Longlist: 7 feb - Shortlist+jurycommentaar: 10 feb
Manuscript van de Maand
Gezocht: Jurylid


Winnaar december


Marsepein

- Tony Coppo - illustratie: Cindy van Veldhoven -

‘Uw aanvraag werd geweigerd. U kan in beroep gaan.’
Werner hoorde het pas 's avonds, toen Katrien al in bed lag. De voicemail stond de hele dag op zijn telefoon zonder dat hij het merkte. Een vrouw van de commissie. Een stem die niets vroeg en niets gaf.
Hij bleef staan in de keuken met de telefoon tegen zijn oor, ook toen de voicemail al lang was afgelopen. Op het aanrecht lag een theedoek die hij die ochtend uitwrong. Een streep bleekwater tastte het patroon aan, een lichter vierkant in wat ooit rood was.

Het feest was al zes weken geleden gepland. Honderdtwintig mensen. De zaal van het cultuurcentrum in Deinze, waar hij veertig jaar geleden zijn eerste doeken ophing. Katrien regelde de catering, haar zus de muziek, zijn broer Marc de speeches.
Hij schreef zelf de uitnodigingen.
Werner Coppens nodigt u uit. Niet voor een begrafenis - die komt later - maar voor een afscheid. Kom iets drinken, iets zeggen of zwijgen. Zaterdag 15 maart, vanaf 14 uur.
Hij deed er lang over om het woord euthanasie te vermijden. Het klonk naar procedures en protocollen, naar artikels in weekendkranten met foto's van mensen die glimlachend in tuinen zaten. Hij wilde geen glimlach in een tuin. Hij wilde gewoon ophouden.

Katrien zat aan de keukentafel toen hij het haar vertelde. Ze duwde de fruitschaal opzij en legde haar handen plat op het hout.
'Dus het gaat niet door.'
'De procedure niet. Het feest wel.'
'Werner.'
'Het is al betaald. De mensen zijn uitgenodigd. Marc heeft zijn speech geschreven.'
'Marc kan zijn speech in zijn kont steken.'
Werner glimlachte. Het was het eerste normale dat ze in weken zei.
'Het gaat over mij,' zei hij. 'Ik heb iedereen uitgenodigd om afscheid te nemen. Dat is niet veranderd.'
'Alles is veranderd.'
'Ik ga nog steeds dood.'
'Maar niet zaterdag.'
'Nee.'
Ze keek naar hem. Geen medelijden. Iets kouders.
'Zes weken heb ik mezelf voorbereid,' zei ze. 'Ik heb geoefend, Werner. In de auto, als jij sliep. Hoe de keuken zou ruiken zonder jou. Ik heb je kleren al in dozen gedaan. In mijn hoofd. Gesorteerd. De truien die ik zou houden, de overhemden voor het Kringloopcentrum.'
Hij zei niets.
'Ik wist al welke das ik je om zou doen.'
Ze stond op. Haar stoel schraapte over de tegels.
'Vraag me niet of ik blij ben.'

De eerste die hij belde was Griet. Ooit schilderde hij haar. Ze was het langst bezig met haar brief. Ze stuurde hem drie versies, telkens met excuses voor de lengte, voor de emotie. Werner las elke versie en antwoordde op elke versie hetzelfde: het is goed zo.
Nu nam ze niet op.

De dag van het feest was onbarmhartig helder.
De taart stond in de koelkast. Katrien haalde hem zonder iets te zeggen en liet hem in de keuken achter, de doos open. Werner zag zijn eigen naam in lichtroze marsepein. De letters waren een beetje scheef. De laatste r viel bijna van de rand.
In de zaal legde het licht alles bloot — de stofnesten in de hoeken, de slijtplekken op de stoelen, de rimpels in de gezichten die binnenkwamen. Buiten zongen vogels.

Katrien stond bij het raam toen hij in de zaal aankwam. Ze had haar rug naar hem toe. Het licht viel hard op haar schouders.
'Je hebt gelijk,' zei hij.
Ze draaide zich niet om.
'Je hebt gelijk dat je boos bent. Ik heb je iets beloofd en nu breek ik die belofte.'
'Je beloofde me dat je zou sterven.' Haar stem was vlak. 'Dat is geen normale belofte.'
Ze draaide zich om. Haar ogen waren droog.
'Ik ben boos op een commissie omdat ze jou in leven houden. Wat voor mens maakt mij dat?'
Werner zweeg.

Marc kwam als eerste. Hij had zijn pak aan, het donkerblauwe met de dunne streep. Werner zag de rechthoek van papier aftekenen onder de stof van zijn binnenzak.
'Ik lees hem niet voor,' zei Marc. 'De speech.'
'Oké.'
'Ik heb hem geschreven alsof je dood was. Alsof je me niet meer kon horen. Er staan dingen in die ik nooit hardop zou zeggen.'
Hij haalde de velletjes uit zijn zak en legde ze op de dichtstbijzijnde tafel, naast een stapel servetten.
'Ik wil dat je ze leest. Maar niet nu. Later. Als ik weg ben.'
Hij liep niet naar de bar. Hij begon glazen te verzamelen die nog niet leeg waren, borden te stapelen waar nog eten op lag. Zijn handen bewogen te snel.
Werner keek naar de speech op de tafel. Hij raakte hem niet aan.

De zaal vulde zich.
Een neef van Katrien schudde zijn hand en zei: 'Gecondo….' Hij verstijfde halverwege het woord, zijn mond nog open rond de laatste lettergreep. 'Ik bedoel… proficiat. Nee. Ik weet niet wat ik bedoel.'
Werner knikte. 'Niemand weet dat.'
De neef liep weg, te snel, en stootte een glas van een tafel. Het viel niet. Het wankelde en bleef staan. Werner wachtte tot de vloeistof in het glas stilviel.
Griet stond achteraan, naast de nooduitgang. Jas nog aan.
Werner pakte de microfoon.
'Ik weet dat dit niet is wat jullie verwachtten,' begon hij. 'Ik weet dat jullie afscheid wilden nemen. Dat sommigen van jullie dat al deden, in hun hoofd.'
Hij zweeg. Zijn hand trilde. Hij legde zijn andere hand erover, maar iedereen zag het.
'Drie maanden geleden dacht ik: nu begint het einde. En het einde was draaglijk omdat het eindig was. Omdat ik wist wanneer.'
Griet had haar hand op de deurklink.
'Nu weet ik het niet meer.'
Hij legde de microfoon neer. Het kostte hem meer moeite dan het moest kosten.
De deur ging open en Griet stapte naar buiten, de zon in. Niemand ging haar achterna.

De taart stond op de grote tafel. Werner zag mensen ernaar kijken en dan wegkijken.
Er kwam een vrouw naar hem toe die hij niet herkende. Ze was rond de zestig, grijs haar in een dot, en ze droeg iets paars dat te feestelijk was.
'Werner. Je kent me niet meer.'
Hij kende haar niet meer.
'Arlette. Van de basisschool. We hebben twee jaar naast elkaar gezeten.'
Hij herinnerde zich vaag een meisje met vlechten. Vijftig jaar geleden.
'Ik heb je uitnodiging gekregen via via,' zei Arlette. 'Van de dochter van Mireille Vantomme. Ken je Mireille nog?'
Hij kende Mireille niet meer.
'Ik vond het zo moedig. Om iedereen uit te nodigen. Om het zo te doen.'
Werner keek naar deze vrouw die hij niet kende, op zijn afscheid gekomen via de dochter van iemand die hij ook niet kende.
'Mijn man is ook gegaan,' zei Arlette. 'Vorig jaar. In de garage.'
Arlette keek naar de zaal, naar de mensen met hun glazen, naar de zon die op de vloer viel.
'Ik weet niet of dit beter is,' zei ze. 'Maar er is tenminste taart.'
Ze glimlachte en liep weg.

Marc was nog steeds in beweging. Hij vond een dienblad en laadde er lege glazen op, volle glazen, glazen die nog in handen waren. Iemand protesteerde. Marc hoorde het niet.
'Die vrouw in het paars,' zei Werner.
Marc keek op. Zijn ogen waren helder. Nuchter.
'Haar man heeft zichzelf opgehangen in de garage. Vorig jaar.'
Marc zette het dienblad neer. De glazen rinkelden.
'Waarom vertel je me dat?'
Werner keek naar de zaal. Naar de mensen die niet wisten waar ze moesten kijken. Naar Katrien die met haar zus stond te praten zonder iets te zeggen. Naar de taart.
'Ik weet het niet.'

Griet stond buiten, aan de overkant van de straat. Werner zag haar door het raam. De zon scheen op haar alsof er niets aan de hand was. Ze had haar ogen half dichtgeknepen tegen het licht.
Hij liep naar de deuropening en bleef staan.
Ze haalde iets uit haar jaszak. Een envelop. Ze keek ernaar, niet naar hem. Toen scheurde ze hem doormidden, langzaam, haar blik op de stukken in haar handen. Ze stapelde de helften, en scheurde opnieuw. En opnieuw. Dan liet ze de snippers vallen. Ze dwarrelden in het zonlicht, wit tegen het asfalt.
Ze draaide zich om en liep weg.

Enkele uren later liep de zaal leeg. Marc stopte ergens met ruimen en zat nu op een stoel bij het podium, het dienblad nog in zijn handen, starend naar niets.
De speech lag nog op de tafel, maar iemand had er een glas op gezet en er zat een natte kring op het papier.
Katrien stond bij de taart. Onaangeroerd.
'Iemand moet hem aansnijden,' zei Werner.
'Waarom?'
'Omdat hij er is.'
Hij pakte het mes. Bij het snijden schoot er een pijn door zijn pols, scherp en kort, en hij moest even stoppen. Katrien zag het. Ze zei niets.
Hij sneed verder. Door de glazuur, door de cake. Hij legde een stuk op een bordje. Zijn eigen naam in tweeën.
Hij nam een hap.
'Hoe is het?'
'Droog.'
Ze pakte het mes uit zijn hand. Ze sneed een stuk voor zichzelf. Ze at.
Ze stonden naast elkaar en aten de taart. Stuk voor stuk.

De zaal was leeg. Door de ramen viel het late middaglicht naar binnen, goudgeel, alsof het een mooie dag was.
De speech van Marc lag nog op de tafel. De natte kring droogde op tot een bruine rand. Werner pakte de velletjes op. Het papier was stijf.
Hij vouwde ze dicht en stak ze in zijn binnenzak.
Katrien stond bij de deur.
'Klaar?'
'Ja.'
Ze reden naar huis zonder iets te zeggen.

Die nacht stond de taartdoos op het aanrecht. Er zat nog één stuk in, het stuk met de punt van de W. Werner zag het toen hij naar beneden ging voor water.
Hij gooide het niet weg.
In de slaapkamer lag Katrien op haar zij, met haar rug naar zijn kant van het bed. Ze sliep niet. Hij wist het aan haar ademhaling.
Hij ging liggen.
‘Ik had de das gekozen,’ zei Katrien.
Werner bewoog niet.
‘Die van je vader. Ik had hem al apart gelegd.’
Stilte.
'Ik wist niet dat je wist waar hij lag,' zei Werner.
'Ik weet alles wat in dit huis ligt.'
Hij hoorde haar draaien. Ze raakten elkaar niet.
'Ik had hem je willen zien dragen,' zei ze. 'Op de echte dag.'
Werner staarde naar het plafond dat hij niet kon zien.
Buiten reed een auto voorbij. De koplampen gleden over het plafond en verdwenen.
'Ik heb Marcs speech meegenomen,' zei Werner. 'Ik heb hem niet gelezen.'
'Ga je hem lezen?'
Werner dacht aan de natte kring op het papier.
'Ik weet het niet.'
Katrien draaide zich weer om, terug naar haar kant.
'Laat hem liggen. Voorlopig.'
Werner sloot zijn ogen. In zijn jas beneden zaten vier velletjes met woorden voor een dode. De das lag in een doos onder in de kast. De taartdoos stond op het aanrecht, één stuk over. De stukken van Griets brief lagen ergens op straat, wit in het donker.

***

Tony Coppo (44)
kitesurft, en wanneer hij niet op het water vertoeft, schrijft hij, of schilt hij primeur-aardappelen tot frietjes, of gaat naar de slager, of zit gewoon op de bank. Hij heeft diploma’s en andere verwezenlijkingen, toch lijken die weinig relevant.

Cindy van Veldhoven:
"Creëren is de rode draad in mijn leven. Altijd al geweest! Het maakt me blij.. Al vele ideeën zijn opgeplopt en verwezenlijkt, daar is illustreren er één van. Binnenkort mijn schildering op de cover van een boek! Ik ben een gelukkig mens ;)"

Reacties

  1. Wat een goed verhaal. Ademloos gelezen. Bizarre details, doet me denken aan films van Alex van Warmerdam.

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Prachtig verhaal. Sober en ingetogen. Evenmin als het leven, laat het einde zich dirigeren.
    'Ik heb hem geschreven alsof je dood was. Alsof je me niet meer kon horen. Er staan dingen in die ik nooit hardop zou zeggen.'
    [...]
    'Ik wil dat je ze leest. Maar niet nu. Later. Als ik weg ben.'

    Het wachten is toch echt op een uitgever die ziet dat de stem van deze auteur een breed publiek verdient.
    Angus

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Dankjewel Angus! Wat een prachtige wens, laat die uitgever maar komen! :)

      Verwijderen
  3. Een verhaal dat terecht gewonnen is. Proficiat, Tony!

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Dank Veerle, doet deugd dat dat jury het verhaal kon smaken!

      Verwijderen

Een reactie posten