Doorgaan naar hoofdcontent

Posts

December 2019

Winnaar december 2019

Over klaprozen en haring Jip Helsen
DE MILLERS ZATEN nog altijd op Anni’s terras. Nog altijd in een doodse stilte. 
Nog altijd in verwarring. Nog altijd onwetend over het wonder dat ze hadden ontmoet. Nog altijd in angst.
Meneer Miller zei : “Ik droom! Dit kan niet! Dit kan niet, je staat nog recht!”  Anni  zei: “Wil je koffie? Dat schijnt te helpen.”
Dit wist ze enkel van de reclamebladen. De Millers in verwarring achterlatend, ging ze naar binnen om koffie te maken. Ze haalde voor het eerst de koffiemachine boven en las de instructies. “Neem koffiepoeder. Check! Neem dan een koffiefilter.”
Terwijl ze naar een koffiefilter zocht, praatte ze tegen de Millers.  Ze zei : “Beste mensen die in mijn klaprozentuin zitten. Jullie lijken geschrokken. Wat is er hier dat jullie zo laat schrikken? Ben ik het of zijn jullie het zelf? Je moet weten dat ik ook maar een mens ben.” Dit zei ze met de weinige zekerheid die ze had over wat een mens was. ”Laat me jullie een verhaal ve…
Recente posts

November 2019

Winnaar november 2019


Doodgraven heeft voeten in de aarde
Jordi Möllering
MET EEN SCHAAR knipt de priester de randjes van het kerkhofgazon bij. 'Is er nog plek, mijnheer pastoor?' 'Sorry, we zitten vol.' 'Het gaat om een kleine plek. Voor een kind. Ze heet Annika.' 'Ik moet u teleurstellen. Ik kan geen plek uit het niets creëren, ook geen kleine plek. Er is er maar één die dat kan,' antwoordt de priester die naar de hemel wijst. 'Probeert u eens bij de buren.'
De beheerder van de joodse begraafplaats zit achter een ouderwets houten bureau dat hoger dan de gebruikelijke maat lijkt. Hij doopt zijn pen in de inkt, krabbelt in een groot boek en kijkt dan door ronde brilleglazen naar me op, zijn benen bungelend boven de betonnen vloer. 'Hebben jullie nog plek?' 'Nee.' 'En voor een kind?' Stilte. Ik vervolg geprikkeld: 'Ik heb haast, ik moet naar mijn werk. Ik ben al te laat.' De man dwaalt met zijn blik naar binnen en g…

Oktober 2019

WINNAAR OKTOBER 2019



Opdondertjes in het gras Roelie Prins
JOCHEM HAD DE DROMMEN dikkopjes al zien zwemmen. De horden die zijn tuin in bezit zouden nemen als ze eenmaal hun staart kwijt waren. Het leek waarachtig of het er ieder jaar meer werden. Vorige zomer hadden de kirrende kikkers hem en Elizabeth iedere nacht uit de slaap gehouden. Een kanonnade die zelfs door hun oordoppen heen drong. Wás het een moment hoopgevend stil, dan zweepte één herrieschopper de hele meute op. Ook het vrijen was hen vergaan met dit concert op de achtergrond. Hij zat niet te wachten op een herhaling en inspecteerde daarom dagelijks de oever van de sloot of de opmars al begonnen was. Vanochtend vroeg was het raak.
Direct na het ontbijt trok hij zijn overall aan.
‘Wat ga je doen?’ vroeg Elizabeth, ‘ik dacht we de stad ingingen?’
Ondanks de zoveelste warme dag stond ze klaar in haar standaard buitenoutfit: lange broek en een hooggesloten shirt met lange mouwen. Deze keer een roze, met daarboven een sjaaltje …