Doorgaan naar hoofdcontent

Oktober 2021



Winnaar oktober 2021

Zwarte gaten

Gerard R. Bras

 

Nooit eerder heb ik iemand zó aandachtig een boek zien lezen. Gegrepen door de pagina’s lijkt alle besef van tijd en ruimte haar volledig te ontgaan. Dat we zojuist tien minuten voor een rood sein hebben stilgestaan, er het afgelopen kwartier drie verschillende reizigers naast haar hebben plaatsgenomen, buiten de overgang van daglicht naar schemer; het zijn dingen die totaal niet bij het meisje zijn binnengedrongen. Iemand zou letterlijk met een flinke bluetoothspeaker keiharde gangsterrap in haar oren kunnen gieten en ze zou niets merken, de box achteloos wegduwen, haar blik onverminderd op de bladzijden houden. Het is haar wezen en het boek, slechts die twee zaken. En zittend tegenover haar intrigeert het me mateloos.

Ik zou kunnen zeggen: ze lijkt wel gevangen, maar nee. Als je gevangen zit, wil je eruit. Zo snel mogelijk. Dat is echter bij deze chick helemaal niet het geval. Ze lijkt juist superhappy te zijn met de woorden en zinnen die haar als de geluidsdichte muren van een muzieklokaal afsluiten van de buitenwereld. Een vrijwillige opname. Binnen in mij stuitert een bijna gekmakende nieuwgierigheid. Wat leest ze? Van de omslag waarmee ze haar gezicht afschermt – aan de bovenkant springerige plukken donkerblond haar, daaronder een effen wit T-shirt boven een tamelijk inwisselbare spijkerbroek met her en der een scheur – word ik weinig wijzer. De titel luidt: Zwarte gaten. Op de voorkant een grote cirkel met daarbinnen een kleinere. Een oog. Een desolaat eilandje.

Wanneer we Amsterdam Muiderpoort voorbijrazen, zakt het papieren pantser naar beneden. Ze pakt een bladwijzer, een afgescheurd en dubbelgevouwen stuk krant dat zich al die tijd tussen de kaft en de eerste pagina heeft verschanst, en plaatst het tussen de bladzijden die haar ogen als laatst hebben verslonden. Voorzichtig drukt ze het boek dicht, wrijft over de voorkant. De donkerblauwe oktoberavond is intussen donkerder en donkerder geworden, scheert langs de grens van zwart. Ze probeert door de dikke treinruiten naar buiten te kijken, ziet enkel de weerspiegeling van mijn gezicht. We glimlachen.
     Dankbaar maak ik gebruik van de opening. ‘Uit?’
     ‘Nog vijftien bladzijden. Eigenlijk veertien.’
     ‘Oké.’ Een korte stilte. ‘Is het wat?’
     ‘Mwah, wat oubollig, veel lange zinnen en zo. Nogal oldskool. Ik snap niet alles. Maar op zich hou ik daar wel van, als boeken over dingen gaan die ik niet begrijp. Waarom zou je immers lezen over dingen die je toch al helemaal doorgrondt?’
     Ik denk even na, zeg dan: ‘Zwarte gaten, hè. Dat heeft toch met astronomie te maken?’
     ‘Klopt. Het zijn gebiedjes in het heelal waar de zwaartekracht zo sterk is dat niets eruit kan ontsnappen. Zelfs geen licht.’
     ‘Interessant. Dus in zo’n gat is het klote?’
     ‘Hoe bedoel je?’
     ‘Nou, ontsnappen doe je toch alleen aan onprettige dingen?’
     Peinzend kauwt ze op haar onderlip. ‘Ik denk dat je daarin gelijk hebt.’

Qua inhoud is ons gesprek best weird, maar ook de vorm is raar. Terwijl ik praat, haar iets vraag of reageer op een opmerking van haar kant, kijkt ze me niet aan. In plaats daarvan staart ze enkele centimeters lager, ter hoogte van mijn licht bepukkelde kin. Alsof ik een vreemde taal spreek en daar de ondertiteling loopt. Als zij mij daarentegen iets zegt, kan ik mijn ogen niet losmaken van de hare. Zelfs wanneer ik tegen mijzelf zeg: kijk weg, dit wordt gênant, lukt het me niet mijzelf te gehoorzamen. Rondom haar irissen schitteren bliksemflitsjes. Een elektrische ontlading in tweevoud die me verlamd in de stoel drukt en mijn wangen rood doet oplichten. Uiteraard gaat ook dat volledig langs haar heen.

‘Goed,’ zegt ze, een nieuwe stilte weggummend. ‘Ik stop met praten, ik wil lezen.’
     Het zijn woorden die alles in zich hebben om bot en lullig te klinken. Zo abrupt een fascinerend gesprek stilleggen, zich verder niet verontschuldigen of iets dergelijks. Maar bij haar is het allesbehalve dat. Het voelt volkomen logisch. Natúúrlijk wil ze verder lezen. Het is al bijzonder dat ze me enkele minuten van haar tijd, van haar zijn, heeft gegund. Dat ze, speciaal voor mij, even de werkelijkheid buiten het boek heeft toegelaten.
     ‘Wat jij wil.’ Ik zak onderuit om mijn telefoon uit mijn broekzak te vissen en lees een nieuwsbericht over de woningmarkt en over starters, over appartementen en dat er keuzes gemaakt moeten worden, huizen of boeren, aldus staatssecretaris Weyenberg die bla bla, mijn hoofd doet pijn. Ik wil gewoon alleen naar haar kijken. Of eigenlijk: meelezen. Meegezogen worden in haar wereld.

Vier keer moet de trein op adem komen. Niemand stapt in, niemand stapt uit. Ik kijk naar de perrons die net zo goed weilanden of willekeurige woonwijken hadden kunnen zijn. Dan slaat het meisje het boek dicht. Best hard. Het heeft iets definitiefs.
     Ik vraag opnieuw: ‘Uit?’
     ‘Ja. Nou, nog één bladzij.’
     ‘O. Ik zeg al niks meer.’
     Ze grijnst. ‘Nergens voor nodig, hoor. Die laatste pagina ga ik toch niet lezen. Sterker nog, dat doe ik nooit. Ik stop altijd, bij elk boek, op de een-na-laatste bladzij.’
     Ik frons mijn wenkbrauwen. ‘Serieus? Waarom?’
     ‘Tja, ik wil niet dat het stopt of zo. Ik haat dat gevoel van een verhaal dat klaar is. En dus hou ik het einde in eigen hand. Het is heerlijk om te fantaseren over een slot, zonder een einde zijn de mogelijkheden legio. Om eerlijk te zijn kan ik me niet eens meer herinneren wanneer de laatste keer was dat ik een roman volledig, tot de laatste letter, heb uitgelezen. Soms scheur ik de laatste pagina er bij voorbaat uit. Om niet eens in de verleiding te komen hem alsnog te lezen.’
     ‘Heb je dat met Zwarte gaten ook gedaan?’
     Ze schudt haar hoofd. ‘Die heb ik geleend van een vriendin.’
     Ik weet niet goed hoe ik moet reageren. Het einde in eigen hand houden? Bladzijden uit boeken scheuren? Mocht ik aan het einde van mijn leven een top tien moeten maken van de meest vreemde meisjes die ik ben tegengekomen, dan zal deze chick er ongetwijfeld bij staan. Mijn oorspronkelijke gevoel van fascinatie dreigt langzaam de afslag te nemen richting ongemak. Ergens klopt iets niet. ‘Ik wil het verder niet onnodig ingewikkeld maken, hoor, maar eigenlijk kún je toch niet de laatste pagina overslaan? Ik bedoel: als jouw boek eindigt op, stel, bladzijde negentig en je scheurt die eruit, dan is jouw laatste pagina toch negenentachtig? Je haalt je einde wat naar voren, maar hij komt wel. Uiteindelijk. Toch?’
     ‘Ja, oké.’ Ze staart afwezig naar de kaft. ‘Maar als ik die redenatie volg, dan moet ik vervolgens negenentachtig ook verwijderen. En daarna achtentachtig. Enzovoort, enzovoort. Zo blijft er niks over.’
     ‘Tja.’ Ik haal mijn schouders op. ‘Wat zegt dat?’
     ‘Dat een einde onvermijdelijk is? Echt onontkoombaar?’
     Ik mompel opnieuw: ‘Tja.’ Vraag dan: ‘Mag ik het lezen?’
     Haar ogen laten mijn kin los. ‘Zolang je maar niks verklapt. Echt niet, hoor. Mijn einde staat nog niet vast, ik kan er duizenden kanten mee op. En waag het niet om die rijkdom te vernachelen!’
     Ik knik. ‘Ik zweer het.’
     ‘Op wie?’ Haar kin iets omhoog.
     ‘Geef nou maar.’
     Ze grijnst en schuift het boek over het halfronde treintafeltje mijn kant op.
     Ik blader naar het einde.

*

en ontmoet water. Zolang het wak geopend is, is er een doorgang doch Liesbeth ziet met lede ogen toe hoe de randen naar elkaar toegroeien als een razendsnel genezende wonde en hoe het bevroren plafond wederom een robuuste, gesloten plaat dreigt te worden waaronder zij, zwevende in het ijskoude en bijtende water, onmooglijk het leven kan voortzetten. Spartelend in de geluidsdichte, pikzwarte kosmos hapt ze naar afwezige lucht, maar het water van het ven twijfelt geen moment om de plotsklaps ontstane ruimte in beslag te nemen.
     Terwijl haar volgezogen winterkledij haar dieper en dieper naar de bodem trekt en haar om zuurstof schreeuwende brein haar sterretjes in duizenden kleuren voorschotelt, denkt Liesbeth terug aan grootvader Harmsen die haar enige jaren her een wijze les leerde, haar uitlegde dat mócht ze ooit door het ijs zakken, mocht zulk een onheil haar onverhoeds treffen, dan moest ze niet, écht niet, naar het licht zwemmen maar juist naar het zwarte gat, omdat daar je redding ligt of in ieder geval je best kans daarop, begrepen? Ze knikt ook nu. Een definitieve buiging voor het noodlot.
     Wanneer treedt het sterven in? Als de laatste adem is uitgeblazen, wanneer het hart stopt, de oogleden gesloten zijn? Liesbeth werpt een laatste blik omhoog en vraagt zich af of de speerpunten die zich in het ijsplafond boren onderdeel uitmaken van het slotstuk van haar huidige leven of reeds het welkomstcomité vormen van het daaropvolgende.

*

Ik schuif het boek terug.
     ‘En?’
     ‘Wat je zei. Tamelijk onbegrijpelijk. ’
     ‘Logisch. Je hebt enkel het einde gelezen. Wat heb je daar nou aan?’
     ‘Ik dacht: ik vul de rest gewoon aan, net als jij. Al fantaserend de ruimte invullen, dat ik de rest erbij verzin. Alle opties openhouden, toch?’
     Ze schudt haar hoofd. ‘Dat lijkt me knap lastig. Vergeleken met zaken die nog móéten plaatsvinden, de toekomst dus, is het verleden aardig onwrikbaar. Kijk,’ ze buigt naar me toe, ‘ik stel het me zo voor. Als de geschiedenis een persoon was, dan zou het zo’n vastgeroeste bejaarde zijn, zo’n hele starre. Eentje die maar niet kan wennen aan een onverwachts gewijzigde menukaart in het rusthuis of aan het feit dat zijn of haar favoriete spelshow een kwartiertje later begint. Of helemaal vervalt als een belangrijk iemand doodgaat.’
     Ik lach. Misschien is die vergelijking de druppel in een emmer die al barstensvol vreemd gespreksvoer zit, maar ik proest het uit. Mijn ogen worden zelfs een beetje vochtig. Ondanks dat ze fluisterde, moet de meneer naast me haar ook verstaan hebben, want zelfs die grinnikt. De geschiedenis als vastgeroeste bejaarde, hoe verzint ze het? Ik schud mijn hoofd.
     Dan gebeurt waar ik bang voor ben. Ik herken de tekenen. Het boek dat in haar tas verdwijnt, de helften van haar jack die aaneen geritst worden. ‘Ik moet er zo uit.’
     Ik kijk naar buiten. Ondefinieerbaar zwart. ‘Toevallig. Ik ook.’

We dralen over het uitgestorven perron, beseffen beiden dat ons verhaal z’n einde nadert maar kunnen nog niet inschatten hoe. De nacht is helder, de maan een weggeschoten nagelrand; de wind mept tegen de boomtoppen en doet het lage struikgewas angstig ineen duiken. Ik denk aan wat​ze eerder zei, over die legio mogelijkheden. Ik zoek haar blik en glimlach.
     We kunnen verder kletsen over boeken, elkaars hand vastpakken, bekkend neerstorten op een van de metalen bankjes op het perron. Of struikelen, op de rails belanden en gillen, onze armen uitstrekken naar de vliegensvlug toesnellende, lichtgevende ogen. We kunnen ruzie krijgen. Vechten. Van elkaar wegrennen.
     Neuken.
     Punniken.
     Schaterlachen.
     Skippyballen.
    [Willekeurig werkwoord.]


Gerard R. Bras (1992) woont op Curaçao en is werkzaam als docent geschiedenis. Door veel te (her)lezen en te schrijven hoopt hij zich te ontwikkelen als auteur. Zijn literaire helden? Stefan Brijs, Jaap Robben, Bernlef en Bras' all time favorite: Haruki Murakami.



***

8 oktober 2021

Beste schrijvers, hieronder presenteren we de shortlist van oktober 2021.

Wat opvalt is dat het deze maand allemaal nieuwkomers zijn. Niet alleen hebben deze schrijvers nog nooit op de short- of longlist gestaan, ze hebben zelfs nog nooit eerder een verhaal ingestuurd! We weten niet of dit vaker voor is gekomen in de VvdM-geschiedenis, daar houden we geen statistieken van bij.

Naar aanleiding van onze oproep hebben zich vijf nieuwe juryleden aangemeld. Daar zijn we heel blij mee natuurlijk. Ze gaan de komende maand meelezen met de vaste jury.

Het winnende verhaal van deze maand publiceren we over twee dagen, op 10 oktober. Tot dan!

-- Maarten van Verhaal van de Maand


Shortlist oktober 2021


Boris de Spinnemeule - Ik praat het liefst over dieren
Jesse Prins - Kleikop
Carolien Dircken - Dons
Gerard R. Bras - Zwarte gaten
Hanna Deboes - Rustplaats



***

5 oktober

Beste schrijvers, hieronder presenteren we de longlist van oktober 2021.

Zoals gezegd hebben we deze maand 75 verhalen ontvangen die we met 8 juryleden hebben gelezen.

Let op: Schrijf jij verhalen en wil je beter worden? Meld je dan snel aan als jurylid. Het is voor een schrijver ontzettend leerzaam en je zult merken hoe leuk het is. Je gaat je eigen teksten door een andere bril zien, je ontdekt de fouten die anderen maken, je merkt wat fijn is om te lezen en wat niet en je ontwikkelt je literaire antenne. We kunnen je heel goed gebruiken!

Sta je deze keer niet op de longlist? Niet getreurd, komende maand is er weer een kans. Verzin een mooi verhaal en stuur het naar ons op. Blijf in ieder geval schrijven!

Sta je er wel op? Gefeliciteerd! Op 8 oktober presenteren we de shortlist.

Hartelijke groet,

-- Maarten van Verhaal van de Maand


Longlist oktober 2021


Boris de Spinnemeule - Ik praat het liefst over dieren
Amelia Vermeeren - Weerzien
Luc Vos - De kleur van de liefde
Han Pijs - Kantoortuin
Danique van der Rijt-de Ridder - Kattenwoensdag
Ralph Dassen - Orkaan Isa
Monica C. de Ruiter - Dat geeft toch niet
Jesse Prins - Kleikop
Cecile Koops - Zwanenmeer
Ramon van Huffelen - Heft in eigen hand
Carolien Dircken - Dons
Tim van den Dries - De pratende olifant
Gerard R. Bras - Zwarte gaten
Joël Thiescheffer - Het meisje op het perron
Pieter Drift - Samen met jou
Roy van der Zwaard - Geheimen
Afke van Beek - Wachttijd
Marcus Candide - Close Encounter
Anniek Reintjens - Stille wateren
Hanna Deboes - Rustplaats
Piet Post - Ansichtkaart in boek gevonden
Dennis van den Broek - Gebroken liefde

***


4 oktober

Omdat nog niet alle juryleden klaar zijn met lezen, stellen we de publicatie van de longlist uit tot 5 oktober.

-- Maarten



***

1 oktober

Beste schrijvers,

de juryleden zijn druk aan het lezen. We hebben deze maand exact 75 verhalen mogen ontvangen waarvoor onze dank.

Let op: wij zijn op zoek naar een nieuw jurylid. Lijkt dit je wat? Meld je dan snel aan! Je kan aankomende maand al beginnen.

4 oktober presenteren we de longlist.

Hartelijke groet,

-- Maarten van Verhaal van de Maand