graven kwam in me op toen ik bij de zee stond. Ik was met Henry in een plastic tas naar de vloedlijn gelopen met de bedoeling hem boven de branding uit te strooien. Iets beters wist ik niet. Voor die tijd had originaliteit me de hele tijd dwarsgezeten maar ik was er wel klaar mee. Die urn moest leeg. Terwijl ik de deksel los trachtte te wrikken voelde ik dat de wind uit zee kwam. De scène die zou volgen als ik zou doorzetten, speelde zich als slapstick voor mijn geestesoog af. Direct blies ik de hele boel af en ging ik met urn weer in mijn auto zitten.

'Wat bent u van plan met die urn? Uitstrooien mag niet zomaar op een begraafplaats.’
     Bij de poort staat een medewerker. Hij kijkt eerst naar de urn daarna naar mij. 
     Ik loop naar hem toe en zeg: ‘Papa had gevraagd of ik samen met hem nog een keertje zijn minnares wilde bezoeken.’ Ik zie hem naar me kijken. ‘Belofte maakt schuld,’ zeg ik met een knipoog. De beambte wuift me weg en draait zich om. Met Henry onder de arm loop ik over het brede pad. Voordat ik naar links afsla, kijk ik even of de medewerker nog kijkt. Hij tuurt met zijn hand boven de ogen mijn kant op. Ik versnel mijn pas en wrik tijdens het lopen de deksel eraf. Onderweg strooi ik Henry als een witte streep over alle graven waar ik langsloop. Ik wil net de deksel weer op de urn zetten als ik gekuch achter me hoor. Daar staat de beambte met zijn handen in zijn zij.

‘Eigenlijk zou ik u moeten arresteren voor grafschennis,’ zegt de agent. Als ik zeg dat het de laatste wens van mijn vader was om ooit een gangbang te initiëren, zie ik de agent verbouwereerd naar me kijken. Plots begint het keihard te regenen. Onder een afdakje zien we hoe Henry van de graven spoelt. Na de regenbui lopen we samen naar de politieauto. In het huisje naast de poort zit de medewerker. Hij kijkt naar ons. De agent tikt tegen zijn pet en loopt samen met mij naar de parkeerplaats.

Na de uitstrooiing van Henry heb ik de buurvrouw niet meer gezien. Alletwee bewegen we ons opnieuw in ons eigen universum tot er twee maanden later een beduimelde envelop op mijn deurmat ligt. Misschien was ze tot dan toe bang geweest dat ik haar toch zou vertellen wat ik met de as gedaan had. Geheimen beklijven nou eenmaal slecht in de mens.
     Zonder inleiding schrijft ze dat ze dood is. Over een maand zal haar urn bij mij afgeleverd worden. Ze vertrouwt erop dat ik haar as bij hem zal uitstrooien. Volgens haar berekeningen heeft ze de macht van het getal kunnen bedwingen aangezien haar grondtal altijd boven de één was. Graag wil ze vanaf hetzelfde punt starten om daarna haar Henry weer terug te vinden. Ook dit sterven schampt alleen mijn bestaan. Geen frontale klap die alles anders maakt. Ze eindigt met de zin: Waar we heengaan weet niemand maar we kunnen wel kiezen met wie we de reis delen.


Pieter Drift Tekeningen en etsen. Zie http://pieterdrift.nl/
Sinds 2012 vormt hij een duo met Willem Jakobs voor performances en kunstprojecten. Zie http://www.jakobsdrift.nl 
Publicaties in o.a. , Hard//hoofd, Tijdschrift Ei, Ballustrada, De Optimist en Ambrozijn.






***

8 juni 2021

Beste schrijvers, hieronder presenteren we de shortlist van juni 2021. 

Sta je er deze keer niet op? Geef je verhaal zeker nog een tweede kans en stuur het op naar Literair Magazine In de Luie Stoel. Dit is een beginnend magazine en de uitgever vroeg ons dit aan jullie te laten weten. Hou vol en ga zeker door met schrijven! Ook wij ontvangen heel graag volgende maand een vers verhaal van je. 

Sta je er wel op? Van harte gefeliciteerd! Jouw verhaal behoort volgens onze jury tot de top vijf van alle 136 ingezonden verhalen! Dat pakt niemand je meer af.

10 juni publiceren we het winnende verhaal. Tot dan!

Shortlist juni 2021

Op volgorde van binnenkomst.

Pieter Drift - Laatste wens 
Mitzie Klumper - Vrij 
Mirjam Musch - Het slechte oog 
Suzanne Schuijt - Droomloze slaap 
Frans van der Eem - Een ontluikende liefde 

Het meest controversiële verhaal van juni was: Carl Stellweg - Ieders kameraad 
(Dit is het verhaal waar de juryleden het het meest over oneens waren en dat dus zowel hele hoge als hele lage cijfers kreeg) 


***


4 juni 2021


Beste schrijvers,

Omdat wij rond 20 mei nog niet zoveel hadden binnen gekregen, hebben we een mail rondgezonden met het verzoek ons verhalen te sturen.

De volgende ochtend opende ik (Maarten) de email-box. Daarin zaten maar liefst 36 ongelezen teksten! En daarmee stopte het niet. In de dagen die volgden bleven er maar inzendingen binnenstromen, soms wel tien per dag. We werden werkelijk overspoeld. 

Uiteindelijk komt het totaal aan inzendingen deze maand op niet minder dan 136 verhalen. Die hebben we met tien mensen gelezen.

De jury heeft ontzettend zijn best gedaan om alles op tijd af te ronden en ik wil alle juryleden dan ook hartelijk bedanken voor hun inzet. Door hen is het mogelijk dat we vandaag een longlist presenteren.

Sta je er deze keer niet op? Gun je verhaal een tweede kans en stuur het op naar Literair Magazine In de Luie Stoel. Dit is een beginnend magazine en de uitgever vroeg ons dit aan jullie te laten weten. Hou vol en ga zeker door met schrijven! Ook wij ontvangen heel graag volgende maand een vers verhaal van je. 

Sta je er wel op? Van harte gefeliciteerd! Jouw verhaal is uit 136 verhalen gekozen!

Het wordt nog even spannend voor de shortlist. Die presenteren we op 8 juni. Tot dan! 

Hartelijke groet, 

Maarten van Verhaal van de Maand


Longlist juni 2021

Op volgorde van binnenkomst

Dianne van Oosterhout - Het nieuwe normaal
Tineke van Roozendaal - De natuur heeft altijd gelijk
Pieter Drift - Laatste wens
Roel Hovenga - De vrouw met het yogamatje
Roy van der Zwaard - Hersenkernen
Astrid Goossens - Opdoeken
Anke Verbraak - Carnavalsnacht
Bert Roodhof - Een doodgewone dag
Peter den Hollander - Blind vertrouwen
Jan Kloeze - In bad
Carl Stellweg - Ieders kameraad
Ed Rensbie - De Mimespeler
Paul de Groen - Krijger
Ludolf du Pon - Deugdzaamheid
Mitzie Klumper - Vrij
Mark de Groot - Wat Adrianus zich herinnert
Martijn van Bruggen - Gras
Mirjam Musch - Het slechte oog
Vincent Felix - Sophia
Noor - El Demonio
Suzanne Schuijt - Droomloze slaap
Erik van der Velden - Jon
Monica C. de Ruiter - De ijsvogel
Frans van der Eem - Een ontluikende liefde


***

1 juni 2021

Beste schrijvers, 

de jury is druk aan het lezen. We hebben ontzettend veel prachtige verhalen ontvangen en de verwerking daarvan kost enige tijd. 

We proberen de longlist op 4 juni klaar te hebben. Tot dan!

-- Maarten van Verhaal van de Maand