Alles wat Olav zei - Veerle Breemeersch - illustratie: Peter Meijer - Toen de mist opkwam, brak Olavs sleutel af in het slot van zijn voordeur. Hij probeerde grip te krijgen op de sleutelbaard door de nagels van zijn duim en wijsvinger als een tangetje te gebruiken. In zijn linkerhand hield hij de weekendkrant, pas gehaald in de krantenwinkel, met op de voorpagina: Meervoudige crises zetten wereld onder druk. In de keuken liep de koffie door. Hij ging de straat weer op en belde zes huizen verder aan. Elly deed open, haar voeten in poezenslofjes gestoken, haar gezicht grauw. ‘Olav?’ ‘Elly. Het spijt me dat ik stoor.’ Hij toonde haar de sleutelkop. ‘Afgebroken in het slot. Ik heb de reservesleutel nodig. En een tangetje of pincet, iets wat klein genoeg is om …’ Ze keek naar een punt achter hem, alsof dáár iemand sprak tegen haar. ‘Hebben wij een reservesleutel?’ ‘Die heb ik aan Herman gegeven, ooit.’ ‘Dat wist ik helemaal niet.’ Ze bleef in het deurgat staan nadenken. ‘Heb jij er ook een...