Van VvdM-longlister Martin Koot verscheen onlangs het indrukwekkende debuut Boreling bij uitgeverij Lucht.

Juni 2022



Winnaar juni 2022


De stand van zaken

Martijn van Bruggen


Disclaimer & waarschuwing
Dit verhaal bevat expliciet taalgebruik dat voor sommige lezers pijnlijk kan zijn en dat beledigend is voor groepen mensen. Het is racisme in de puurste zin van het woord. VvdM neemt pertinent afstand van de discriminerende uitlatingen van de hoofdpersoon, dit willen we voor eens en voor altijd duidelijk laten weten. Voor een verdere verklaring verwijs ik je naar het nawoord.

 

Er staan dikke mensen voor de voedselbank, Christianne. Ik zweer het. Geen Afrikaanse toestanden hier. Dit is armoede in Nederland: mensen vreten zich vol aan zakken Nibb-its en klagen dat ze dat niet met kaviaar kunnen. Het is natuurlijk een misvatting dat alle rijke mensen kaviaar eten (gadverdamme zeg) maar daar is het volk dat hier staat Oost-Indisch doof voor. Arme mensen hebben zoveel vooroordelen over, nou ja, ons; als je het zou turven op papier was er allang geen boom meer over. Iedereen hier draagt ook van die morsige kleding die je aantrekt als je flink gaat vreten. Huispakken; vale ‘witte’ hemden; voetbaltenues. Ik heb al drie Sneijders gezien. Afellay is ook aanwezig; het stikt hier natuurlijk van de Marokkanen. Of ja, jij zegt altijd dat het ook Turken of Syriërs kunnen zijn. Laat ik ze dan maar buitenlanders noemen. Ik ben de kwaadste niet, ik ben de kwaadste niet. Maradona loopt net voor de auto langs. Blijkbaar zenden oude tv’s oude wedstrijden uit.
    ‘Vierde wachtende in de rij, boodschappen gratis!’ schreeuwde de man die daarstraks achter mij stond schijtlollig. Hij draagt een joekel van een rugzak alsof hij op survivalkamp is. De rij waar hij het over had, begint al bij de parkeerplaatsen, en is nog vrij ordentelijk. Een liniaal moet je er niet langs leggen, maar een banaan kan toch zeker. Natuurlijk breekt er af en toe een kind door met een lekke bal. Daar wordt ook niet op bezuinigd, op kinderen. Ik sta daar en denk: over twee gezinnen ben ik aan de beurt om onder de banner van de voedselbank door te lopen. Dat was ook zoiets: ik kwam het bedrijventerrein op rijden (voedselbanken zullen wel op bedrijventerreinen staan om de huizenprijzen niet te beïnvloeden), spiedde rond naar waar het zijn kon, zie ik opeens ZO’N sticker van de voedselbank op de ramen geplakt zitten. Lekker subtiel, godschristus. Nog even en pedofielenclub Martijn richt zijn eigen standje op bij de braderie. En wat voor een logo ook: een enorm oranje hart met een vork erdoorheen gespietst. Want liefde gaat natuurlijk door de maag, zoals bij deze mensen alles door de maag gaat. Zullen zij zich niet schamen voor hun afgang? Zijn het allemaal Anja Meulenbeltjes. Qua naam zou het kunnen. Anja, dat is echt zo’n volksbuurtennaam, al schijnen ze tegenwoordig vaker Stacey te heten, of Stanley – naar het mes dat ze bovengemiddeld vaak hanteren. Hahaha. Grapje natuurlijk; dat doen de Afellaytjes.
    ‘Bent u nieuw hier?’ vraagt die schijtlollige man achter mij. Dat is zo klote aan alleen komen. Dat men je gaat behandelen als die ene fiets die niet verkocht wil worden. Dat men altijd even een kijkje bij je gaat nemen en tegen je aan gaat lullen om uit te stralen dat je erbij hoort. Ik wil hier helemaal niet bij horen.
    ‘Ach ja, nieuw,’ zeg ik. ‘Tijdelijk aanwezig.’
    ‘Jaja,’ zegt de man terwijl hij zijn armen over elkaar slaat en op de bolling van zijn buik legt. ‘Tegen u hebben ze ook gezegd dat het maximaal een paar maanden mag duren? Dat u er dan weer ‘uit’ moet zijn? Maak je niet druk, hoor. Sommigen lopen hier al jaren. Ikzelf acht maanden. Depressie. Gaat de goede kant op. Ik heet René.’
    ‘Mooi. René.’ Had dat dan meteen gezegd als dat je punt is, had er dan geen lulverhaal omheen gehangen als je je alleen maar je eigen naam wilde herinneren.
    De vrouw vooraan in de rij pakt een winkelkarretje aan van een vertrekkende buitenlander en loopt naar binnen. Ik zweer het. Iedereen die naar binnen gaat krijgt een winkelkarretje mee en wordt zelfs ‘klant’ genoemd. Doet me denken aan ‘het Jodenvraagstuk’. Of het ‘maatje meer’ om het op jou te betrekken. Niet dat ik je dik vind, godschristus. Ik bedoel gewoon dat jij weleens vertelt dat je dat hoort in lingeriewinkels. BIJ ANDEREN. Ja? Is dat duidelijk?
    ‘En hoe bent u hierin terechtgekomen?’ vraagt René. Arme mensen praten altijd cryptisch. Dat krijg je als je te veel vrije tijd hebt. Dan ga je heel cryptisch praten om de dag door te komen.
     Dus ik zeg: ‘Waarin in godsnaam?’
     Zegt hij: ‘Het voedselbankje.’
   Doet me wederom denken aan het Jodenvraagstuk. ‘Het ondernemerschap’, zeg ik (ik spreek het langzaam uit omdat het zo’n lang en onbekend woord is) ‘brengt risico’s met zich mee. Wie het spel betreedt, gebruikt zijn zekerheden als inzet.’
     Concludeert ‘ie doodleuk: ‘U bent gokverslaafd.’
    Godschristus. Ik heb niet gegokt met ons geluk, Christianne. Echt niet. Ik zag het niet aankomen. Ik zweer het. Ja, ik zag het aankomen zoals een leeuwentemmer het verslonden worden door een leeuw ziet aankomen. Je weet dat het een beroepsrisico is, maar dat is iets heel anders dan de problemen opzoeken. Iets heel anders.
    ‘Zie ik er zo uit,’ zeg ik. ‘Als een gokverslaafde. Wilt u dat zeggen? Ik ben persoonlijk failliet gegaan, als u het echt wilt weten. Eerst zat ik in de horeca. Vier vestigingen in Gelderland. Groot succes, plannen om uit te breiden. Toen kwam corona. Ik zag al snel dat die voorman van die fake-ondernemerspartij ons net zo lang in de shit zou laten zitten tot we doodvielen van de stank, dus ik heb eieren voor mijn geld gekozen. Zaken verkocht voor een habbekrats aan een omhooggevallen shoarmaboer. Vol geïnvesteerd in virtual reality-vakanties. Gewoon vanuit je zolderkamer naar Aruba. Brilletje op en liggen. Tientallen VR-brillen gekocht, strakke marketingcampagne uitgerold, de eerste klanten toonden interesse, en wat denk je? Corona voorbij.’
    ‘Jaja,’ zegt René.
    Een Pool (o nee, een buitenlander) duwt me een winkelwagen in mijn maag. Ik loop onder de banner door en kom binnen in een donker halletje met een toonbank waarachter een zestigjarige vrouw staat. Kortpittig grijs kapsel, paarse bril met vierkant montuur. Zij ziet er meer uit als een uitgehongerde Afrikaan. Het zal wel weer zo’n wannabe-martelares van de armen zijn, die zichzelf haar voeding ontzegt uit zogenaamd solidariteit, maar eigenlijk uit egoïsme. Kijk mij eens betrokken zijn. Ter hoogte van haar afwezige borst is een papiertje geplakt waarop met viltstift staat geschreven: Marion.
    ‘Klantnummer?’ vraagt Marion op haar lijst kijkend.
    ’Vijfenvijftig.’
    ‘Ah. Mooi getal.’ Ze zet een kruisje.
   ’Vierenvijftig kan er ook wat van,’ zeg ik, maar er kan natuurlijk geen lachje af. Ironie is dit soort mensen vreemd. Als er geen poep of pies in de grap voorkomt, mag er niet gelachen worden.
   Marion gebaart kort naar een man in de loods achter de balie, spreidt al haar vingers in het luchtledige. ‘Uw pakket komt eraan.’
    Ik vraag: ‘Is het dan niet zo dat ik het zelf mag uitzoeken met dit karretje? Op tv zie ik weleens mensen zelf door zo’n loods lopen en de spullen uitzoeken.’
    ‘Zijn we mee gestopt,’ zegt Marion. ‘Het werd te veel duwen en trekken. Andere producten bleven dan weer altijd staan.’
    ‘Typisch,’ zeg ik. ‘Dat zie je in Afrika niet gebeuren, dat ze zeggen: deze waterput wil ik niet.’
    Een man met een knotje en een shirt van AC/DC zet een krat op de toonbank en loopt zonder een woord te zeggen terug de loods in. ‘U mag de spullen overhevelen en de krat hier laten staan,’ zegt Marion. ‘Het karretje aan de eerste wachtende geven als u alles in de auto hebt gezet.’
    Het is toch eigenlijk al bizar dat ze ervan uitgaan dat iedereen hier een auto heeft. Je bent arm of je bent het niet, hè. Nauwelijks van die schrik bekomen pak ik uit de krat wat voor het grijpen ligt en ik zweer het, het is een zak tortilla-chips.
    ‘Moet dat nou?’ vraag ik. ‘Is dat nou echt nodig.’
    ‘Het is heel simpel,’ zegt Marion op zo’n kleuterjuffentoon. ‘Wat overblijft en wat houdbaar is, ligt in dit kratje. Ik weet niet of u ooit een maand oude bak aardbeien gezien heeft, maar ik kan u vertellen: ík dacht dat het tomatenpuree was. Zie het maar zo,’ zegt ze nadat ze het ontevreden trekje om mijn lippen moet hebben opgemerkt, ‘in Afrika zou men niet klagen dat het water in de put niet schoon genoeg is.’
    O, wat is ze grappig, ze zegt er nog net niet gedist! bij. Ik besluit er niet op in te gaan. Ik ga toch geen ruzie maken met een vrouw met een paarse bril.
   Ik laad crackers in; ingevroren bruin brood; tomatensoep; ingevroren speklapjes; roze hagelslag; sojamelk – ‘Dat lust ik niet,’ zeg ik, maar ik word gewoon straal genegeerd. Dan durven ze wel, als je afhankelijk van ze bent. Ik zie d’r volgend jaar nog wel eens, als mijn cryptomunt van de grond is gekomen. Wist je dat ik daarmee bezig ben?
    Net als ik alles, op de sojamelk na, in de kar heb gezet komt de zwijgzame loodsman terug en zet een nieuwe krat neer. ‘Dit is ook nog voor u,’ zegt Marion.
    ‘Zoveel!’
    ‘Twee personen, staat hier. Toch?’
    Blikseminslag in mijn buik. ‘O, nou ja. Niet meer, eigenlijk. Voorlopig.’
    Zegt die heks: ‘Dat had u dan door moeten geven.’
    Razendsnel grijp ik het pak sojamelk op de toonbank om het in haar gezicht te smij-

‘Er is er nog zo een. Wel korter. Gewoon doorluisteren?’

Ja, sorry, ben ik weer. Ik haalde mijn duim ervanaf. Ik sta dus op het punt om die Marion met melk te bekogelen als René binnenkomt. Er mogen twee mensen tegelijk naar binnen, moet je weten, en een buitenlander, waarover ik niet verteld heb omdat je het anders niet kan volgen, was net vertrokken. Dus René komt binnen – met een feesthoedje op. ‘JAJAAA, MARIONNETJE. ER IS ER EEN JARIG HOERA HOERA.’ Hij ritst zijn rugzak open en voor ik het weet krijg ik eenzelfde kegelvormig hoedje op mijn hoofd gezet en zo’n roltong in mijn mond geduwd en roept René: ‘Blazen!’
    Jij weet hoe ik over kleinburgerlijke feestartikelen denk, Christianne. Slingers; taartkaarsjes; hoedjes. Jij weet dat ik alles eraan haat, dat ik te allen tijde zou zeggen: steek die roltong maar in je zitvlak. Jij weet dat. Maar ik ben gebroken. De schuldeisers hebben me gebroken; deze infantiele mensen hebben me gebroken, met hun schaamteloosheid, met hun versletenheid, met hun poep- en pieshumor. En jij denkt dat ik hier op aangestuurd heb? Dat ik doelbewust ons leventje vergooid heb? Ik heb er heilig in geloofd! Ik heb altijd heilig in mijzelf geloofd. Maar ik zweer het, Christianne, nu jij ergens anders slaapt, weet ik het allemaal niet zo zeker meer. Dus blaas ik godschristusmina de roltong.
    René en de loodsman zijn inmiddels aangekomen bij de Servische vertaling van Happy birthday to you, waardoor ik om niet mee te hoeven zingen aan de glunderende Marion vraag hoe oud ze is geworden.
    Vijfenvijftig, gebaart ze weer met haar handen.
    ‘Ik had u jonger ingeschat,’ schreeuw ik.
    Ze draait haar oor naar me toe. ‘WAT?’
    ‘U bent een gedrocht,’ fluister ik, ‘opgedroogd als mijn vingertoppen kort na het zwemmen, ik dacht dat u zestig was.’
    Ze steekt haar duim op. René wil de polonaise lopen. Ik ben de enige persoon in de ruimte vóór de toonbank dus zet snel het karretje tussen ons in.
   ‘Zoals je ziet zijn we één grote familie hier,’ schreeuwt Marion onder het uitpakken van een cadeautje dat nog net in de survivaltas van René paste.
    Terwijl iedereen naar het pakpapier kijkt, rijd ik vlug met mijn karretje naar de uitgang. Als de deur achter mij dichtklapt, kirt Marion: ‘Een boeddha, een boeddha.’
    Dus dat is de stand van zaken, Christianne. Ik zit met een feesthoedje op naast de blinde muur van een bouwmarkt op een tochtig bedrijventerrein in een auto die binnenkort in beslag wordt genomen, gevuld met bevroren brood en prinsessenhagelslag. Ik voel me als de oude kapotgesnoven Maradona. Ik zweer het. Maar hoe gaat het met jou dan? Ben je bij je ouders of bij een vriendin? Je hoeft niet te bellen, zo’n spraakbericht is ook goed. Als ik je stem maar even hoor. Ik weet dat we hieruit komen. We. Meervoud. En weet je wat: als mijn cryptomunt een feit is vernoem ik hem naar jou.

‘Wat een zak.’

Martijn van Bruggen (1999) studeert Nederlandse Taal en Cultuur aan de Universiteit Utrecht. Daarnaast is hij recensent voor Tzum en recensent/interviewer voor de Boekenkrant. Het komende halfjaar is hij Vuurland Talent, wat inhoudt dat hij wekelijks een fictiestuk zal publiceren op dit platform voor literatuur.


Nawoord VvdM

We hebben onderling de discussie gevoerd of dit verhaal wel gepubliceerd kan worden. Wij zijn van mening dat het hier fictie betreft en dat het uitlatingen zijn van een fictief persoon. Verder menen wij dat de schrijver juist níét achter de uitlatingen van de persoon staat. Het verhaal in zijn geheel is naar onze mening anti-racistisch.


Één van onze juryleden zei erover:
Uiteraard is het akelig. Vandaar ook ' 'stereotiep'. Maar ik zie niet in waarom het verhaal niet kan gepubliceerd worden. Het winnen op zich geef ik een kleine kans: het is geen pareltje.
Ik vind het knap geschreven alleszins. Dit is het relaas van een witte, domme man.
Deze behoren [...] ook tot onze maatschappij.
De essentie van literatuur is een spiegel voorhouden aan ons, de mens, op elke trede van de trap.
Met de bedoeling ons te doen stilstaan bij, nadenken over, verder ontwikkelen, plezier halen uit, enz...
Voor alle duidelijkheid: dit is de gedachtegang en wandel van een fictief persoon.
Een intelligente mens weet intussen wat dit inhoudt.


En een ander:
Het hele idee van dit verhaal is toch juist dat de racist hier te kakken wordt gezet? De racist scheldt iedereen om [zich] heen uit, heeft een gigantisch opgeblazen ego en ziet niet in dat hij in hetzelfde schuitje zit als de mensen om hem heen (die hij door zijn ego nog nauwelijks als mensen kan zien).
Het is niet de schrijver die het zegt, het is het personage. De schrijver neemt er heel duidelijk afstand van.
Ik vind dit juist een heel verfijnde manier om aan te tonen hoe racisten een bord voor hun kop hebben.


En een derde:
Mijn eerste reactie op iemand die dit als aanstootgevend ervaart is ook dat ik denk, je begrijpt het niet. Maar dat is meteen ook lastig, want soms blijkt dat ik het zelf niet begrijp. Om een voorbeeld te geven, toen de Zwarte Piet discussie een jaar of tien, vijftien geleden losbarstte, begreep ik eerst oprecht niet wat de ophef was. Inmiddels begrijp ik heel goed dat Zwarte Piet niet kan en vraag ik me af hoe ik dat ooit niet heb kunnen zien. Dus bij zoiets als dit verhaal denk ik van nature, het is fictie en personages in fictie mogen alles, juist omdat ze op die manier kritiek kunnen leveren op de maatschappij. Maar wellicht zie ik dus vanuit mijn bevoorrechte positie iets cruciaals over het hoofd.

We zijn benieuwd wat jullie mening hierover is.

-- Maarten van Verhaal van de Maand


Commentaar van Marc Graetz, de maker van de audioversie van dit verhaal:

Toen tot mij doordrong hoe intens racistisch de hoofdpersoon leeft, kreeg ik zoveel weerzin tegen het verhaal dat ik al bijna besloten had het niet op te nemen. Per slot van rekening is mijn rol om de personages tot leven te brengen, dus in hun huid te kruipen en vanuit hun wereldbeeld woorden uit hun mond te laten rollen en die zwaarte en karakter te geven. Nog afgezien van mijn persoonlijke weerzin, ook gevoed door discriminatie die familieleden van mij in hun leven hebben moeten ervaren, voorzag ik de mogelijkheid dat kwaadwillende personen dit verhaal en de audioversie voor het versterken van polarisatie in de maatschappij zouden kunnen gebruiken. Maar tijdens het voeren van de discussie hierover binnen de groep van jury en redactie werd ik overtuigd om het verhaal wel weer te geven en op te nemen, vooral door standpunten zoals hierboven weergegeven. Ik heb mijn best gedaan het karakter van de racist weer te geven. Na het opnemen van het verhaal ben ik mijn mond (en ziel) gaan spoelen om weer mijn eigenheid terug te vinden.

Ik wil Martijn van Bruggen een compliment maken dat hij zo congruent en kloppend het innerlijke leven van een racist heeft weten te verwoorden. Hij brengt het personage echt tot leven en maakt van daarvan in feite een karikatuur. Literair gezien is het verhaal van Martijn daarmee een belangwekkend werk geworden.

11 juni 2022

Beste schrijver, zoals beloofd presenteren we vandaag de shortlist van juni 2022. 

Sta je deze keer niet op de shortlist? Laat dat je absoluut niet tegenhouden om door te gaan met schrijven. Ik wil je aanraden het jurycommentaar op onze SchrijfClub te lezen en het (daar waar je het ermee eens bent) ter harte te nemen. Bedenk dat juryleden ook maar mensen zijn en dat wij geenszins de literaire waarheid in pacht hebben. Het gaat slechts om een mening van een lezer.

Sta je wel op de shortlist! Wauw! Dat is een hele prestatie. Dat betekent dat jouw verhaal door een jury van 12 mensen gewaardeerd werd. Waarschijnlijk niet door alle juryleden: ons beoordelings-algoritme is zó ingericht dat de verhalen op de shortlist komen die door de meeste mensen fantastisch gevonden worden.  Het gaat hier dus niet om het gemiddelde van de beoordelingen. Ik zal daar binnenkort een boekje over open doen.

Wanneer het winnende verhaal gepubliceerd wordt, kan ik nog even niet zeggen. Dat ligt eraan wanneer onze podcast-lezer klaar is. Het zal één van de komende dagen zijn.

Nog even geduld dus.

Hartelijke groet,

-- Maarten van Verhaal van de Maand


Shortlist juni 2022

Op volgorde van binnenkomst

Jeroen Corduwener - Sfax
Carolien Dircken - Schoot
Janneke Tomsen - Mannes
Martijn van Bruggen - De stand van zaken
Gilbert Stynen - Cellodroom


***

9 juni 2022

Beste schrijvers,

onze juryleden waren toch eerder klaar dan verwacht en daarom publiceren we vandaag al de longlist van juni 2022.

Wil je weten waarom deze jury je verhaal af- of goedkeurt? We geven deze maand weer een uniek kijkje in de keuken van de VvdM-jury. Bijna al het jurycommentaar (9 van de 12  juryleden) wordt dadelijk op de SchrijfClub gepubliceerd. Het staat gerangschikt per jurylid, je zult dus zelf even moeten zoeken naar je titel (gebruik CRTL+F of Command+F om te zoeken). Waarschuwing: sommige juryleden nemen geen blad voor de mond, het kan dus even slikken zijn voor je, maar wij denken dat dat je als schrijver alleen maar sterker maakt.

We stellen het zeer op prijs als je reageert op het jurycommentaar. Vooral als je het er niet mee eens bent. Ook wij zijn maar mensen en kunnen alleen maar van jou leren.

Staat je verhaal dit keer niet op de longlist? Laat dat je zeker niet tegenhouden om door te gaan met schrijven. Bedenk dat onze juryleden ook maar mensen zijn met elk zijn of haar eigen nukken, voorkeuren en menselijkheden. Misschien hebben we je gewoon niet goed begrepen?

Sta je er wel op? Van harte gefeliciteerd! Op 11 juni publiceren wij de shortlist.

Hartelijke groet en bedankt voor al jullie mooie verhalen,

-- Maarten van Verhaal van de Maand



Longlist juni 2022

Op volgorde van binnenkomst

Lucien Roosen - Het verscheiden van Karl Chinasky
Jeroen Corduwener - Sfax
Carolien Dircken - Schoot
Janneke Tomsen - Mannes
Ingrid de Vries - Een vliegensvlug bestaan
Ellen Vedder - Ja, je wensen deugen
Joep van Loon - Brom
J.P. Christine - Metamorfose
Philippe Noens - Veel beweging rond stervenden
Marga Bruijnis - Operatie ster
Conny Hoogendoorn - Wie zaait zal oogsten
Petra Bontje - Het offer
Martijn van Bruggen - De stand van zaken
Edith Kreuk - Marktdag
Ralph Dassen - Power to the women
Leon Roossien - Long runaway train
Piet Post - Eenzijdig ongeval
Henri Pols - Schalmei
Gilbert Stynen - Cellodroom
Leonora Ruby - Karma
Samuel de Weerd - Vijf sterren review
Rick Groenhart - De geboorte en teloorgang van een hedendaagse wraakgodin



***


7 juni 2022

Goedemorgen schrijvers,

omdat onze juryleden nog niet klaar zijn met lezen én omdat we ze de tijd willen geven om jullie verhalen in alle rust te beoordelen, stellen we de publicatie van de longlist uit tot 10 juni.

In de tussentijd kunnen jullie een kijkje nemen bij onze SchrijfClub en er bijvoorbeeld een fragment beoordelen of zelf iets posten.

Tot snel!

-- Maarten van Verhaal van de Maand



***


1 juni 2022

Beste schrijvers,

de deadline voor het insturen voor VvdM-juni is vannacht gepasseerd. Dank jullie hartelijk voor al jullie inzendingen.

Terwijl je dit bericht leest zijn onze negen vaste juryleden druk in de weer met de verhalen. Deze maand hebben we exact tachtig teksten mogen ontvangen. Ik heb gehoord dat daar veel kwaliteit tussen zit en dat de juryleden soms ademloos zitten te lezen, dus het wordt dringen aan de top.

Onder Nederlandse en Belgische paparazzi circuleert deze foto van de geheime VvdM-jury aan het werk met één van jullie verhalen. Niemand kan echter de authenticiteit ervan bevestigen, noch is bekend welk verhaal hier gelezen wordt.

Omdat er op het einde van de maand een enorme berg tegelijk binnenkwam, liggen we iets achter op schema, We doen ons best om de longlist met de ca. 20 beste verhalen op 7 juni te presenteren. Het kan zijn dat het een paar dagen later wordt. Nog even geduld dus.

Net als vorige maand wordt het beschikbare jurycommentaar integraal op onze SchrijfClub geplaatst. Dit zal gebeuren op de dag van de longlist publicatie. 

Hartelijke groet,

-- Maarten van Verhaal van de Maand

Reacties

Literaire Tijdschriften

Iets toe te voegen? Stuur je mail naar VerhaalvdMaand [at] gmail.com!