We maakten altijd al deel uit van de grot - Nena de Keersmaecker - illustratie: Miranda Litjens - Helena’s gezicht ving nog net de zon. We zaten naast elkaar en onze geblondeerde haren hingen futloos over onze ruggen. Het was de laatste dag van een veel te warme zomer. Helena schraapte met haar vingernagels over de kalksteen, ik keek uit over het kleine dal. We hadden weer rondgedoold door het dorp, op zoek naar verkoeling. Langzaamaan waren we de heuvel op geklommen en voor de ingang van de grot beland. De lucht die uit de mergelgroeve kwam was koel en dik. We namen er happen van en probeerden zij aan zij onze verhitte lichamen te stillen. Helena was groot, mooi en een beetje blind. Als kind had ze tijdens de zonsverduistering haar papieren brilletje afgezet en vanuit een hoek op het terras stilletjes naar de zon gestaard. Toen haar moeder zich omdraaide was het al te laat. De zon had haar beide netvliezen verbrand en voor altijd een zwarte ronde vlek achtergelaten in het midden van ...
Posts
Manuscripten gezocht
We zoeken weer Proeflezers & Recensenten Ontvang een gratis boek!