Van VvdM-longlister Martin Koot verscheen onlangs het indrukwekkende debuut Boreling bij uitgeverij Lucht.

XVVDM september 2023

 

Badhotel Domburg

- Robert Kruzdlo - Illustratie: Mariken Maas

Op haar vrije dagen logeerde grootmoeder An vaak bij ons. Onberispelijk gekleed: blauw gestreepte blouse, bovenste knoopje los, colbert, Zeeuwse steekbroche, onderkin, golvend jongenskapsel - Bubikopf - en een strakke lach die niet snel scheen te veranderen. Ze keek oplettend, streng en nooit gelukkig. Manloos.
‘Dat komt omdat ze niet van mannen houdt,’ zei moeder.

Mannen? Deze dingen moet je eigenlijk niet zeggen over An. An had meer trek in breien dan gezelschap van een kerel. Bij een kerel moet je bewegen en bij breien zit je stil. Ze breidde wollen onderbroeken, met opensplit die vreselijk kriebelde. Ik moest de broekjes eerst passen om de omvang van het elastiek te kunnen meten, voor ze verdwenen in de la.

Op een ochtend riep ze mij op haar kamer. Ze stond voor de staande spiegel en droeg losjes een korset - een pantsering bijeengehouden door barlijnen en ingeregen met veters die ik aan de achterkant moest aanhalen. Niet té hard: ‘Ik moet normaal kunnen ademhalen.’
Toch ja, wanneer ik té hard trok keek ze kirrend in de spiegel. Ze hield van mijn jongensachtige gedoe met limonade ogen. Ze had altijd een flesje gazeuse klaar staan en terwijl ik die opdronk, trok ze knisperend een zijde hemd, een zijde witte onderjurk tot over haar knie, en witte broekkousen aan. Nu mocht ik gaan. De sessie was afgelopen.

Lang bleef de kamergeur onder mijn neus hangen. Het was iets tussen groene zeep en eau de cologne. De neus weet er meer van…

Het was in die tijd dat de radio schetterde dat Fidel Castro aan de macht was, en tegelijk bereikte voor het eerst wordt er over een raket naar de maan gesproken. De koudste winter moest nog komen. An bleef gewoon doorbreien.
Ik kwam vaak verdrietig van school terug. De klasse scheiding van katholieke en protestante scholieren veroorzaakte na schooltijd vaak opstootjes op straat. Af en toe kreeg ik klappen onder het toeziend oog van de leraar desbetreffende geloofsgemeenschap: protestant dus. Meer dan andere want ik was niet van het dorp, kwam uit het zuiden en gedroeg me natuurlijk anders dan de Zeeuwen. Op een van die dagen had ik weer eens een afranseling gekregen van een groepje boerenjongens: vadsige kleikoppen. Het was notenbenen op mijn verjaardag en dat wisten ze natuurlijk.

An stond klaar met een grote witte schuin toelopende doos. Feliciteerde en hielp mij met de doos te openen. Er zat een gitaar en lesmateriaal met Duitse liedjes in. Een instrument met zes snaren, hoe moet ik die bespelen, laat staan hoe ik het verschil kon horen tussen een E of een D. En dan Duitse kinderliedje en dat zo pas na de oorlog? An zag geen probleem. De eerste beginselen, plectrum en stemmen van de snaren, dat kon ze allenmaal uitgeleggen en sneller dan ik dacht, leerde ik een aantal Duitse liedjes op de gitaar: Du, du liegst mir im Herzen …

Op mijn elfde kon ik Hansje Klein ging die Ganze welt hinein …

Op mijn twaalfde sprak ik aardig Duits. Dat was mooi meegenomen nu de Duitsers toeristen mochten terugkeren naar de Zeeuwse eilanden en kreeg Badhotel Domburg haar internationale allure terug.

Om iets te begeren wat je niet kunt krijgen ben je dan ongelukkig? An niet. Ze had zich erbij neergelegd. Toch zocht ze koortsachtig naar geluk, niet wetende hoe ze het geluk moest leren kennen. Iets dat zal komen maar op een of andere manier geweest, over was. Nooit heeft ze een bezadigd moment meegemaakt, weten te veroveren, om hét, de liefde te leren kennen. Het mocht niet. Ze leed: U zult niet begeren de vrouw van uw naaste…

Er was een moment dat ik dacht of hoopte, al was ik een kind, nu zal het gebeuren. Het was aan de bushalte, onderaan de heuvel, dat ik zie hoe ze door het moment werd overmand en haar ongeluk werd.

Samen stonden we aan de bushalte, het was februari, de zon scheen gortdroog. Er dwarrelde een windje door haar haar. We waren alleen. Ze vertelde over het huwelijk van de Belgische Prins Albert en de Italiaanse Donna Paola Ruffo di Calabria toen een man zich bij ons voegde. De man zei statig goedendag, had een heldere stem en keek An in wonderlijke peripetie aan, waardoor An op haar bollen kouwelijke wangen een rode kleur kreeg. Ze kneep in mijn hand. Ik begreep dat ze in gevaar verkeerde want haar hand trilde en haar houding die was zo anders, het leek alsof ze gerezen was, slanker was geworden, van de grond wilde opstijgen. Weg van hier. Het werd nog erger: de man nodigde haar uit om koffie met hem te gaan drinken, maar An knikte van nee. Ze liet haar slangleren tas op de grond vallen en die dorst ze niet op te rapen. De man greep haar tas van de grond, …opende zijn ogen en vroeg of ze aan de overkant in hotel-restaurant Amour de Fill alsjeblief een kop koffie wilde drinken en het jongmens: ‘Jij mag een gevulde koek en een flesje Exota.’

De man kwam een klein stapje dichterbij. Op het moment dat hij zijn hand uitstak en om haar hand vroeg kwam grommend, hortend en stotend de bus tot stilstand.
‘U kent mij toch,’ stamelde de man, Gabriel, ik heet Gabriel.’
Opgelucht stapte we tegelijk de bus in. Was even duwen. Gelukkig, maar één passagier, een blinden man zonder pupillen. Zijn ogen puilde goor-wit uit de kassen en zo groot als kauwgomballen: ‘Is er iets,’ zei hij.
De man op de bushalte zwaaide werd klein en kleiner tot de bus krakend over de top van de heuvel hem definitief achterliet. Overal lag sneeuw en de bomen waren zwart onder een bevroren verstrooide blauwe hemel.
‘Zo gaat dat…,’ zei An, maar ik kon haar niet troosten. Op een of andere manier begreep ik haar angst. Wat zag zij achter haar ogen?

Met een smetteloze zakdoek waarvan ze zelf de kantlijn had gehaakt, depte ze haar mond, haalde sneller adem, kreeg het benauwt en vroeg fluisterend of ik een ruk wilde geven aan de korsetveter; boog voorover zodat ik met mijn hand over haar warme rug de korsetveter kon bereiken. Toen we thuis waren trok ze zich terug op de gastenkamer. Daar is ze tot de volgende ochtend gebleven.

An heeft nooit een relatie gehad met een man, ook nooit met een vent gezoend. Dat de verwekker van mijn moeder een familielid Oom Jastom zich, nadat zijn vergrijp bekend werd, de volgende dag op de rails is gaan liggen - niet wetende dat door stremming geen treinen reden - uiteindelijk in zijn eigen tuin, onder de granaatappelboom aan zijn einde is gekomen. Er lag een afgebroken tak naast hem in het gras: hij had zijn nek gebroken.
‘Wie klimt er nu in een hoogstamappelboom,’ vroeg men zich af en dan ook nog naar de top.

Hij droeg zijn beste pak en in zijn binnenzak zat een brief waarin stond dat hij zijn vermogen schonk aan de weeskinderen in Afrika. Dat was nog het ergste van alles.

An werkte in de ontbijt- lunch keuken Badhotel Domburg een plaatsje niet ver van het dorp waar wij woonden. Ze had in de vijfentwintig jaar dat ze er werkte, alle relaties van koningin Emma voorbijzien komen, beroemde buitenlandse koningen en koninginnen, prinsessen, Europese elite, enzovoorts. Maar ook kunstenaars als Piet Mondriaan. Haar wens, want die had ze als klein meisje, was in vervulling gegaan. Ze wilde altijd in een chic hotel werken en vooral in een hotel waar voornamen mensen kwamen, vrouwen, ministers, beroemde artiesten en mensen met veel geld. Maar ze had nog een andere wens, een droom dat ze een baan zou krijgen ergens aan het hof, maar dat was een maar droom die, waarschijnlijk door haar uiterlijk in vervulling is gegaan.

An hield van geschiedenis, van koningen en koninginnen, vooral van de Pruisische koning Frans Jozef die voor haar het voorbeeld was van hoe je over de wereld moest regeren. Al was de tijd van Frans verstreken toch rakelde ze geregeld de geschiedenis van Frans op. Ze kreeg dan een merkwaardige glimlach op haar lippen, die zich versmalde, dan tutterig alsof ze een fantoom wilde kussen. Voor haar was de wereld van Frans en Sisi hoe je moest leven, de enige geschiedenis op aarde leek en de overige koningshuizen konden er niet aan tippen.

Ik bezocht geregeld Badhotel Domburg, meestal als ik honger had. Ik had kommerlijk het huis verlaten. Dan gaf ze mij een geroosterde boterham met ham uit Spanje, mettwurst, peperkoek en cake. Terwijl de bleke dienstertjes stiekem naar mij knipoogde had ik een beetje medelijden met hen. Ze waren bang voor An.

Strak in uniform, in keizerslinnen zwart hemd, jurk, kousen en schoenen, gesteven witte katoenen keukenschort, een haarkam in haar opgebonden haar, keek ze streng toe hoe de ontbijt-, lunch bestellingen de keuken verlieten. Of alles keurig was gerangschikt op zilverschalen: croissant, geroosterd brood, ontbijtkoek, broodbeleg, jam en boterballetjes in de juiste compositie geserveerd werd; het Wedgwood porseleinen servies, de reinheid van de servetten, smetteloze borden zonder vingerafdrukken en er nergens een broodkruimel te zien was. De thee en koffie warm genoeg voorgezet. En als ze het had goedgekeurd, pas dan mocht het dienstertjes door de klapdeuren naar de ontbijt-, lunchzaal vertrekken.
Haar strakke grijze ogen keken als van een roofdier om op elk moment van onoplettendheid, een foutje te kunnen toeslaan. Onderlip stijfjes tegen haar boven lip gedrukt, letten ze als een zuurpruim op de soms zeer jonge nerveuze dienstertjes die niet mochten trippelen met het ontbijt en lunch, maar schreden door de zaal en langs de tafels. Inschikkelijk als ze waren om geen grote vernedering te ondergaan deden ze precies wat grootmoeder An hun opdroeg. Ze haalde gelukkig adem.

‘An haar liefde zit achter het innerlijk behang geplakt en verstopt,’ had moeder mij terloops verteld. Ik zal het nooit meer vergeten. Welke liefde kan daaraan iets veranderen. Haar lot was dat dat ze vrijgezel bleef. Vond ze niet erg.

‘Een man komt er bij mij niet meer in’, zei ze vaak.

Een keer had ik de moed een liedje voor haar te zingen. En dat ging niet zonder slag of stoot. Natuurlijk waren de snaren verkeerd gestemd, mijn vingers niet goed achter de frets geplaatst en was mijn uitspraak imperfect.
‘Oma,’ zei ik, ‘doe nu eens anders.’
Ik nam haar hand… en zei: ‘Laat mij een keer een liedje voor u spelen?’
‘Wat kun jij zingen?’
‘Ja, Du, du liegst mir im Herzen.’ (Zonder hakkelen.)
Ze lei de breipennen neer en keek of ze naar haar kamer verlangde.

Du, du liegst mir im Herzen
du, du liegst mir im Sinn.
Du, du machst mir viel Schmerzen,
weißt nicht wie gut ich dir bin.
Ja, ja, ja, ja, weißt nicht wie gut ich dir bin.

So, so wie ich dich liebe
so, so liebe auch mich.
Die, die zärtlichsten Triebe
‘Ja, ja houdt nu maar op’.
Ik ging brutaal door…

fühle ich ewig für dich.
Ja, ja, ja, ja, fühle ich ewig für dich.

Doch, doch darf ich dir trauen
dir, dir mit leichtem Sinn?
Du, du kannst auf mich bauen
weißt ja wie gut ich dir bin!
Ja, ja, ja, ja, weißt ja wie gut ich dir bin!

Und, und wenn in der Ferne,
mir, mir dein Bild erscheint,
dann, dann wünscht ich so gerne
daß uns die Liebe vereint.
Ja, ja, ja, ja, daß uns die Liebe vereint.

‘Dat zal wel,’ zei ze en stond op, liep de tuin in met haar zakdoek.
‘Die rot moffin.’

Nu begreep ik het.

***

Robert Kruzdlo is kunstenaar, 74 jaar oud. Geboren in New Jersey en woonachtig in Spanje tussen de flamenco zangers. Bezig met een familie kroniek.

Mariken Maas
is als jonge maker gevestigd in Amsterdam waar ze afstudeert aan de Breitner academie. Naast het maken van educatief materiaal voor verschillende instanties is ze druk bezig met haar beeldende praktijk en haar baan in de thuiszorg waar ze ontzettend van geniet.







Reacties

  1. Goed verhaal, zo jammer van de tientallen slordige spel-,dt-, en taalfoutjes.

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Het commentaar van de juryleden komt hierop neer: halverwege gestopt met lezen, vol fouten, volslagen onduidelijk einde, onbegrijpelijk dat het de shortlist heeft gehaald. En toch wordt het gepubliceerd! Volkomen ongeloofwaardig dit! Wat is hier aan de hand?

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Ik wil daar wel wat op zeggen. Dit verhaal is door de redactie gekozen vanwege de volwassen stijl, de rustige sfeer en de geraffineerde wijze waarop de schrijver zijn wereld opbouwt, een wereld die geloofwaardig is en waar je als lezer in kunt wonen.

      Er zitten inderdaad veel fouten in. Maar wij zijn schrijvers, geen schoolmeesters. Net als bij een schilderij kun je in een verhaal door de schoonheidsfoutjes heen de diepte en kracht van het werk voelen. Een Van Gogh met foutjes is nog steeds een Van Gogh. Daarom is dit verkozen tot XVVDM.

      --Maarten

      Verwijderen
  3. Best een interessante setting en een personage met potentie, maar dit is naar mijn mening geen verhaal. Meer een beschrijving van een personage. Bovendien leiden de talloze taalfouten af. Ik ben halverwege afgehaakt en heb de rest verticaal gelezen.

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Daar ben ik het helemaal mee eens. Is er misschien iets misgegaan met de puntentelling? Want zelfs de jury snapt niet hoe dit de shortlist gehaald heeft. Wat mij betreft dat hele XVVDM afschaffen want dit is absurd.

      Verwijderen
  4. Vroeger hoefde het XVVDM niet op de shortlist te komen. Vreemde omweg. De chaos wordt groter!

    BeantwoordenVerwijderen
  5. Ik snap de behoefte aan een redactionele keuze wel, en ik denk dat het zeker toegevoegde waarde kan hebben. Misschien moet er alleen wat selectiever mee omgegaan worden, dat bijv. alleen een XVVDM wordt gepubliceerd als de unanieme nr. 1 van de redactie niet in de top-3 van de jury voorkomt o.i.d. Of is dat al hoe het nu is?

    BeantwoordenVerwijderen
  6. Er is al veel gezegd over het XVVDM. Ik vind dat het er moet blijven voor schrijvers die misschien (nog) niet het perfecte verhaal schrijven maar die we een steuntje in de rug geven omdat ze iets hebben, iets speciaals qua stijl, inhoud of wat dan ook. Ik denk ook dat het de reguliere wedstrijd niet in de weg staat. Zie het maar als een aanmoedigingsprijs.

    Het XVVDM wordt op de shortlist geplaatst om duidelijkheid te scheppen voor de schrijver(anders stuurt hij het misschien naar een andere wedstrijd)

    We hebben een tijdje elke maand een xvvdm gedaan, maar dat beviel niet. Nu doen we het af en toe.

    -- Maarten

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Goed besluit. Het is echter niet uit te sluiten dat een XvvdM -verhaal een aantal maanden achtereen voorkomt…

      Verwijderen
    2. Dank je. Het is zelfs niet uit te sluiten dat er in een maand twee gepubliceerd worden. Maar die kans acht ik wel klein.

      Verwijderen
  7. Het einde van dit prachtige en helaas tik- taalfouten verhaal is voor mij duidelijk: de jongen ontdekt intuïtief dat zijn oma aan de vrouwenliefde doet en belazerd is door een Duitse vrouwelijke geliefde; de jongen heeft een Aha-erlebnis. Een heel apart taalgebruik, -gevoel van de schrijver brengt je af en toe uit balans. Ga door alsjeblieft want je kan ons héél véél meer vertellen. Ik moest lachen omdat zijn moeder is verwekt door een moment van vervrachting. In die tijd waarschijnlijk een vaak voorkomende gebeurtenis.

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Moet staan ‘verkrachting’.

      Verwijderen
    2. Geachte redactie,

      Dank dat ik gewonnen heb, maar ik heb de verkeerde tekst gestuurd. Ik kan mij niet indenken dat ik een tekst stuur met zoveel tikfouten. Er staan veel N fouten in en niet zoveel DT fouten. Dus hier de tekst die af was voor ik mee deed met de schrijfwedstrijd.

      Badhotel Domburg


      Op haar vrije dagen logeerde grootmoeder An vaak bij ons. Ze was altijd onberispelijk gekleed met een blauw gestreepte blouse, het bovenste knoopje los, en een colbert, Zeeuwse steekbroche, onderkin, golvend jongenskapsel − Bubikopf − en een strakke lach die niet snel scheen te veranderen. Ze keek oplettend, streng en nooit gelukkig. Ze was manloos.
      ‘Dat komt omdat ze niet van mannen houdt’, zei moeder.

      Mannen? Deze dingen moet je eigenlijk niet zeggen over An. An had meer trek in breien dan in gezelschap van een kerel. Bij een kerel moet je bewegen en bij breien zit je stil. Ze breide wollen onderbroeken met open split, die vreselijk kriebelden. Ik moest de broekjes eerst passen om de omvang van het elastiek te kunnen meten, voordat ze verdwenen in de la.

      Op een ochtend riep ze mij op haar kamer. Ze stond voor de staande spiegel en droeg losjes een korset − een pantsering, bijeengehouden door baleinen en ingeregen met veters, die ik aan de achterkant moest aanhalen. Niet te hard: ‘Ik moet normaal kunnen ademhalen.’
      Toch ja, wanneer ik te hard trok, keek ze kirrend in de spiegel. Ze hield van mijn jongensachtige gedoe met limonade ogen. Ze had altijd een flesje gazeuse klaarstaan en terwijl ik die opdronk, trok ze knisperend een zijde hemd, een zijde witte onderjurk tot over haar knie en witte broekkousen aan. Nu mocht ik gaan. De sessie was afgelopen.

      Lang bleef de kamergeur in mijn neus hangen. Het was iets tussen groene zeep en eau de cologne. De neus weet er meer van…

      Het was in die tijd dat de radio schetterde dat Fidel Castro aan de macht was, en tegelijk wordt er over een raket naar de maan gesproken. De koudste winter moest nog komen. An bleef gewoon doorbreien.

      Ik kwam vaak verdrietig van school terug. De klassenscheiding van katholieke en protestante scholieren veroorzaakte na schooltijd vaak opstootjes op straat. Af en toe kreeg ik klappen onder het toeziend oog van de leraar van de desbetreffende geloofsgemeenschap, protestant dus. Meer dan anderen, want ik was niet van het dorp, kwam uit het zuiden en gedroeg me natuurlijk anders dan de Zeeuwen. Op een van die dagen had ik weer eens een afranseling gekregen van een groepje boerenjongens, vadsige kleikoppen. Het was nota bene op mijn verjaardag en dat wisten ze natuurlijk.

      An stond klaar met een grote witte schuin toelopende doos. Ze feliciteerde mij en hielp me de doos te openen. Er zat een gitaar en lesmateriaal met Duitse liedjes in. Een instrument met zes snaren. Hoe moet ik die bespelen, laat staan hoe ik het verschil kon horen tussen een E of een D. En dan Duitse kinderliedje en dat zo pas na de oorlog? An zag geen probleem. De eerste beginselen, plectrum en stemmen van de snaren, dat kon ze allemaal uitleggen en sneller dan ik dacht, leerde ik een aantal Duitse liedjes op de gitaar: Du, du liegst mir im Herzen …

      Op mijn elfde kon ik ‘Hansje Klein ging die Ganze welt hinein …’ spelen.

      Op mijn twaalfde sprak ik aardig Duits. Dat was mooi meegenomen nu de Duitse toeristen mochten terugkeren naar de Zeeuwse eilanden en Badhotel Domburg haar internationale allure terugkreeg.

      Om iets te begeren wat je niet kunt krijgen, ben je dan ongelukkig? An niet. Ze had zich erbij neergelegd. Toch zocht ze koortsachtig naar geluk, niet wetende hoe ze het moest leren kennen. Iets wat zal komen, maar op de een of andere manier geweest, over was. Nooit heeft ze een bezadigd moment meegemaakt, weten te veroveren, om het, de liefde te leren kennen. Het mocht niet. Ze leed: u zult niet begeren de vrouw van uw naaste…

      Er was een moment dat ik dacht of hoopte, al was ik een kind, nu zal het gebeuren. Het was aan de bushalte, onder aan de heuvel, dat ik zag hoe ze door het moment werd overmand en haar ongeluk werd.





      Verwijderen
    3. Bovenstaande tekst is niet de volledige tekst, maar dan heeft de lezer een idee hoe de tekst eruit zou zien als ik oplettender was geweest. Mijn excuses voor het ongemak. Robert Kruzdlo

      Verwijderen
  8. Dank aan de redactie dat ik een lange tekst mocht plaatsen op de regeer pagina.

    BeantwoordenVerwijderen

Een reactie posten

Literaire Tijdschriften

Iets toe te voegen? Stuur je mail naar VerhaalvdMaand [at] gmail.com!