Boven
- Tony Coppo - illustratie: Miranda Litjens -
Hij heeft nog nooit geskied. Dat weet niemand. Marc staat al twee uur boven aan de Combe de Bellecôte. Zijn ski's staan parallel, precies zoals de man in het filmpje "Skiën voor 50-plussers" het voordeed. Achter hem de kabelbaan, voor hem tweeduizend meter afdaling. Links, een blauwe piste, voor beginners. Rechts, een rode. Hij kan kiezen.
De skischoenen knellen bij zijn enkels. Hij had maat 46 moeten nemen in plaats van 44.
Een gezin schuift langs hem heen. Twee kinderen, de vader voorop. "Voeten bij elkaar," roept de moeder. Het kind zet af, zijn ski's te breed, corrigeert halverwege. Ze verdwijnen over de rand.
Marcs dochter denkt dat hij het vroeger deed, "met vrienden, voor we jou hadden". Anneleen dacht het ook, lang genoeg. Hij liet haar denken.
In 1987 ging hij één keer mee met het bedrijf. Hij bleef in het hotel. Hij zei dat zijn knie zeer deed. Hij las de krant, dronk koffie, keek naar de berg door het raam. Hij vond het wel prettig, die stilte.
Toen Anneleen vroeg om te gaan - in 2003, of 2004 - zei hij: "Als de zaak rustiger is."
"Wanneer dan?" vroeg ze.
"Volgende winter."
Ze knikte.
Marc schuift één ski tien centimeter naar voren. Zijn gewicht verschuift. Hij trekt de ski terug.
Achter hem zoemt de kabelbaan. Nieuwe skiërs komen aan. Een jongen van een jaar of vijftien stapt uit, kijkt niet eens naar de piste, duwt gewoon af. Hij verdwijnt in zes seconden.
Marcs mobiel trilt. Hoe is het? schrijft zijn dochter.
Hij typt: Goed, verstuurt het meteen. Hij stopt zijn telefoon weg.
De zon staat nu boven de toppen. Beneden beweegt iets - een skiër met een rode jas die zigzaggend afdaalt, breed zwaaiend, traag. Veel te traag voor een rode piste. Die mensen zouden thuis moeten blijven.
Marc buigt zijn knieën. Dat helpt, las hij. Knieën gebogen, gewicht naar voren.
Zijn rechterski glijdt. Vijf centimeter. Hij trekt hem terug, te hard, verliest bijna zijn evenwicht. De man naast hem kijkt op.
"Gaat het?" vraagt de man.
"Ja," zegt Marc. "Ik wacht even."
"Eerste keer?"
Marc voelt iets scherps in zijn keel. "Nee. Alleen lang geleden."
De man knikt en skiet weg.
Marc kijkt naar zijn handschoenen. Zwart. Nieuw. Nog nooit gebruikt.
Anneleen vroeg in 2009: "Herinner jij je die keer in Davos nog?"
"Natuurlijk."
"Wat deden we toen?"
Hij improviseerde iets over een restaurant, een kaasfondue. Ze lachte. "We zijn nooit in Davos geweest. Ik testte je."
Ze zei er verder niets over. In maart boekte ze een weekend Parijs. Alleen voor haarzelf. Ze ging, kwam terug, vertelde niets. Hij vroeg ook niets.
Een halfuur later verschijnt opeens een groep in gele jassen. Een skischool. Acht kinderen, eentje valt meteen. De instructeur helpt hem overeind.
Marc had een privéles kunnen nemen.
Anneleen zou een les hebben genomen. Die durfde wel dingen te vragen. "Kunnen we naar dit restaurant? Kunnen we dat museum?"
Zijn knieën doen zeer. Hij gaat iets rechter staan.
Zijn mobiel trilt opnieuw. Zijn dochter: Hoe liggen de pistes?
Hij typt: Excellent, verstuurt het. Hij zet zijn telefoon uit.
Later, de zon hoger nu, eet Marc een boterham uit zijn rugzak. Kaas, te droog. Hij heeft geen water meegenomen. De wind steekt op en trekt aan zijn jas.
Beneden rijdt een pistenbully voorbij. Marc kijkt hoe het ding de sneeuw effent, sporen wegveegt.
Hij denkt aan de begrafenis, drie maanden geleden. Zijn dochter die sprak. Iets over "verre reizen samen", over "avontuur". Hij had geknikt. Anneleen had drie keer in haar leven gevlogen. Twee keer naar familie, eenmaal naar Rome omdat zijn dochter erheen wilde.
Rome was saai. Al die kerken. Anneleen wilde overal naar binnen. Ze stond lang voor altaren, voor beelden, las bordjes. Hij stond buiten te wachten. Zes kerken op één dag.
Een instructeur skiet naar boven, zonder stokken, alleen op beenkracht. Hij stopt naast Marc.
"Is alles goed?"
"Ja."
"U staat hier al lang."
Marc zegt niets.
"Wilt u dat ik mee naar beneden ga? Eerste bocht samen?"
"Nee. Dank u."
Marc draait zijn hoofd weg.
De instructeur skiet weg. Hij kijkt nog één keer om.
De kabelbaan spuwt een stroom mensen boven. Gezinnen, tieners, een groep in identieke paarse pakken. Ze duwen allemaal af. Glijden naar beneden.
Marc stapt opzij. Hij gaat tegen een hek staan. Houdt het hek vast.
Een jongen valt vlak voor hem. Hij staat op, skiet door, valt weer. Hij lacht naar zijn vader.
"Gaat steeds beter!" roept de vader.
Het kind kan het gewoon niet.
Marc denkt aan augustus, vier maanden geleden. Anneleen in bed, de gordijnen dicht hoewel het buiten mooi weer was.
"Eén keer," zei ze. Haar stem helder, alsof ze iets bestelde.
Hij zei: "Nu ligt er geen sneeuw. Volgende maand misschien."
Ze keek naar het plafond. Ze knikte.
Drie dagen later stond er een ingepakte koffer in de gang. Hij vroeg niets. Ze zei: "Mijn zus belt elke dag. Ik ga erheen voor een week."
Ze vertrok. Hij belde niet. Ze kwam terug op een donderdag. De koffer bleef gepakt tot ze niet meer uit bed kon.
Marc zet zijn telefoon aan. Drie gemiste oproepen. Zijn dochter.
Hij belt niet terug. Hij typt een bericht: Alles goed.
Hij verstuurt het.
Even later belt ze opnieuw. Hij neemt op.
"Waar ben je?" vraagt ze.
"Boven."
"Al die tijd?"
"Ja."
Stilte.
"Waarom?" vraagt ze.
"Ik wacht op het juiste moment."
"Papa."
"Wat?"
Stilte. Hij hoort haar ademhalen.
"Niets," zegt ze. "Laat maar."
Ze hangt op.
Marc kijkt naar zijn telefoon. Het scherm wordt zwart.
Hij stopt hem weg.
Nog meer skiërs komen aan, tien mensen. Ze praten Duits en lachen. Eén man ziet Marc en zegt iets tegen de anderen. Ze kijken allemaal zijn kant op.
Marc schuift zijn ski naar voren. Tien centimeter. Nog tien.
Zijn lichaam helt. Hij trekt terug, te hard, valt achterover. Zijn ski's klappen los. Hij ligt op zijn rug.
De Duitse groep kijkt. Eén man skiet naar hem toe.
"Alles gut?"
Marc knikt. Hij staat op en klopt de sneeuw van zijn broek. De man helpt zijn ski's terug vast te klikken.
"Danke," zegt Marc.
De man knikt en skiet weg.
Zijn ski's staan weer parallel. Recht.
De namiddagzon trekt naar de toppen. De liftbediende komt naar hem toe lopen. Een jonge vrouw in een blauw jasje.
"Meneer, de lift sluit om vijf uur."
Marc knikt.
"U staat hier al uren…"
"Ik weet wat ik doe."
Ze kijkt hem aan, knikt. "Oké." Ze loopt terug naar het station. Marc kijkt op zijn horloge. Hij heeft nog een uur.
De schaduwen worden lang. Het is kouder nu. Marc voelt het in zijn benen, zijn rug.
Beneden is bijna niemand meer. Een enkele skiër, ver weg. De pistenbully rijdt terug naar het dal.
De liftbediende verschijnt opnieuw.
"Meneer, nog twintig minuten."
Marc zegt niets.
"De lift gaat zo dicht."
"Ik ski naar beneden."
Ze schudt haar hoofd. Ze loopt weg en praat in een walkie-talkie.
Marc kijkt naar de piste. De rode lege piste.
Zijn knieën buigen. Zijn gewicht naar voren. Zijn ski's glijden.
Vijf centimeter.
Tien.
Vijftien.
Hij helt naar voren. Te ver. Hij trekt terug. Stopt.
Zijn hart bonkt. Zweet op zijn rug, meteen koud.
Marc draait zijn ski's. Hij schuifelt naar het liftstation.
De liftbediende zit binnen. Ze ziet hem en zegt iets in haar walkie-talkie. Even later komt er een man naar buiten. Ouder, grijs haar.
"We zijn gesloten," zegt de man.
"Ik wil naar beneden."
"U had uren geleden moeten gaan."
"Ik weet het."
De man kijkt naar de vrouw binnen. Zij haalt haar schouders op.
"Vijftig euro," zegt de man.
Marc haalt zijn portemonnee tevoorschijn. Hij geeft hem twee briefjes van vijftig.
De man kijkt naar het geld.
"Neem maar," zegt Marc.
De man pakt het geld en zet de lift aan.
Marc gaat zitten. De beugel zakt. Hij daalt.
Beneden wordt groter. De piste, de sporen, de lege wereld.
Marc haalt zijn telefoon tevoorschijn. Hij belt zijn dochter. Ze neemt meteen op.
"Ben je beneden?" vraagt ze.
"Bijna."
Stilte.
"En?" vraagt ze.
Marc kijkt naar zijn ski's. Sneeuw erop. Ongebruikt.
"Het is gelukt," zegt hij. "De hele Combe. Van boven tot onder. Mijn knie hield het goed."
"Papa."
"Wat?"
"Ik sta in haar slaapkamer," zegt ze. Haar stem vlak. "Ik ben haar kast aan het leegmaken. De blauwe sjaal die jij voor haar kocht in Rome. Het prijskaartje hangt er nog aan."
Marc zegt niets. De lift daalt. Tien meter nog.
"Papa, je belt me vanuit de lift."
Stilte.
"Je hebt niet geskied," zegt ze.
"Ik…"
"Het publiek is naar huis, papa. Ze is er niet meer."
Stilte. Lang.
De lift komt aan. De beugel gaat omhoog. Marc staat op en stapt uit.
"Ik ben beneden," zegt hij.
"Mooi."
Stilte. Marc wacht. Zij zegt niets.
"Ik bel je morgen," zegt zijn dochter.
"Oké."
Ze hangt op.
Marc staat stil. De telefoon tegen zijn oor, het scherm al zwart.
Hij kijkt rond. Het dalstation is leeg. De bushalte, niemand. De weg naar het dorp strekt zich uit voor hem. Hij ziet de lichten van het hotel in de verte.
Marc pakt de ski's. Hij tilt ze op zijn schouder en begint te lopen.
Na vijftig meter voelt hij het. Zijn schouder, zijn nek, zijn bovenbenen. Elke stap is zwaarder dan de vorige.
Na honderd meter zet hij ze neer. Hij ademt zwaar. Hij tilt ze weer op en loopt verder.
Zijn skischoenen schrapen over het asfalt. Elke stap houterig, te luid in de stilte.
Hij nadert een brug met een beekje eronder.
Marc stopt. Hij legt de ski's op de reling. Hij kijkt naar het bevroren beekje.
In augustus, de gepakte koffer in de gang. Anneleen die naar hem keek. Die wachtte. Zijn hand op de deurkruk van zijn werkkamer.
"Tot volgende week dan," had ze gezegd.
Hij had geknikt en de deur gesloten.
Marc tilt de ski's van de reling. Hij legt ze op zijn schouder. Hij loopt door.
Bij het hotel staat de verhuur nog open. Eén lamp brandt. Een jongen zit achter de balie, zijn telefoon in zijn hand.
Marc duwt de deur open. De jongen kijkt op.
"Terug om in te leveren?" vraagt de jongen.
Marc legt de ski's op de balie. De jongen scant de barcode. Hij kijkt naar zijn scherm, dan naar Marc.
"Hoe was het?"
Marc trekt zijn handschoenen uit. Hij stopt ze in zijn jaszak.
“Boven liggen de pistes excellent," zegt hij.
De jongen wacht. Marc zegt niets meer.
"Morgen weer?" vraagt de jongen.
"Nee," zegt Marc. "Ik ga naar huis."
"Prettige reis."
Marc loopt naar buiten. De deur valt dicht achter hem.
Hij staat stil op de stoep. Voor hem strekt de straat zich uit, leeg, verlicht door straatlantaarns. Achter hem het verhuurkantoor, het licht al gedoofd.
Marc steekt zijn handen in zijn zakken.
Tony Coppo (44) kitesurft, en wanneer hij niet op het water vertoeft, schrijft hij, of schilt hij primeur-aardappelen tot frietjes, of gaat naar de slager, of zit gewoon op de bank. Hij heeft diploma’s en andere verwezenlijkingen, toch lijken die weinig relevant.



Wat een pareltje weer, Tony. Ik heb je vorige verhalen ook met plezier gelezen. Je hebt een aantrekkelijke manier van vertellen, die maakt dat ik me als lezer goed kan inleven in de hoofdpersoon en de geschetste situatie. Heel knap geschreven!
BeantwoordenVerwijderenDankjewel Linda!
VerwijderenPrettig verhaal om te lezen en wat Linda ook schrijft : De tekst trekt je in het personage. Je voelt de twijfel, haast wanhoop.
BeantwoordenVerwijderenDankjewel Raymond!
VerwijderenGoed en indringend geschreven! Mooie wake-up call voor wie nog in zijn relatie moet investeren voor het te laat is.
BeantwoordenVerwijderenZeker investeren voor het te laat is. Dankje Edwin!
VerwijderenMooi verhaal…
BeantwoordenVerwijderenPrachtige illustratie!
Dank, en jazeker, prachtige illustratie!
VerwijderenGraag gedaan, Miranda
VerwijderenProficiat Tony, met alweer een heel sterk, goed gebalanceerd verhaal!
BeantwoordenVerwijderenEn inderdaad ook een mooie illustratie.
VerwijderenIk wilde een nuancerende reactie geven op enkele commentaren die bezwaar hebben op de vele herhalingen (terzijde, ik ben het daar wel mee eens). Maar het aantal woorden voor dat commentaar groeide al snel. Dus nu laat ik het bij mijn kernboodschap en wat aangeeft hoe ik dit verhaal ervaar:
BeantwoordenVerwijderenWanneer je een glas whisky drinkt, dan is ook iedere slok dezelfde drank. Desalniettemin is het elke keer net iets anders en heeft het wat nieuws en blijft het spannend.
Tony Coppo doet dat regelmatig in zijn verhalen. Hij laat je kauwen op éénzelfde stuk, waarbij je steeds iets nieuws blijft proeven. En het nare is, het open einde (de vraag: ‘waar kauw ik op?’) wordt alleen maar groter.
Wat een pakkend verhaal! Dit is een indrukwekkend portret van uitstel als levenshouding. De herhaling van kleine fysieke handelingen tegenover grote emotionele nalatigheden werkt genadeloos precies. Wat me vooral raakt is hoe de leugen nergens dramatisch wordt ontmaskerd, maar langzaam leegloopt door stilte en details. De ski-afdaling die nooit plaatsvindt, krijgt zo meer gewicht dan duizend metaforen. Een sober, beheerst verhaal dat zijn kracht volledig vertrouwt aan wat niet gebeurt. Well done!
BeantwoordenVerwijderen