Van VvdM-longlister Martin Koot verscheen onlangs het indrukwekkende debuut Boreling bij uitgeverij Lucht.

Winnaar april 2024



As van God

- Mandy de Waal - illustratie: Kelly Driedijk - 

Gods roodoranje lijfje dobbert op het rustig ribbelende water. De framboosachtige kap over zijn kop ziet eruit als een blubberend brein. De ooit metaalachtige gloed op zijn bolle buik is verdwenen. Lucifer, de zwarte, verschuilt zich tussen het hoornblad. Het is vast onzin, maar de vis lijkt naar zijn levenloze maat te gluren. Alsof hij aanvoelt dat er iets mis is.
Ik zet de cd-speler aan. Ach Margrietje, de rozen zullen bloe-oe-ien. Ookal zie je mij niet meer, zingt Louis Neefs. Het was ons lievelingsliedje. Ik zet het singletje op repeat. Vervolgens schuifel ik naar de schoorsteenmantel en strijk met trillende vingers over de urn die daarop staat. Het ding is gemaakt van kristalglas en heeft de vorm van een golf. Onderaan is hij diepblauw en bovenaan, daar waar de golf omslaat, doorzichtig. Mijn Margriet heeft hem zelf uitgekozen. Ze was een watervrouw. Vissen, varen, zwemmen: ze vond het allemaal prachtig. Urenlang kon ze gebiologeerd kijken naar God.

Op een dag kwam Margriet thuis met een plastic zak met water en een dikke goudvis met een frambozenkop. Het was een Oranda volgens haar, een heel bijzondere. De vent van de viswinkel was blij dat hij ervan af was; het beest waande zich een god in zijn aquarium en joeg diens soortgenoten weg. Ik had zuchtend geknikt en door haar grijze krullen gewoeld.
Door je tranen heen zul jij weer lachen. Net zoals die laatste keer. De laatste keer. Twee maanden en vier dagen geleden. Ze wilde mij niet verlaten, natuurlijk niet, maar ze wist ook dat het zo niet langer kon. Ze keek ernaar uit om haar zus Bonnie weer te zien, aan de andere kant. Zelf geloof ik daar niet zo in, in een andere kant, maar wellicht heb ik ongelijk. Ik hoop voor haar op tuinen vol met dwergrozen, haar favoriete planten. Bij het raam staat er ook een.
Ik tik tegen het aquarium en duw mijn voorhoofd ertegenaan. Mijn bril klikt en drukt zich dieper op mijn neus. Het doet een beetje pijn, maar het deert me niet. Gods ogen staan wijd open. Zijn lange, sierlijke vinnen golven op het wateroppervlak.
‘Weet jij nu hoe het er aan die kant uitziet?’ vraag ik hem. Ik poets de mist op het glas weg. ‘Hoe is de echte God? Is het een bejaarde met een witte baard? Of is het een vrouw?’ Natuurlijk komt er geen reactie. God drijft naar links, voortgestuwd door de zuurstofbubbels uit de pomp. Gelukkig zal een botsing met het glas hem geen pijn meer doen.
‘Je hebt Mar vast al gevonden. Kijk even naar haar mond, wil je. Als haar lippen iets uit elkaar staan en er een driehoekje tussen haar boven- en onderlip zichtbaar is, dan is het goed.’ De paspoppen in de Bijenkorf, waar ik vroeger als etaleur werkte, hadden dat ook. Daarom noemde ik mijn vrouw in het begin Pop, maar dat heeft ze me snel afgeleerd.
Dan pak ik het schepnet, haal de bovenplaat van de bak en schep de goudvis uit het water op mijn linkerhand. ‘Wat moet ik nou met jou?’ Omdat ik het niet weet, begin ik hem maar te aaien. Slijm kleeft aan mijn vingertop. Dan pak ik zijn zijvinnetje op, trek eraan zodat zijn rug het hoogste punt wordt en houd de kop vlak voor mijn neus. Samen dansen we een rondje door de woonkamer. Net als Mar en ik vroeger. De Engelse wals was onze favoriet. Het was namelijk tijdens die wals, lang geleden op de dansschool, dat ik haar voor het eerst ten dans durfde te vragen.
Ineens besef ik waar ik mee bezig ben en stop met dansen. Ik mompel ‘sorry’ en gooi de vis terug in het water. Lucifer kijkt geschrokken op. Hij duikt naar beneden en neemt een hap zand. Snel tuft hij het weer uit en zwemt terug naar zijn favoriete plantje.
En al denk je ‘dat komt nooit meer, dat komt nooit, nooit meer terug…’ Ik zing mee met Neefs, zo hard en vals als Margriet dat altijd deed, en stamp met mijn pantoffels op de vloerbedekking. Ik houd een vuist voor mijn mond, alsof er een microfoon in zit, en richt hem naar het aquarium.
‘Zing maar!’ roep ik. God zingt niet. Hardhandig duw ik de vis onder water. ‘Ben je doof?’ schreeuw ik naar het dier. Ik probeer rustig in- en uit te ademen en zeg dan, nog steeds wat schreeuwerig: ‘Jullie horen eigenlijk niet in zo’n kleine waterbak hè? Ben je daarom doodgegaan?’
Ik vis de vis er weer uit, dit keer met mijn blote handen, open de schuifpui en loop met het dier naar onze grote vijver. Ik geef hem een te harde kus op zijn framboos en gooi hem in het water. ‘Zo!’ roep ik, ineens opgelucht.
Het volgende kwartier staar ik naar Lucifer, die eenzaam rondjes zwemt in de bak. Ondertussen denk ik aan de dingen die ik nog steeds niet geregeld heb. Ik moet iets met die bankrekening. En dat abonnement op de Mikro Gids. Eigenlijk gebruikten we die gids alleen om te zien wanneer het schaatsen op televisie was. Mar maakte dan altijd toastjes met brie en leverpastei, ook als de wedstrijden vroeg in de ochtend waren en we eigenlijk geen trek hadden. Sven Kramer schaatste nu eenmaal harder als wij toastjes aten, volgens haar.
Dan sta ik haastig op van de kruk en loop struikelend naar de vijver. ‘God! Waar ben je?’ roep ik. Hij zal toch niet door een reiger gegrepen zijn? En het water is ijskoud. Wat bezielde me? Zonder aarzelen stap ik het water in, met pantoffels en al. ‘God!’
In mijn ooghoek zie ik iets oranjes drijven. Ik waad ernaartoe en stop de vis met moeite tussen mijn kin en borst voordat ik me hijgend op de kant hijs. Een van mijn pantoffels blijft achter. Eenmaal op de kant schud ik me uit als de labradoodle van de buurvrouw.
Bibberend gaan we naar binnen. Ik pak het fleecedekentje dat ik ooit per ongeluk heb meegenomen uit het vliegtuig en wikkel God erin. ‘Zo warm je wel weer op,’ puf ik. Ik leg hem op de eettafel, precies daar waar de zon zwakjes haar stralen neerlegt. Zelf neem ik niet de moeite om droge kleren aan te trekken. Wel schop ik mijn andere pantoffel ook uit.
Een halfuur later voel ik voorzichtig aan de vis. Nog steeds koud. Verdorie. Wat moet ik er nou mee? Zomaar in de GFT-bak gooien vind ik ook zo wat. Het riool in sturen? Begraven?
Dan weet ik het. Ik breng hem met deken en al naar de keuken. Uit de lade haal ik de mooiste koekenpan en zet hem op hoog vuur. Ik doe een klont bakboter in de pan en verspreid het vet al walsend over de bodem.
‘Ik ga je helpen,’ zeg ik dan. Ik open de deken en leg God in de pan. Spetters vet springen op en branden op mijn huid. Er is nu niemand meer die over mijn pijnlijke vinger wrijft en er een pleister op plakt.
God sist, de afzuigkap brult. Zelfs voor mijn oude oren is het luid. De geur van vis en vuur vult de keuken. Ik zet het gas nog iets hoger. Snel verandert het roodoranje in diepzwart. Pas als er geen enkel stukje oranje meer is te zien, draai ik het vuur uit. Ik leg het verkoolde beest op een diep bord, pak een scherp, kartelig mes en begin te schrapen, van kop naar staart. Zwarte stukken as vormen een hoopje op het bord.

Als ik klaar ben, schuif ik het zwarte bergje in een mok en loop ermee naar de dwergroos bij het raam. Minutenlang bestudeer ik de abrikooskleurige bloemen en snuif hun geur op. Dan kijk ik achterom, naar Lucifer, een paar meter verderop. Die is weer bezig met zand tuffen. Ik zucht en draai me terug naar de rozen. Ik kus de mok en schud de as langzaam op de aarde. Een traan drupt mee en blijft glanzend op het zwart liggen.
Ach Margrietje, de rozen zullen bloe-oe-ien. Ook al zie je mij niet meer, zingen Neefs en ik luidkeels.

***

Mandy de Waal (1990) werkt als docent NT2 (Nederlands als Tweede Taal) bij o.a. de TU Delft en het Academisch Talencentrum van de Universiteit Leiden. Ze houdt van lezen, line dance en koeien. Ze volgt een opleiding aan de Schrijversacademie.

Kelly Driedijk heeft van jongs af aan een passie voor tekenen gehad. Wat begon met potlood of pen en papier is in de loop der jaren geëvolueerd naar het gebruik van een iPad met de app Procreate. Haar inspiratie haalt ze voornamelijk uit de natuur, maar haar tekeningen hebben altijd een stoer randje, vergelijkbaar met tatoeages.

Reacties

  1. Gefeliciteerd met je overwinning Mandy! Keigoed verhaal!

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Wat beeldend geschreven. Ik zag het helemaal voor me.

    BeantwoordenVerwijderen
  3. Bedankt! Wel een uitgekomen droompje hoor, dit. Erg blij mee.

    BeantwoordenVerwijderen
  4. Prachtig verhaal! Van harte gefeliciteerd!

    BeantwoordenVerwijderen
  5. Mooie opening, en lekker compact!

    BeantwoordenVerwijderen

Een reactie posten

Literaire Tijdschriften

Iets toe te voegen? Stuur je mail naar VerhaalvdMaand [at] gmail.com!