Van VvdM-winnaar Frans van Hilten is de tweede roman Alles Stroomt verschenen bij uitgeverij U2pi! Zie ook het artikel hieronder.

Winnaar april 2023


Vier dagen terug

- Annemieke de Bruin - Illustratie: Thijs Koster -

Vier dagen. Ik moet vier dagen terug in de tijd, voordat alle ellende begon. Naar zaterdag - dat is te overzien. Er zijn geen noemenswaardige dingen gebeurd die de orde der dingen hebben veranderd, dus wie of wat deze donkere put van misère ook heeft veroorzaakt kan dit nog terugdraaien. Vier dagen geleden was alles nog hoe het moest zijn. Er moet een punt, een beslissend moment zijn geweest, waarop de dingen verkeerd begonnen te lopen. Ik probeer koortsachtig te achterhalen welk moment dat is geweest, want ik voel aan alles dat er een manier is om dit recht te zetten.
Ik krijg alleen vanwege alle hectiek mijn gedachten niet op een rij: toen Bas werd gevonden namen zijn ouders meteen hun intrek in de logeerkamer en ze zijn geen moment meer weggeweest. Twee weken geleden ontmoette ik ze voor het eerst, toen Bas me meenam naar zijn ouderlijk huis om ons aan elkaar voor te stellen. Ik had ze een orchidee gegeven.
En mij hebben ze vrijwel meteen gebombardeerd tot chef-uitvaart. Het maakte kennelijk niet uit dat ik ‘m pas een halfjaar ken: stilzwijgend werd besloten dat ik de boel moet regelen. Dat hoort, schijnbaar, als ‘de geliefde-van’.
Sindsdien vuren mensen die ik nauwelijks ken hun vragen op me af, hun medelijden, hun verdriet. Het maakt het denken moeilijk, want ik ben er nog niet uit of hij nou echt dood is of niet, of dat ík eigenlijk dood ben en dat er daarom een vacuüm lijkt te zitten tussen mijzelf en de mensen om me heen. En daarbij, ongeacht wie er nu al dan niet dood is, of iemand een grap met ons uithaalt - misschien hij wel -, krijg ik mijn vinger er niet achter of de manier waarop ik me nu gedraag wel klopt met hoe je moet reageren als je geliefde opeens dood is. En terwijl ik probeer me in te beelden hoe dat dan moet, je gedragen als je geliefde opeens dood is - of doet alsof hij dood is dus, waarschijnlijk - blijft men mij maar bestoken met vragen.
Hij is opgebaard aan mijn kant van zijn bed, ons bed. Er zijn twee stoelen naast gezet voor mensen die even bij hem willen zijn, of nog iets tegen ‘m willen zeggen. Hij ligt er al drie dagen, zijn gezicht is grauw geworden. Er loopt een lichtpaars randje langs zijn bovenlip en zijn oogleden lijken iets te zijn gezwollen. Zijn armen zijn plechtig op zijn buik gelegd, ze rusten op de blauwe trui die zijn moeder en ik voor hem uitzochten. Ze kunnen niet bewegen, zoals bij de Barbies waar ik vroeger mee speelde, die stijf werden als je er een tijd niet mee speelde. Alleen zijn bos krullen lijkt niks veranderd.
Zijn moeder loopt heen en weer van de woonkamer naar de wc met een fles bleek en gele plastic handschoenen. Ze doet al dagen niet anders dan schoonmaken. Het moet een of andere coping strategie zijn, maar ik heb niet de behoefte het te googlen, laat staan om er een analyse op los te laten. Ik zucht en slenter naar de achtertuin om een sigaret te roken. De afgelopen dagen is dit de enige plek waar ik af en toe mijn gedachten enigszins kan ordenen. Achter me de glazen schuifdeuren en de gordijnen, en voor me de schuur, zodat ik vanaf de binnenplaats niet zichtbaar ben. Links van me de schutting die Bas’ tuin scheidt van die van de buurman.

*

Zaterdagmiddag stond ik op exact dezelfde plek, in de warme middagzon met een glas witte wijn in mijn hand. M’n kinderen zaten te gamen op de bank in de woonkamer. We brachten de laatste maanden ieder weekend bij Bas door, hier in zijn nieuwbouwhuis in een Utrechts tweeverdienersreservaat. Twaalf vierkante achtertuintjes, zes aan de ene en zes aan de andere kant, komen uit op het gedeelde erf waar achttien krijsende kinderen zich de afgelopen weken als een roedel door de zomervakantie bewogen. Het contrast met mijn vervallen boswachtershuisje kan niet groter zijn.
Ze hadden hun blikken strak gericht op de muur, waarop de beamer hun race-autootjes in een felgekleurd landschap projecteerde. ‘Mam!’ hoorde ik vanaf de bank. De oudste keek me verschrikt aan. ‘De computer glitcht.’ Ze wees naar de muur. Haar paddenstoel was van de weg geraakt en het beeld was bevroren.
‘Oh joh’, zei ik, ‘dan moet je ‘m even resetten.’
De jongste sprong op en drukte op een paar knoppen. De muur werd even wit, daarna verscheen het startscherm en konden ze opnieuw beginnen.

Terwijl Bas een enorm opblaaszwembad uit de verpakking haalde - het grootste dat hij op internet had kunnen vinden – verwonderde ik me over de passiebloemen die tegen de houten schutting groeien die zijn tuin scheidt van die van de buurman. Ik ben bijna dertig, maar had tot voor kort nog nooit een passiebloem van dichtbij gezien. Het zijn net kleine kunstwerkjes, een artistiek grapje van de evolutie.
Zodra m’n oudste het zwembad zag gooide ze haar controller opzij en rende de tuin in. Ze pakte haar waterpistool, dat groter was dan haar bovenlijf, en schreeuwde ‘Jaa! Mama, kunnen we nu zwemmen?’ Met het waterpistool onder haar arm geklemd probeerde ze haar t-shirt uit te trekken.
Bas schoot in de lach. ‘We moeten ‘m eerst even oppompen en vullen met water. Dat gaat nog wel even duren, ben ik bang.’
Ze keek beteuterd. ‘We kunnen nog wel even voetballen tot die tijd,’ zei ik daarom snel. ‘Roep de rest maar vast.’
Op het veldje, aan de voorkant van de huizen, maakten we twee doeltjes van een paar zwemschoenen, een duikbril en een bloempot. Met een stel buurtkinderen en een handvol ouders trapten we de bal een tijdje heen en weer. De oudste buurtjongens waren bloedfanatiek – reden voor Bas om zich ook uit te sloven. Terwijl ik ergens op het midden van het veld m’n jongste hielp om haar haren in een staart te binden, hoorde ik Bas mijn naam schreeuwen. Nog voor ik mijn hoofd zijn kant op kon draaien voelde ik de bal hard tegen mijn achterhoofd knallen en werd alles zwart.

Het volgende moment voelde ik dat ik op een zachte ondergrond lag. Een bed, besloot ik. Ik knipperde met mijn ogen maar werd verblind door het licht en een felle pijn schoot dwars door mijn hoofd. Een ziekenhuisbed, dan? Er praatte iemand tegen me, een gezicht dat mijn blikveld in en uit zweefde. Hij bewoog te snel en het duurde even voor het lukte om scherp te stellen op zijn gezicht. Een knappe dokter, leek het. Hij zei steeds mijn naam, maar het klonk alsof het geluid golfde en echode voordat het bij mij aankwam. Ik probeerde woorden te vormen maar er kwam geen geluid. Langzaam besefte ik dat ik gestrekt op het grasveld lag, omringd door Bas en mijn kinderen. Bas had zijn telefoon in zijn hand en pure paniek op zijn gezicht. Ik grinnikte toen ik besefte dat ik Bas had aangezien voor een dokter, en het veldje voor een ziekenhuisbed. Dat moet het moment zijn geweest dat de realiteit glitchte, dat de dingen anders begonnen te lopen dan ze hadden moeten zijn. Het lukte me alleen niet om de woorden te vormen om het uit te leggen.
‘Ik bel een ambulance’, zei hij.
‘Nee, nee’, ik probeerde een wegwuifgebaar te maken, ‘ik... ik ben oké’.
Hij hielp me rechtop zitten. De buurman kwam een glas water brengen en keek me onderzoekend aan. Bas knikte dat het goed ging, en de buurman liep met de groep naar huis. Mijn kinderen keken bezorgd om. Ik stak mijn duim op en glimlachte. De jongster blies een handkusje en rende richting de binnenplaats.
Bas hield me stevig vast, alsof hij bang was dat ik door zijn vingers zou glippen. ‘Jezus, je was echt compleet weg’, zei hij. Ik had hem nooit zo bezorgd gezien.
Ik nam een slok water en glimlachte om hem gerust te stellen. ‘Ik hou van je’, zei ik.
‘Ik ook van jou’.
Ik schoot in de lach. ‘Lekker romantisch dit, terwijl je me net bewusteloos hebt getrapt op het voetbalveld’.
Hij lachte. ‘Eigenlijk best perfect, toch?’ Hij hield me nog steviger vast.

Het zwembad was vol, de buurtroedel bewapende zich tot de tanden en de rest van de middag woedde er een hevig watergevecht op de binnenplaats. Ik was nog steeds duizelig en had hoofdpijn, dus ik nam een paar aspirines en installeerde me op de stoel in de hoek van Bas’ tuin met een zonnebril en een fles ijsthee. Af en toe waaiden er kinderen langs, ze liepen in hun druipende kleren naar binnen om brood, chips of stroopwafels te pakken. Van de keuken tot de binnenplaats vormde zich een bont spoor van water, zand, natte kleren, waterpistolen en schoenen.
Die avond kwamen Bas’ beste vrienden eten, zodat ik ze kon leren kennen. Pas toen het begon te schemeren en het eindelijk wat afkoelde vertrokken de vrienden en legde ik m’n kinderen in hun bed op de logeerkamer.
Bas pakte een paar biertjes en trok twee tuinstoelen naar het opblaaszwembad. We hingen onze voeten over de rand. Hij keek me aarzelend van opzij aan. ‘Kom je nou bij me wonen?’
Ik keek om me heen, me pijnlijk bewust van de bende die we hadden gemaakt. ‘Je weet niet wat je zegt. Dan neem ik m’n kinderen ook mee, he?’
‘Ja, natuurlijk.’ Hij gebaarde naar de ravage die de kudde in zijn tuin had aangericht. ‘Ik hou van entropie.’
Ik aarzelde. ‘Oké. Na de zomer?’
Hij knikte en trok me tegen zich aan. Even later hielp hij me naar boven. Hij legde me in ons bed en zette een glas water voor me neer. Toen kroop hij tegen me aan en fluisterde lieve woordjes in mijn oor, iets over snaartheorie.

Toen ik me de volgende dag loom uit bed hees leek het alsof er in de keuken een bom was ontploft. Het aanrecht stond zo vol met resten vlees, cupcakebeslag, lege flessen en wijnglazen, dat er geen leeg plekje meer te ontdekken was. Bas stond aan zijn hoofd te krabben en nam twee aspirines met een glas water.
‘Zal ik anders even.. afwassen, ofzo?’, opperde ik met tegenzin en begon wat glazen heen en weer te schuiven. Ik voelde de zware hoofdpijn terugkomen.
‘Nee joh, overmorgen komt de poets. Laat maar lekker staan.’
Ik haalde m’n schouders op en schoof de glazen terug. ‘Prima. Koffie?’ Ik gooide bonen in de machine en zette de waterkoker aan.
Niet veel later raapte ik de natte kleren van de tegels, plukte de kinderen uit het zwembad en sjorde ze vast op de achterbank van onze afgeragde Corolla. Een vluchtige kus door het open raam, en een blik waarvan ik niet kon vermoeden dat het de laatste was, maar waar ik achteraf van kan zweren dat zijn ogen het me vertelden. Hij zwaaide nog.

De volgende dag – eergister, moet dat zijn geweest - stond ik net de jongste in haar zwembroek te hijsen voor de zwemles toen ik gebeld werd. De buurman. Een heleboel woorden, en hoewel ik hem niet geloofde raakte ik in een jachtige paniek. Ik weet nog dat ik het kind bij de zwemjuf achterliet, mijn ouders belde om de boel op te vangen, en dat ik naar Utrecht vertrok. In de auto moest ik denken aan het verhaal dat Bas me vertelde over Schrödingers kat, die niet dood is en niet leeft totdat je de doos opendoet, of iets van die strekking. Ik vond het altijd een beetje een flutverhaal, maar tijdens de rit liet het me niet los. Ik bedacht me dat ik niet kon weten of het verhaal van de buurman waar was totdat ik het aan Bas kon vragen. Maar hij nam z’n telefoon niet op.
Toen ik bijna drie uur later de auto parkeerde zag ik dat z’n tuin leeg en aangeveegd was. Waar het zwembad had gestaan blonken de tegels - van het watergevecht was geen spoor te bekennen. Zijn moeder stond met een geel doekje en een spuitbus het kozijn van de schuifdeuren af te nemen.
Zijn vrienden waren er weer, maar dit keer zaten ze in een kring en keken ze naar mokken koffie op de tafel. Ik voelde me een indringer in een theaterstuk waarin ik geen rol had, alsof ik me ongevraagd door het decor bewoog. Zijn vader stak zijn hand naar me uit. Zijn moeder vroeg of ik koffie wilde, en reikte me tegelijk een kop aan. Ik liep de keuken in. Het aanrecht was leeg, het blonk en het rook er naar citroen. Ik voelde me misselijk worden en goot de koffie in de gootsteen. Zijn moeder pakte de mok en zette ‘m in de vaatwasser. Daarna pakte ze een nieuwe mok uit het kastje en schonk opnieuw koffie in. Routineus pakte ze een nieuw geel doekje en de spuitbus en begon ze het aanrecht te schrobben. De vastberaden manier waarop ze bewoog had iets maniakaals. Ze hield even stil en vroeg of ik nog koffie wilde. Over het zwembad zei niemand iets.
De schouwarts wilde net vertrekken. Hij stond er wat klungelig bij, die man van onze leeftijd in een veel te warme trui, die ons weinig meer kon vertellen dan wat de buurman al had geconstateerd. Hij zei dat Bas in zijn slaap moet zijn overleden, een paar uur nadat ik vertrok. Hij vroeg of de familie een autopsie wilde, maar zijn moeder kon de gedachte niet verdragen dat iemand in het lichaam van haar zoon zou snijden. Hij lag zo vredig in zijn bed, vond ze, dat hij daar moest blijven liggen.
Ik liep naar boven. Vanaf de bovenste draai van de trap wist ik dat het waar was. Zijn arm bungelde over de rand van het bed. Ik ging naast hem zitten en legde mijn hand in zijn nek. Hij voelde nog een beetje warm. Terwijl ik probeerde te begrijpen wat dit alles te betekenen had, kwam zijn vader naast me zitten. De uitvaartman moest gebeld worden. Wilde ik dat doen? Wist ik op dat moment veel, wat ik me daarmee op de hals haalde.
Gisterochtend kwam hij, die uitvaartman. Hij speelde zijn rol subliem. De betekenisvolle blik, het perfect getimede hoofdknikje toen Bas’ vader hem een hand gaf, de doos tissues die plichtmatig uit zijn tas tevoorschijn kwam toen Bas’ moeder snikte, het was overduidelijk tot in den treure gerepeteerd. We dronken koffie en keken in zijn boek naar kisten. Houten kisten, gefineerde kisten, kisten met voering, de hele mikmak, één grote sales-klucht waar ik misselijk van werd. Zijn moeder kon niet kiezen – ze leek in totale ontkenning en scheen te denken dat als ze niets besloot, ze de tijd kon stilzetten. Zijn vader wilde zijn moeder nergens toe dwingen. Ik wilde niet over het afscheid beslissen van een man die ik in feite net kende. De uitvaartman knikte begripvol, geduldig ook, en zei ‘Neem alle tijd die u nodig hebt. Er is geen haast. Maar als u hem vrijdag wilt cremeren, is het wel verstandig om vandaag een keuze te maken.’
Zijn moeder griste de lege koffiekopjes van tafel en liep naar de keuken. Ze had de wasmachine ontelbare keren volgeramd en weer uitgeruimd, alsof ze de situatie onder controle kon houden door een onverbiddelijk afwasregime. Zijn vader keek naar zijn moeder. Hij wist het ook allemaal niet, zoveel was duidelijk. De uitvaartman wierp een blik op de klok. Ik wees uiteindelijk een van de goedkopere kisten aan - omdat Bas het net als ik idiote kapitaalvernietiging zou vinden om een dure kist aan te schaffen als je die toch meteen ging verbranden – maar toen kwam zijn moeder terug en wilde ze ineens een witte voering.
‘De witte voering is prachtig’, zei de uitvaartman, ‘maar die is alleen beschikbaar in combinatie met de massieve eikenhouten kist.’ Hij liet een pauze vallen, tikte toen op de glimmende afbeelding op de achterpagina. ‘Het is een unieke combinatie’, - ik ergerde me kapot aan zijn onjuiste gebruik van het woord ‘uniek’ – ‘maar wel nèt even een ander prijssegment.’
Ik vroeg me af wat er met hem gebeurd was, dat hij zo schijnaar moeiteloos ouders in de rouw een poot uitdraaide. Waarschijnlijk was dit onderdeel was van de zieke grap die met me werd uitgehaald – wanneer zou ik mijn zelfbeheersing verliezen? Ik mocht me niet laten kennen.
Zijn moeder zuchtte diep. Het werd de duurste kist. De mondhoek van de uitvaartman krulde nauwelijks zichtbaar omhoog toen hij een vinkje op zijn lijst zette. Daarna richtte hij zich tot mij. Of ik een beetje van de as in een sieraad wilde laten verwerken, zodat ik Bas voor altijd bij me droeg? Hij schoof me de bladzij met de opties toe.
Ik schoof de brochure terug en keek hem strak aan. ‘Ik ga even roken’, zei ik en stond op. Terwijl ik op mijn vaste stek in de tuin stond te bedenken hoe ik dit alles kon oplossen klapperde de brievenbus. De stroom bloemen en kaarten kwam op gang.

*

Terwijl zijn moeder de fles bleek terugzet en de handschoenen uittrekt maak ik mijn sigaret uit. Het is nog vroeg in de avond en voor het eerst voel ik me uitgeput.
‘Pardon!’ ik schrik op omdat zijn moeder zich langs mij naar buiten wringt. Ze leegt een emmer sop over de tegels. Ze lijkt in een paar dagen tijd tien jaar ouder te zijn geworden.
‘Willen jullie niet toch een nachtje naar huis?’ vraag ik. Sinds afgelopen weekend ben ik geen moment meer alleen met Bas geweest. Ik heb in mijn eigen huis geslapen, waar mijn kinderen te moeilijke vragen stellen en mijn ouders me smoren met hun machteloosheid. Ik snak naar een laatste nacht met hem, in zijn huis, ons bed.
Ze schudt haar hoofd. ‘Ik wil niet dat hij alleen is’. Ze klemt de lege emmer vast alsof ze bang is om ‘m kwijt te raken.
Ik leg mijn hand op haar schouder. ‘Ik blijf bij hem, dan kunnen jullie een nacht bijslapen in jullie eigen bed.’ Ze knikt langzaam en laat de emmer zakken.
Zodra ze de deur uit zijn valt de onrust van m’n schouders. Eindelijk ben ik alleen met Bas, eindelijk kan ik nadenken. Ik sluit de schuifdeuren en schenk een glas wijn in. Dan loop ik naar boven.
Ik ga op een van de stoelen naast het bed zitten en trek langzaam mijn schoenen uit. Op de grond voor de kast staan vazen in alle soorten en maten, allemaal gevuld met bloemen met kaartjes met teksten en namen die ik nog niet ken. De indringende lucht van formaldehyde vermengd met bloemengeur is niet te harden, maar ik mag het raam niet openzetten omdat het dan te warm in de kamer wordt. Op blote voeten manoeuvreer tussen de vazen door om bij de kledingkast te komen. Met tegenzin kleed ik me uit.
Ik trek een joggingsbroek en een T-shirt van Bas aan. Op mijn tenen sluip ik door de kamer - alsof ik hem anders wakker zou maken -, sluit de gordijnen en trek het dekbed over hem heen. Terwijl ik hem toedek voel ik hoe koud hij is geworden. Het leek me een mooi idee, zo’n laatste nacht samen in zijn huis, maar nu ik naast zijn steenkoude lichaam sta is daar niets van over. Even blijf ik besluiteloos naast ons bed staan.
Dit is simpelweg te idioot om waar te zijn. Dit waanbeeld, of deze zieke grap, moet bedoeld zijn als mijn straf, omdat ik zo ondankbaar ben geweest om hem als vanzelfsprekend toe te laten tot mijn leven. Nu ik mijn straf heb ondergaan moet ik mijn weg terugvinden naar de werkelijkheid, de versie die ophield toen de bal tegen mijn hoofd knalde. Als ik het maar intens genoeg wil kan ik de tijd terugdraaien, dat voel ik aan alles. Het is als een glitch in een spel - ik moet simpelweg een reset vinden. Ik moet terug naar het moment vóór ik out ging, dus voordat we besloten naar het veld te gaan. Ik moet terug naar zaterdagochtend, en wakker worden aan de goede kant van het bed. Het denken geeft me hoofdpijn, dus ik spoel een paar aspirines weg met m’n glas wijn om tot rust te komen.
Ik loop om het bed heen en ga naast ‘m liggen. Ik woel door zijn haar, maar schrik als ik een ijsklomp op zijn achterhoofd voel. Het koelelement waar hij op ligt blijkt een laag ijs onder zijn hoofd te hebben gevormd waardoor zijn haar is vastgevroren aan het laken.
Hij moet in elk geval warm worden. Ik sla mijn arm om hem heen en wrijf over zijn bovenarm en zijn handen, zoals ik dat bij mijn dochter doe als ze verkleumd van zwemles thuiskomt. Dit is het moment om in god te gaan geloven, weet ik, en ik beloof dat als dit lukt, dat ik dan meteen met Bas naar het ziekenhuis zal gaan om hem door de artsen binnenstebuiten te laten keren, en dat ik sowieso mijn leven zal beteren en nog veel meer.
Ik sluit mijn ogen en probeer terug te gaan naar zaterdagochtend, toen we langzaam wakker werden op deze zelfde plek. Het helpt niks. Na vijf minuten heb ik een ruwe plek op Bas’ trui gewreven maar is hij nog altijd koud. Ik moet het grondiger aanpakken.
Ik trek de stekker van het koelelement uit het stopcontact en zet het raam wagenwijd open, zodat de zwoele avondlucht naar binnen kan. Dan probeer ik Bas naar zijn eigen plek te duwen, maar hij is te zwaar en te vastgevroren om beweging in zijn lichaam te krijgen. Voorzichtig til ik eerst z’n hoofd van het kussen, maak zijn krullen los van de ijsklomp aan het laken. Dan ga ik aan de andere kant van het bed zitten en trek eerst zijn bovenlichaam, dan zijn benen steeds een stukje opzij tot hij aan zijn eigen kant van het bed ligt. Ik leg drie dekens over hem heen en ga tegen hem aan liggen. Terwijl ik kijk hoe Bas ontdooit en voel ik me tot rust komen.
‘Tot morgen, lieverd’ fluister ik, en dan zak ik langzaam in een diepe slaap.

***

Annemieke de Bruin
is eerstejaars student aan de Schrijversvakschool. Ze woont in Haarlem met haar twee kinderen en kat.

Reacties

  1. Gefeliciteerd Annemieke! Well done! Goed verhaal!

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Terechte winnaar, goed verhaal

    BeantwoordenVerwijderen
  3. Als dit waar gebeurd is en misschien niet eens lang geleden, dan ben jij een zeer sterke vrouw en een geweldige verteller. Is het verzonnen dan ben je minstens een geweldige schrijfster! Doe zo voort en hou je sterk en hopelijk is je hoofdpijn over. Van harte Karin Claeys

    BeantwoordenVerwijderen
  4. Dan weet ik nu waarom ik niet gewonnen heb: damn, wat een goed verhaal! Voor mijn werk begeleid ik mensen bij rouw en verlies, en deze fase van ontkenning is dus bekend. Ontkenning zo indringend beschreven - van de ik persoon, maar ook van de moeder met haar doekjes met bleek... dat had ik nog nooit gelezen. Veel plezier gewenst met schrijven en publiceren!

    BeantwoordenVerwijderen
  5. Deze reactie is verwijderd door een blogbeheerder.

    BeantwoordenVerwijderen
  6. Deze reactie is verwijderd door een blogbeheerder.

    BeantwoordenVerwijderen
  7. Deze reactie is verwijderd door een blogbeheerder.

    BeantwoordenVerwijderen
  8. Deze reactie is verwijderd door een blogbeheerder.

    BeantwoordenVerwijderen
  9. Deze reactie is verwijderd door een blogbeheerder.

    BeantwoordenVerwijderen
  10. MIJN VRIEND KREEG TERUG MET DE HULP VAN DR. ISIKOLO EN IK BEN ECHT OVERWELDIG
    Hallo allemaal, ik ben Anne Francken. Toen alle hoop verloren was om mijn relatie tussen mij en mijn vriend weer te laten werken, ging ik online op zoek naar hulp en ik las en nam contact op met DR ISIKOLO die kwam en alles repareerde en hij zal de rest van mijn leven door mij gewaardeerd blijven. Te vaak heb ik emotionele trauma's doorgemaakt vanwege de eindeloze problemen die ik had met mijn man en het leidde tot onze breuk en daarom zocht ik hulp en ontdekte DR. ISIKOLO die mij te hulp kwam. Hij vertelde me de procedures en spoorde me aan om eraan te voldoen, wat ik graag deed en hij stelde het proces van het vinden van oplossingen voor mijn problemen niet uit en ik kreeg het resultaat in slechts 2 dagen, zoals hij mij verzekerde. Doe geen moeite om elders hulp te zoeken, want hij is te goed in het helpen van mensen. Hij is betrouwbaar en eerlijk, dus sms hem nu via WhatsApp: +234-8133261196 of zijn e-mail: isikolosolutionhome@gmail.com

    BeantwoordenVerwijderen
  11. Mijn naam is Eva Berkhout. Ik heb moeilijke tijden meegemaakt met verschillende mannen die ware liefde en oprechte acceptatie vonden, totdat ik mijn man ontmoette die in mijn leven kwam en van me hield zonder dat woorden het kunnen uitleggen. We hebben twee jaar samengewoond en we waren gelukkig totdat er te veel ruzie ontstond en onze wegen uit elkaar gingen. Ik dacht dat ik verder kon, maar ik besefte dat ik erg verliefd op hem was en voor altijd bij hem nodig had. Ik had geen andere keuze dan hulp te zoeken, wat ertoe leidde dat ik contact opnam met dr. Isikolo, wetende hoe hij anderen heeft kunnen helpen. Hij schonk mij zijn aandacht en deed zijn best om ons weer met elkaar te verzoenen en binnen 48 uur manifesteerde het resultaat zich en kwam hij bij mij terug en we verzonnen de zaken weer. Nu zijn de liefde en het geluk teruggekeerd en het enige dat ik kan zeggen is dat ik dokter Isikolo echt waardeer omdat hij onbaatzuchtig is in het helpen van mij en anderen. Zijn e-mailcontact: isikolosolutionhome@gmail.com Je kunt hem ook WhatsAppen op +2348133261196

    BeantwoordenVerwijderen
  12. MIJN HUWELIJK WERKTE WEER MET DE HULP VAN DR. ISIKOLO, WIE DE MEEST EERLIJKE SPELL-GIET IS DIE JE KUNT VINDEN
    Ik ben Alida Doberschütz. Mijn huis was gevuld met eindeloze problemen en ellende, wat leidde tot de scheiding die ik nooit met mijn man had gewild. Alles stortte in en we gingen onze eigen weg. Ik probeerde verder te gaan, maar het was zo moeilijk voor mij omdat ik nog steeds van mijn man hield en mijn dochter altijd huilde omdat ze haar vader terug wilde. Ik had geen andere keuze dan hulp te zoeken, wat mij ertoe bracht contact op te nemen met DR. ISIKOLO nadat ik zoveel goede opmerkingen over zijn werk had gezien. Hij verzekerde mij dat hij mij en mijn man zou verzoenen met zijn verzoeningsbetovering, wat hij ook deed. Ik ben blij jullie allemaal te kunnen vertellen dat de liefde en het geluk zijn hersteld en dat we weer bij elkaar zijn gekomen en ik geloof dat het voor altijd voor ons is en allemaal dankzij DR. ISIKOLO die zoveel heeft gedaan om mijn gezin te redden. Hij heeft het nooit te druk om iemand te helpen. Neem dus nu contact met hem op als u ook hulp nodig heeft. e-mail hem nu via: isikolosolutionhome@gmail.com Sms hem gewoon via WhatsApp: +2348133261196

    BeantwoordenVerwijderen
  13. Deze reactie is verwijderd door een blogbeheerder.

    BeantwoordenVerwijderen
  14. Deze reactie is verwijderd door een blogbeheerder.

    BeantwoordenVerwijderen

Een reactie posten

Literaire Tijdschriften

Iets toe te voegen? Stuur je mail naar VerhaalvdMaand [at] gmail.com!