Van VvdM-longlister Martin Koot verscheen onlangs het indrukwekkende debuut Boreling bij uitgeverij Lucht.

Winnaar januari 2024

 

Carwash

- Yvette Sprado - illustratie: Michele D'Asaro

Dokter Bilderberg vindt dat ik mijn gevoelens moet opschrijven. Ik denk dat het me gemakkelijker afgaat om me tot jou te richten. Niet dat ik het ooit aan je zal laten lezen. En aan dokter Bilderberg al helemaal niet.
Als ik dit schrijf is het bijna twee maanden geleden dat je bij me bleef slapen. Wat jammer dat ik je sindsdien niet meer heb gezien. Ik snap je teleurstelling. Ik was ook teleurgesteld. Niet in jou maar in mezelf. Zo’n eerste keer is lastig. Voor een man nog een beetje meer. Je weet wel: de bewijsdrang en zo. Ik vind het bijzonder dat je meteen de hele nacht bleef. Dat zegt toch wel wat. Jij bent geen vrouw die zomaar met een vent het bed induikt. Jij voelt wat ik voel, alleen weet je het nog niet.
Ik voel je aanwezigheid nog steeds. Het was voor het eerst dat ik iemand in mijn nieuwe huis ontving en wat een inwijding. Een betere housewarming kan ik me niet wensen. Jij geeft alles meer glans. Voor de volgende keer – die komt, ik weet het zeker – heb je in de badkamer je eigen tandenborstel en een tube Parodontax. Dat is toch je favoriete merk? Gisteren heb ik het kleine stukje folie onder de dop verwijderd en er even van geproefd. Ik heb een dekentje aangeschaft, omdat ik weet dat je daar graag mee op de bank zit. En ik heb de bank ingespoten met een vleugje Roma van Laura Biagiotti. Vind je het allemaal een beetje overdreven? Dat snap ik wel. Zo ben ik nu eenmaal. Een hopeloze romanticus.

Bij de therapie heb ik nog niks over jou verteld. Ik wil dat voor mezelf houden. Dokter Bilderberg vist af en toe wel naar de stand van mijn liefdesleven. Hij stelt altijd veel vragen. Als een teek bijt hij zich in me vast. Over mijn moeder weet hij van geen ophouden, maar gek genoeg vraagt hij zelden naar mijn vader. Ik heb hem, naar waarheid, verteld dat ik een ongelukje was, voortgekomen uit een onenightstand. Dat mijn vader in mijn jeugd af en toe langskwam en mijn moeder hem dan even binnenliet voor koffie.
‘Heb je geld bij je?’ vroeg mijn moeder dan.
‘Mens, hou toch op met dat geouwehoer over geld. Jij wilde dat kind toch!’
Ik heb hem dat diverse malen horen zeggen.
Als hij geen geld bij zich had, werd het al snel een scheldpartij. Als hij wel een envelop bij zich had, mocht hij mij meenemen. We gingen dan altijd naar de Carwash. Het was eigenlijk ons enige uitje. Dat heb ik tijdens therapie verteld over mijn vader en verder dat ik hem al zeker twintig jaar niet meer heb gezien. Dokter Bilderberg neemt daar genoegen mee.

Ik merk dat ik je goedkeuring zoek. Je zei dat je een hekel hebt aan eten met een bord op schoot voor de tv. Tegenwoordig eet ik ’s avonds aan tafel op de plek tegenover de stoel waar jij die avond op zat. Met een boek. Je kent het: God, een anatomische verkenning. Ik ben er wel even zoet mee. Eerlijk gezegd had ik zo’n soort boek zelf nooit uitgekozen. Wat me fascineert is dat jij het leest en wat ik daar dan weer in zou moeten lezen over jou. Heb je dit boek zelf uitgezocht? Of heb je het gekregen en van wie dan? Wilde je er iets mee zeggen toen je mij vertelde dat je dit boek las? En wat is in dat geval de boodschap? Hoe ga ik die vinden in dat dikke boek? Of zoek ik er te veel achter? Sinds jij in mijn leven bent, bevraag ik alles, ben ik uiterst alert en optimistisch maar ook onzeker. Het is voor het eerst in tijden dat ik het gevoel heb dat ik leef. Om me dan plots heel teneergeslagen te voelen, omdat jij mij niet terugappt.

Volgens dokter Bilderberg heb ik moeite met afwijzing. Maar dat heeft iedereen toch? Hij noemt dan steeds mijn moeder als voorbeeld. Nee, ze was geen knuffelmoeder en van de complimenten was ze ook niet. Ze vond dat ik te veel op mijn vader leek. We hebben het er bij de vorige sessie nog over gehad.
‘Dat ligt bij haar, niet bij mij’, zei ik tegen dokter Bilderberg.
‘Knap dat je het zo weet te benoemen. Ik vind het een heel volwassen inzicht’, antwoordde hij.
‘Ik ben een volwassen man’, zei ik. Hij kon er niet om lachen. Jammer dat Bilderberg een humorloze man is. Hij maakt een hoop dingen zwaarder dan ze zijn. Soms lijkt hij ook verstrikt te raken in zijn eigen theorieën. Aan de ene kant vertelt hij mij dat ik mijn eigen koers moet varen, me niet moet laten leiden door wat anderen denken. Aan de andere kant wil hij dat ik precies zo leef als hij mij opdraagt. Laatst nog: ‘Waak voor oude gewoontes. Jij bent niet je dwangneurose. Je kunt nee zeggen tegen die stem in je hoofd.’
Dwangneurose! Ik houd het liever op magisch denken. Het heeft me altijd veel houvast gegeven. Natuurlijk moet het niet je hele leven overnemen, maar het is net als mensen die op dieet staan. Je houdt je zo goed mogelijk aan je dieet, maar soms moet je het even loslaten.

Vandaag is cheat day. Ik ga m’n auto volgooien en als het lukt, dan ga ik door naar de Carwash. Als beloning. Vroeger vond ik de Carwash eng. Ik voelde me altijd erg opgelaten wanneer mijn vader me kwam ophalen, maar ik moest mee van mijn moeder. Huilend, soms gillend ging ik mee. Ze zei dat ik me niet moest aanstellen. Op een gegeven moment heb ik me erbij neergelegd en uiteindelijk werd het een soort kermisattractie. Zoiets als Droomvlucht in de Efteling. Tegenwoordig is het een extra beloning als ik succes heb met magisch denken. De grote Carwash in Houten is mijn favoriet.
Hoe zou het zijn om met jou samen door de Carwash te rijden? Eerst het kletterende water alsof je door een tropische regenbui rijdt. Dan die sensatie dat je wordt meegesleurd in een rivier. Ondertussen sluiten wild draaiende borstels je in. Alsof je je een weg baant door het oerwoud, inclusief het huiveringwekkende geluid van wijkende takken. En ook al heb ik het al honderden keren gedaan, ik voel nog steeds de dreiging van de borstels die op de voorruit afkomen. Het is net een thriller. Als de spanning bijna ondraaglijk is, komt de ontknoping. Je vindt je weg uit het oerwoud en grote gekleurde lappen glijden langs je ruiten als tropische vogels die hun vleugels spreiden. Er is weer licht. De anticlimax is dat je daarna op een industrieterrein zelf je auto moet stofzuigen. Daar moeten ze nog eens iets op verzinnen.

Sinds onze nacht samen, is het alsof je naast me staat. Ik praat doorlopend tegen je. Aan jou kan ik alles vertellen. Zoals nu, onderweg naar het tankstation. Het is de eerste keer dat ik met deze auto ga tanken sinds de dealer de auto afleverde met een volle tank. De kilometerteller wijst een bijna maagdelijke stand aan. 560 km geleden kocht ik met deze kleine Fiat mijn vrijheid. Het is de eerste stap die ik heb genomen nadat ik uit de kliniek was ontslagen. Een mijlpaal op weg naar een nieuw leven. Met jou. Je mag best weten dat ik het een teleurstelling vond toen je niet met me mee wilde naar het strand, maar ik begrijp dat ik dat moet accepteren. Je bent er nog niet klaar voor. Dat komt nog wel. En ik heb zelf nog werk te doen. Een vaste baan zoeken. Mijn achternaam wijzigen. Het is beter dat we nog even wachten met onze relatie. Er zijn nog losse eindjes.
Toch zie ik je al helemaal naast me zitten. Gewoon lekker kletsen, af en toe een sarcastische grap. Of stil. Stil is ook goed, met een ouderwetse kaart op schoot om de weg te vinden naar een strand in Frankrijk. En nu zie ik je naast me, bij het tankstation. Je maakt grappen over mijn eigenaardigheid om altijd op een rond getal uit te komen. Niet zoals andere mensen: de tank zo vol mogelijk en altijd met 00 achter de komma. Maar mijn eigen mooie ronde getallen. Een perfecte combinatie van de 0, de 3, de 6 en de 9. De kunst is om van tevoren te weten hoeveel er in de tank past, wat de auto gemiddeld verbruikt en hoe hoog de benzineprijs is. De schommelende benzineprijzen maken het altijd weer lastig. Als ik op safe speel, vul ik nu voor 39,99 euro maar als ik echt stappen wil maken, dan wordt het 60,00 euro met het risico dat het niet past in de tank. Jij bent de inzet. Jij zit sneller naast me als ik een groter risico neem. Ik moet het slim spelen.
Ik zie je glimlachen. Je zegt: ‘iedereen heeft zo zijn afwijkingen.’ En dan vertel je mij over de jouwe. Wist ik het maar. Kende ik maar al jouw eigenaardigheden. Als ik met het tankpistool in mijn hand sta, twijfel ik nog steeds. Ik tank voor het eerst met deze auto. Ik moet voorzichtig zijn. Daarom kies ik voor de 39,99 euro. Eerst nonchalant de handle inknijpen. Zorgeloos op naar de 10 euro. Ik wil nu 11,11. En yes! Ik heb het nog in me. ‘Het is net als fietsen’, zeg ik tegen je en je lacht naar me. Op naar de 20,00 euro – alleen om te oefenen. Shit, ik schiet door. Kan gebeuren. 33,33. Raak. Ik mag hier ook ophouden, maar voor een grotere prijs moet ik doorspelen. 33,39. Weer gelukt. Ik heb het nog in de vingers. ‘Misschien moet ik de fruitmachines in het casino ook eens proberen’, zeg ik tegen je. Met kleine kneepjes tank ik verder. 39,99 euro, appeltje-eitje. Ik heb het gehaald. Het streefbedrag. Zenuwslopend en zinnenprikkelend.
Zal ik doorgaan? Of is het onverstandig? Er zijn geen mooie getallen meer tot 60,00. Ik twijfel. Achter ons staat iemand te wachten. Ik zie de ergernis. Een kerel in een dikke auto. Hij zal wel denken waar doet die gast zo lang over met z’n lullige Fiat? Nou, voor zo’n patser ga ik me niet haasten. Ik kan het. Dat weet ik zeker. Zou je me aanmoedigen om meer te tanken?
‘Wat maakt het uit?’ hoor ik je zeggen. ‘Het is toch maar een spel.’
Niet voor mij. Voor mij is dit echt. Jij staat op het spel. En ik weet zeker dat ik meer kans maak als ik precies op 60,00 uitkom. Dat is beter dan 39,99. Komt die kerel met z’n stomme SUV nou dichterbij? Serieus, bumperkleven bij het pompstation? Wat een lul. Als ik het niet doe om jou voor me te winnen, dan doe ik het in ieder geval om hem te treiteren. Tergend langzaam zal ik tot 60,00 euro tanken. Ja, dat doe ik. Het pistool houd ik half ingedrukt. Ik kijk van de meter naar de man in de SUV. Hij heft zijn armen in de lucht. Ik zit net op 45 euro. Ik ga nu tanken met stapjes van 10 cent. De man zal denken dat ik onverstoorbaar ben. Vanuit mijn ooghoek zie ik hem nog dichterbij komen. Hij wil dat ik zie dat hij geërgerd is. Ik knipoog naar jou en zeg: ‘Sommige mensen, echt, gewoon niet te doen. Moet je kijken hoe die man zich zit op te winden.’ Je moedigt me aan. Ja, dat zou je doen.
‘We zitten al op 54 euro lieverd,’ zeg ik hardop. Zou je me twee duimen geven? Nee, dat doe je niet. Jij ben niet van de duimpjes en de high fives. Jij bent van de woorden. Wat zou je zeggen?
En dan - je vindt het vast melodramatisch klinken - slaat het noodlot toe. 56,89. Ik kan doortanken en het over de weg laten vloeien. Het kan me niet zoveel schelen. Dat gezeik over het milieu komt me de strot uit. Wat zou jij vinden? Ben jij een milieudrammer? Je at laatst sushi. Misschien ben je pescotariër. Nee, ik moet het risico niet nemen. Je zou wel eens heel boos kunnen worden. Godverdomme, gaat die gek achter me nou toeteren? ‘Rot op man.’
In mijn vorige auto lag altijd een 5-liter tankje klaar voor dit soort noodgevallen. Maar die heb ik niet en bij zo’n Tango-station zit ook geen winkel. Opeens weet ik het. Ik moet nog voor 3,11 euro tanken. Dat is iets meer dan anderhalve liter. In de auto liggen twee waterflessen. Ik giet de waterflessen leeg. Moet je kijken, die gek stapt uit.
‘Wat ben je aan het doen man?’
‘Tanken. Dat zie je toch?’ Ik wil eigenlijk mijn middelvinger opsteken, maar dat gaat niet met volle handen.
‘Jij spoort niet.’
Ik moet me inhouden. Ik sta met het flesje in mijn hand en nou loopt het er toch langs. Dat tankpistool is natuurlijk veel te groot. Ik zie een plasje op de grond en ik fluister ‘sorry’ tegen je. Die gek achter me denkt dat ik het tegen hem heb. Ik zit op 59,12. Het moet nu goed gaan. Ik concentreer me tot het uiterste. En dan is het 60,00 euro geworden. Ik draai de doppen op de waterflessen met benzine. Dan maak ik een sprong. Ik juich, ik maak een vreugdedansje. De man achter me tikt op zijn voorhoofd. Ik steek alsnog mijn middelvinger op. Het kan me niet schelen. Ik zet het bonnetje in de voorruit. Mijn trofee. Of eigenlijk ben jij mijn trofee.
Op naar de Carwash. Ik heb het verdiend.

Sinds cheat day heeft het magisch denken meer grip op me gekregen. Op voorschrift van dokter Bilderberg ben ik daarom aan de Prozac. Er is veel ten goede veranderd. Ik heb mijn leven onder controle. Maar Prozac geeft me het gevoel dat ik niet mezelf ben. De onrust verdwijnt weliswaar, maar ook mijn humor en mijn observatievermogen. Het tellen wordt minder. Eigenlijk maakt Prozac alles minder. Zelfs mijn gevoel voor jou. Ik zie het verschil aan de appjes die ik je stuur. De pre-Prozac appjes waren wat opdringerig. Ik wilde altijd te snel te veel.
Dan zou je denken: fijn toch om weer een normaal mens te zijn? Niet dus. Hoe zal ik het zeggen? Dat normale mens woont in mijn lijf, gebruikt mijn tandenborstel, stuurt jou heel af en toe een neutraal appje, wordt alom gewaardeerd, maar laat geen ruimte voor mij. Ik hoop over een tijdje met dokter Bilderberg een afbouwschema te bespreken. Maar vandaag nog niet. Dat zou hij te vroeg vinden. Vandaag moet ik dokter Bilderberg een beetje paaien. Ik heb zijn hulp keihard nodig voor mijn naamsverandering.
Ik vertel hem dat ik de naam van mijn vader niet wil omdat we nooit een vader-zoonrelatie hebben gehad en schuif de papieren voor naamsverandering naar hem toe. Aanvraagformulier C1: vanwege de lichamelijke of geestelijke gezondheid de achternaam wijzigen.
‘Ik dacht dat je de naam van je moeder had’, zegt hij.
Dat geloof je toch niet! Dat je psycholoog gewoon maar wat aannames doet.
‘Nee, en die wil ik ook niet. Mijn moeder heeft altijd geweten dat de band tussen mij en mijn vader slecht was.’
‘Hij kwam je toch af en toe ophalen?’
‘Precies, en daar word ik eigenlijk liever niet aan herinnerd.’
‘Kun je me vertellen waarom?’
Het is niet de vraag, maar de zalvende stem van dokter Bilderberg die me dwarszit. Ik wil het hem niet vertellen. Ik wil het niemand vertellen. Zelfs jou niet.
‘Hij is nooit een vader voor me geweest.’ Ik houd me op de vlakte, wil niet het achterste van mijn tong laten zien. Maar dokter Bilderberg vindt het niet genoeg.
‘Dat snap ik. Is dat waarom je zijn naam niet wilt of is er meer?’
De beelden van de Carwash komen terug. Het moet nu nog lukken om de tranen droog te knipperen.
‘Hij had ook losse handen.’ Ik kijk weg om dokter Bilderberg duidelijk te maken dat ik het er verder niet over wil hebben. En ik ben ook bang dat hij ziet dat ik niet de hele waarheid vertel.
‘Maar jongen toch!’ Het is voor het eerst in mijn leven dat iemand me jongen noemt. Ik voel mijn ogen vollopen. Dan schuift dokter Bilderberg de Kleenex decobox naar me toe. De tranen beginnen nu te vallen. Oncontroleerbaar. In de gele Opel Ascona waarmee pa me kwam ophalen als we naar de Carwash gingen, stond ook zo’n decobox met Kleenex. Die gaf hij me aan het eind van de droomvlucht. Ineens zie ik het allemaal weer voor me.
Eerst het kletterende water. Het angstaanjagende geluid in het donker. 39 secondes. Dan de borstels. Ik stop met ademen. Nu begint het echt.
Papa, nee!
63 secondes. Tot het licht komt. Even is er licht. Een jongen spuit de velgen schoon. Pa zet de decobox op het vlees van zijn schoot en stuurt bij. De jongen kijkt niet naar ons. Hij kijkt nooit. Nooit. Ook niet als ik wanhopig probeer zijn blik te vangen. Na 60 secondes weer het donker in. Opnieuw borstels. Sneller, harder. Harder. 66 secondes. De wapperende vleugels van de tropische vogels. Het is bijna voorbij. 91, 92, 93. Dan trekt pa zijn rits dicht en geeft hij me de Kleenex.
Ik zeg tegen dokter Bilderberg: ‘Mijn vader en ik gingen eens in de maand naar de Carwash. We… ik… hij…,’ verder kom ik niet.
Hij zegt: ‘Ach jongen toch, natuurlijk is het verwarrend om die mooie herinneringen te rijmen met het geweld van je vader.’ Hij zegt nog dat het logisch is dat gevoelens van verontwaardiging, woede, maar ook liefde over elkaar heen tuimelen. ‘Ja jongen, al die gevoelens mogen er zijn. Ook de mooie herinneringen aan de Carwash mag je koesteren.’

***

Yvette Sprado
studeerde communicatiewetenschap, filosofie en forensische antropologie. Zij runde 25 jaar een communicatiebedrijf. Op dit moment legt zij de laatste hand aan haar eerste roman, De kop van Janus.

Michele D'Asaro
is geboren en getogen in Rome en woont sinds zijn studietijd in Nijmegen. Na omzwervingen in onderzoek en wetenschapspopularisering is hij nu docent wis- en scheikunde voor internationale studenten. In zijn vrije tijd schildert hij graag, een passie die hij eindelijk met de buitenwereld begint te delen na deze jarenlang in de onderste lade te hebben verborgen.

Reacties

  1. Dank je wel Michele D'Asaro voor je fantastische illustratie!

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Wat een geweldig geschreven wrang verhaal!

    BeantwoordenVerwijderen
  3. Wat een dijk van een verhaal! Gefeliciteerd met de overwinning Yvette!

    BeantwoordenVerwijderen
  4. Wat een prachtig verhaal!

    BeantwoordenVerwijderen
  5. Wat een goed verhaal. Gefeliciteerd!

    BeantwoordenVerwijderen
  6. Super! Ik wil meer van je lezen! Win je volgende maand opnieuw?

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Ik lever in ieder geval een nieuw verhaal in.

      Verwijderen
  7. Prachtig verhaal, Yvette! Van harte gefeliciteerd met je overwinning. 🥳🎉

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Dank je Petra. Laten we elkaar scherp houden. Schrijf ze.

      Verwijderen
  8. Gefeliciteerd! Topverhaal!

    BeantwoordenVerwijderen
  9. Wat een doortastend verhaal voor zo weinig woorden! Ik kijk uit naar je volgende verhalen :-)

    BeantwoordenVerwijderen
  10. Heel mooi verhaal, van harte gefeliciteerd.

    BeantwoordenVerwijderen
  11. Prachtig verhaal. Knap hoor, zoals je in het hoofd en onder de huid kruipt van een obsessieve man, en de dreigende onderstroom die steeds aan kracht toeneemt. Maar ook de schoonheid van een carwash, in contrast met de traumatische 'bevuiling' van de jongen die die man in zich meedraagt. Kortom, veel lagen; een indrukwekkendr pen(ny)wafel die smaakt naar meer!
    .

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Wauw! Mooie beschrijving van het verhaal!

      Verwijderen
    2. Dat leest als de reactie van een andere schrijver. Wanneer kunnen we van jou een verhaal verwachten?

      Verwijderen
  12. Heel intiem, die ik- en jij-vorm. Krachtig hoe je steeds meer onthult en de lagen in evenwicht houdt. Schitterende zinnen en lekker absurdistisch bij dat tankstation. Goede versnelling ook aan het einde. Benieuwd naar meer.

    BeantwoordenVerwijderen
  13. Sterk verhaal, leest als een trein. Knap dat een 'groot' verhaal, zo beknopt beschreven kan worden. Zeer mooie en passende illustratie ook

    BeantwoordenVerwijderen

Een reactie posten

Literaire Tijdschriften

Iets toe te voegen? Stuur je mail naar VerhaalvdMaand [at] gmail.com!