Van VvdM-longlister Martin Koot verscheen onlangs het indrukwekkende debuut Boreling bij uitgeverij Lucht.

Tweede plaats februari 2024

 

Drager

-Annerieke Weijts - illustratie: Kelly Driedijk - 

De hortensia's bogen een beetje door. Grote witte schapenkoppen, de trots van mijn moeder. Geplant toen het huis nog in aanbouw was, ruim 30 jaar geleden. Haar houding kon ik uittekenen; één knie op de grond, de andere gebogen. Haar voeten gestoken in grove leren muilen. Met de oude strohoed een beetje schuin achterop haar hoofd verhit onkruid trekkend tussen haar planten. Het voelde alsof ze zo tevoorschijn kon komen. Het pad naar de voordeur werd aan weerszijden overwoekerd door het nietsontziende zevenblad. Ze had zich er nog zo tegen verzet. Die strijd was gestreden. Die wel.
Het grind knerpte onder de dunne zolen van mijn sandalen. Ik draaide me nog even om, om te checken of de deur van de Peugeot wel op slot was. De lucht trilde; de zomer was in volle gang. De lichtblauwe luiken bij het keukenraam waren gesloten. Ik stak mijn hand uit naar de deurklink. De zware boerendeur zwaaide al open. Maaike sloeg een arm om mijn nek en drukte me zachtjes tegen zich aan. ‘Hé muis, goed je te zien.’ Ondanks haar bleke wangen had ze een twinkeling in haar bruine ogen. Een krul piepte uit haar staart in haar gezicht. Nog steeds de mooiste van ons tweeën. Ik was er al zo aan gewend dat we altijd werden vergeleken, ook al kwamen we ieder uit ons eigen ei. Ze liep voor me uit naar binnen. Ze had zijn zelfverzekerde tred. De blauwe overhemdjurk met ceintuur stond haar goed, volwassen. Ik plukte aan mijn T-shirt; het kleefde tegen mijn rug.
Dat zijn gezondheid achteruit ging had hij lang voor zichzelf gehouden. Die aftakeling hoorde niet bij zijn zelfbeeld. Altijd goed gekleed en nog steeds een volle, donkere bos haar. Hij reed in een auto die succes uitstraalde. Als we elkaar zagen kwam steevast de vraag: ‘En, hoe is het op de bank?’ Dat ik al een jaar als jurist bij een startup in zonnepanelen werkte, was hem niet bijgebleven. Ik voelde me direct op de kast gejaagd als hij me aansprak. Het ging nooit écht ergens over.
Tot het niet meer te ontkennen viel. Lopen werd steeds lastiger door zijn kortademigheid en opgezette enkels. Hij bleef het liefst in bed. Toen hij het aan ons vertelde, werd ook de verwachting uitgesproken. Op de gebruikelijke, indirecte manier. De verpakte vraag dwarrelde als een herfstblad door mijn dagen. Wat ben je als kind aan je ouders verschuldigd of verplicht? Creëert het aan jou geschonken leven een niet in te lossen schuld? Het hield me constant bezig. In het burgerlijk wetboek zocht ik op dat een kind verplicht is om levensonderhoud te verstrekken aan de behoeftige ouder, op grond van het bloedverwantschap. Valt levensbehoud ook onder levensonderhoud?
Een klein reepje daglicht sijpelde tussen de zware gordijnen door. Waarom was het hier zo donker? Mijn voeten vonden het hoogpolige tapijt. Het duurde even voordat ik de onbekende vrouw naast de kist ontdekte.
‘En wie bent u?’
‘Anneke, Anneke Davelaar. Ik heb jullie vader erg goed gekend.’ ‘Dat is heel fijn voor u.’ Het kwam er scherper uit dan ik wilde. Wat moest dit mens hier? Ze kende mijn vader kennelijk heel goed. Zij wel. ‘Ik heb direct aangeboden om mijn nier beschikbaar te stellen. Maar ik kwam helaas niet in aanmerking. Vanwege mijn borstkankerverleden.’ Ze kneep haar ogen tot spleetjes. Het bloed trok uit mijn gezicht. Maaike keek me aan en rolde met haar ogen.
Het gesprek van een paar maanden geleden speelde als een langspeelplaat door mijn hoofd. Wat als ik het anders had gedaan? Maar zo was het niet gegaan. Het niet kunnen terugdraaien van de tijd zit verborgen in de basiswetten van de natuur. Geen enkel systeem van bewegende objecten, groot of klein, planeten of zwarte gaten, kan ontsnappen aan de richting van de tijd. Mijn bloedgroep maakte het mogelijk, die van Maaike niet. Ik benijdde haar vanwege haar uitweg. Ze liet mij nooit merken wat zij in mijn plaats zou hebben gedaan. Ik probeerde de vraag weg te stoppen. Het werd als een steentje in mijn schoen. De dwang werd erger. Als ik de sleutel in het slot had omgedraaid, moest de deurklink minimaal drie keer naar beneden worden gedrukt om er zeker van te zijn dat de deur dicht was. Alle stekkers moesten ‘s avonds uit de stopcontacten worden gehaald. Ik kon niet meer onder bruggen doorrijden. Na het uitblazen van de kaarsen moest ik toch weer mijn bed uit om te kijken of dat wel klopte.
Matthijs had er geen doekjes om gewonden. ‘Je pa leeft zo ongezond. Daar gaat hij echt niet opeens verandering in brengen als hij jouw nier krijgt. En wat als ik nu ineens iets krijg? Je kunt er maar één weggeven.’ Het was te gemakkelijk om me achter hem te verschuilen. En opeens was het geen optie meer. Zou ik het doorgeven? Mijn 23 chromosomen bepaalden immers de helft van het dna. Die verantwoordelijkheid joeg me angst aan.
Maaike haalde een kop koffie voor me en daarna loodste ze Anneke aan haar elleboog de donkere kamer uit. ‘Nou, ik vertrek maar eens,’ prevelde ze nog. Ik reageerde niet. Toen Maaike haar had weggewerkt kwam ze naast me bij de kist staan. De koekoeksklok tikte. Allebei hadden we achttien jaar met onze vader in één huis gewoond. Maar toch voelde hij voor mij als een figurant in mijn leven. De hoop dat hij bij mijn examenuitreiking zou zijn. Hij kwam niet; een belangrijke deal op het werk. Als ik er aan dacht kreeg ik weer een steek in mijn maag. Tevergeefs speurde ik op de vele zaterdagen de lijn af naar zijn donkere gestalte. Mijn moeder maakte veel goed. Zij was er altijd. Warme appeltaart na de wedstrijd, voor iedereen die zin had. De boerderij werd gevuld door haar volle lach. Wat ze in hem zag? Over dat soort dingen denk je als kind niet na. Maar later deed ik dat wel. Met name in de periode toen ik Matthijs ontmoette. Hij was zo anders. Gul en hartelijk, maar vooral aanwezig. Ik dacht aan zijn donkerbruine, amandelvormige ogen. Ook in mijn slechte dagen vond hij mij goed. Van dat besef voelde ik tranen opkomen. Na het overlijden van mijn moeder nestelde de specifieke ijzige sfeer zich in alle hoeken en kieren van de boerderij. Hoe vaak ben ik er nou nog geweest sinds mijn vader er alleen woonde? Het voelde als een opgave, iedere keer weer. Het gebrek aan verbinding putte me uit en na een bezoek was ik altijd minimaal twee dagen van slag. Matthijs stuurde me dan weer bij. Na het uitspreken van de verwachting - en het uitblijven van mijn positieve reactie - voelde ik me meer en meer een balling in de boerderij, een wolf in schaapskleren. Van anderen hoorde ik dat er zoveel mooie momenten waren in die laatste maanden. Dingen werden vergeven en uitgesproken. Met een lach en een traan. Zo was het bij ons niet gegaan. Mijn vader had veel woorden, maar niet voor zijn gevoel. Het bleven dichte lades van zijn kabinet.
Daar lag mijn dode vader. Hij was het nog wel. Hij zag er bijna aandoenlijk uit, kleiner dan in mijn herinnering. De aders duidelijk zichtbaar op de rug van zijn bovenste hand. Ze lagen gekruist op zijn borst. Ik legde mijn hand zachtjes op die van hem. De zijne was koud. Maaike had het kraakheldere overhemd uitgezocht. De ouderwetse bril met donkere hoornen rand hoorde bij hem, ik kende hem niet anders dan met die bril. De ruzies over de matige cijfers en de vriendjes die altijd te min waren, hoeveel tijd was daar niet mee verknoeid. De lat die altijd weer hoger lag dan ik had ingeschat. Maaike leek hem in alles feilloos aan te voelen. Mij lukte dat nooit. De laatste jaren werd hij iets milder. Hij mocht Matthijs zelfs. Maar ik bleef op mijn hoede. De verwachtingsvolle blik die loodzwaar op mijn schouders landde als ik langskwam. Ik was er bang voor geweest om hem te zien, maar dat was achteraf gezien niet nodig. Mijn ingehouden adem liet ik hoorbaar los. Het vogeltje kwam tevoorschijn; het was twee uur. Mijn handen omklemden de warme koffiemok met vlinders. Onze moeder was dol geweest op het servies van Marjolein Bastin. Ik voelde een schopje. Voor het eerst.

***

Annerieke Weijts
hield als kind al van verhalen schrijven. Ze werkt als advocaat en heeft daarnaast het schrijven weer opgepakt. Ze heeft de cursus proza op de schrijversvakschool gevolgd.

Kelly Driedijk 
heeft van jongs af aan een passie voor tekenen gehad. Wat begon met potlood of pen en papier is in de loop der jaren geëvolueerd naar het gebruik van een iPad met de app Procreate. Haar inspiratie haalt ze voornamelijk uit de natuur, maar haar tekeningen hebben altijd een stoer randje, vergelijkbaar met tatoeages.



Reacties

  1. Mooi! Gefeliciteerd Annerieke!

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Dank je wel ! En Kelly, heel veel dank voor jouw prachtige illustratie

      Verwijderen
  2. Prachtige beelden en beklemming! Vol verhaal. Mooi hoofdpersoon. Gefeliciteerd!

    BeantwoordenVerwijderen

Een reactie posten

Literaire Tijdschriften

Iets toe te voegen? Stuur je mail naar VerhaalvdMaand [at] gmail.com!