Van VvdM-longlister Martin Koot verscheen onlangs het indrukwekkende debuut Boreling bij uitgeverij Lucht.

XVVDM juli 2021



Onbekend gevaar

Megan van Kessel


 

Ik zat in een gestreken blouse tegenover de therapeut en nam een slok thee. De therapeut heette Rosan en zei woorden als DPL, LKK en TWZO. Ik knikte beamend. Ze had rode lippenstift op, en ik had me afgevraagd op welk punt in haar leven deze lippenstift een gewoonte was geworden.
     Ik kende mensen die hun grenzen niet kenden en hun therapeut whats-apten als ze thuis op de bank zaten. Zelf voelde ik af en toe ook de behoefte om het contact te onderhouden. Om een filmpje te sturen waarin een papagaai op Elvis danst bijvoorbeeld, een daad die ervoor zorgde dat de therapeut me leuk vond. Rosan zei iets over verwijsbrieven, inlogcodes, GZ, klinisch en:
     ‘Hoe voel je je?’
     ‘Goed.’
     Ik moest anderhalf uur zien te vullen. De reden dat ik in therapie zat, was omdat ik bang was om op de snelweg te rijden. Bang voor mezelf, voor alles wat ik kon aanrichten. De immense verantwoordelijkheid en mijn gebrek aan kunde wat betreft groepsparticipaties. Om zomaar de bocht uit te vliegen. De vangrail op te zoeken of gewoon op de rem te trappen. Ik zong in de maneschijn om mezelf te kalmeren. Droeg coole capuchontruien, een zonnebril en herinnerde mezelf aan het feit dat de grote, blonde zus van Kim Kardashian het ook kon. Ik zag het haar doen op tv. Ze reed op de snelweg en zat intussen zelfs te sms’en. Ik nam extra rijlessen bij een Surinaamse vrouw die me vertelde dat ze binnen twee uur een baby had gebaard.
     ‘Ik heb de uitslagen van de test voor je.’
      Rosan had het over de test die ik van de week online moest invullen. Er kwamen vragen voorbij als:
     Heeft u last van tintelingen in uw vingers? Of Hebt u de afgelopen weken het gevoel dat u ’t niet meer aankunt? Ik vulde de test op zo’n manier in dat ik niet zou overkomen als een aansteller. Wat als ik straks dood was en ze de uitslagen erbij haalden waarin stond dat ik voortdurend het gevoel had door een onbekend gevaar bedreigd te worden. Want die vraag stond er ook bij. Ik had me afgevraagd wat een onbekend gevaar precies was, maar het is niet voor niets een onbekend gevaar. Wat als het publiek op mijn begrafenis zou denken dat ze mijn dood wel een beetje terecht vinden.
      Rosan hield haar blik op het computerscherm gericht.
     ‘Je bent vergeetachtig, hebt moeite aan iets te beginnen en je mijdt bepaalde plaatsen omdat je er angstig van wordt.’
     ‘Sorry,’ onderbrak ik haar ‘maar ik ben helemaal niet vergeetachtig.’
     ‘Het staat hier’, zei ze.
     ‘Ik weet heel zeker dat ik niks vergeet. Als er één ding werkt dan is het mijn geheugen. Tenzij ik dat dan ook weer vergeten ben.’ Rosan las verder.
     ‘Jeetje,’ zucht ze. ‘Het lijkt erop dat je een beetje suïcidaal bent, er zit ook een vleugje schizofrenie in.’ Ik luisterde met een half oor. Ik dacht dat ik een redelijk gelukkig mens was.
     ‘Je bent dus bang om naar buiten te gaan en onderdrukt een enorme paniekstoornis. Vandaar die vergeetachtigheid. Apart he, wat er onder zo’n rijangst allemaal niet verscholen zit? Kortom’ concludeerde Rosan, ‘een hoop werk.’ Ze leek er zin in te hebben en gaf me ook een boek mee.
     Met het boek onder mijn arm liep ik naar buiten. ‘’The Woman in The Window’’. Er stond een ongelukkige vrouw op de kaft die een brandende brief vasthield. Ik haalde mijn fiets van het slot en was bang dat me iemand in mijn rug zou schieten en dat ik zou doodbloeden naast de stoeprand, waar de honden plassen. Het onbekende gevaar had zijn eerste vorm gekregen. Op de fiets voelde ik mijn wang slap worden en even dacht ik een beroerte te ondergaan. Ik zou nooit meer kunnen praten. De trillende wang trok weg maar de zorgen bleven komen en ik vroeg me af hoe koud het water was waar ik langs fietste, het beekje dat als een supporter aan mijn zijde stroomde en in walvistaal riep: ‘Niet sterven.’ Stil en zo laag dat mensen het niet konden horen. De schizofrenie. De beek sprak niet. De beek was water, water beperkte zich over het algemeen enkel tot projectie. Er zat een reiger aan de beek. Wat als hij met zijn tak-achtige poot tussen mijn spaken kwam en ik over de kop zou vliegen. Ik fietste met een boog om de reiger heen en schudde de gedachte dat hij me beledigend aankeek van me af.
     Ik wilde stoppen bij de supermarkt om croissantjes te kopen. Maar de supermarkt was een openbare plek. Wat was dan zo eng aan een openbare plek. Het konden de onzichtbare virussen zijn, een terroristische aanslag of misschien was ik wel bang dat iemand op me zou afstappen en iets smerigs op mijn jas smeerde om me vervolgens uit te schelden voor kutje. En als ik dan uitgescholden werd, wilde ik dat het tenminste gepassioneerd gebeurde. Wilde ik gepassioneerd uitgescholden worden? Was dat dan mijn minderwaardigheidscomplex? Of betekende dit dat ik arrogant was?
     Ik fietste door naar huis en overwoog mezelf met het kettingslot van mijn fiets op te hangen maar het ijzer zag er te koud uit om rond mijn blote nek te wikkelen. Ik zette alles op een rijtje:
     Vergeetachtig
     Suïcidaal
     Schizofreen
    Pleinvrees en de rest was ik vergeten maar dat kwam door de vergeetachtigheid. Ik zette koffie en sloeg het boek The Woman in The Window open maar na twee regels verveelde ik me en keek op mijn telefoon waar ik zag dat ik vijftien gemiste oproepen had van Rosan. Ik ging voor het raam staan. Misschien was ik iets vergeten en belde ze daarom. Wat was ik wel allemaal niet vergeten in mijn leven? Misschien kende zij haar grenzen niet, was dit haar variant van een op Elvis dansende papegaai.
     ‘Hallo?’ Haar stem klonk hetzelfde maar toch anders – alsof ik duur restauranteten uit een schone vuilnisbak at. En ze zei dat ze meteen met de deur in huis wilde vallen. Ze zei het heel snel en zacht en mompelend:
     ‘Ik heb per ongeluk de testuitslagen verwisseld met die van iemand anders.’
     Het voelde alsof mijn identiteit werd afgepakt.
     ‘Maar wat ben ik dan wel?’
     ‘Dat bespreken we volgende week,’ en ze hing op. Ik keek naar buiten waar een man met zijn hond wandelde en terugkeek.

-----------------

Megan van Kessel (1989) komt uit Bombaye, Wallonië en woont in Amsterdam Noord. Ze is nog nooit van Amsterdam Noord naar Bombaye Wallonië gereden met de auto, maar publiceerde wel verhalen en essays in o.a. Tijdschrift EI, De Optimist, De Online Gids, VICE, Het Parool.

Reacties

Literaire Tijdschriften

Iets toe te voegen? Stuur je mail naar VerhaalvdMaand [at] gmail.com!