De Estheet
- Ralph Dassen - illustratie: Cindy van Veldhoven -
Vinkeveen
Wat een horreur, mompelde Tommie Lefreu toen hij de straat in indraaide en stopte bij het glimmend witte hek. In pontificale goudkleurige krulletters zag hij dat hij goed zat, Walcherenlaan 21. Het licht van de camera begon te knipperen en de poort schoof langzaam open.
De oprijlaan werd omringd door geknipte buxushagen in de vorm van Palatijnse pilaren die meer leken op fallussen in verschillende afmetingen. Hij parkeerde zijn donkerblauwe vintage Maserati en keek misprijzend naar het akelige jaren negentig huis met welgeteld veertien zinloze torentjes. Drie wild spuitende fonteinen waren klakkeloos voor het huis gekwakt. De proporties van het huis waren net zo mislukt als zo’n nieuw model Mini Countryman waar het godganse, met extension getooide Gooi in reed. Een auto alsof er met een mega-rietje te veel lucht in was geblazen. Aangekomen bij de voordeur hielden twee parelmoeren mega-olifanten de wacht. Tommie nam een foto met zijn iPhone. Zo, deze kreeg een ereplaats in zijn foto-map met meest wanstaltige foto’s. Een gedeelde passie van hem en zijn buurvrouw Nathalie. Hun vrijdagmiddagborrel begon al jaren met deze uitwisselingen. Vorige week had zij gewonnen. Haar foto van een obese grijzwitgevleesde Duitser, om zijn nek een telelens, getooid met korte broek en té kort T-shirt, met een zichtbaar mislukte ziekenfondsnavel en witte sokken in zijn sandalen was té pijnlijk. Zeker omdat Nathalie deze foto had gemaakt tijdens een zeer exclusieve safari in Kenia en niet in Ponypark Slagharen. Tommie had een extra vinger Gin gevraagd na het zien van de foto.
Concentreren Tommie…naast de deur zat een gouden deurbel in de vorm van een rondborstige zeemeermin. Tommie drukte met afgrijzen op de koperen rechtertepel, toen de overbekende melodie klonk van de vogeltjesdans.
‘Cooooming’
De deur ging open.
‘Lieverrrrd’ gilde Robbert, ‘wat heerlijk dat je er bent.’
Voor Tommie stond Robbert Schilder, een omhooggeklommen zoon van een garnalenpeller en nu b- zanger én b-televisiesterretje. En met omhooggeklommen bedoelde Tommie ook letterlijk omhooggeklommen. Die gewaxte benen van hem gebruikte hij als een tarantula om het voor Fred, zijn twintig jaar oudere echtgenoot en tevens opperbaas van een commerciële zender gezellig genoeg te houden. Tommie gaf hem een hand.
‘Malle jongen, kom hier.’ Robbert gaf hem twee natte zoenen.
‘Je huid ziet er strak uit Tommieboy, prikkie prik, of het echte werk, knijpertje achter de oren…?’
Tommie keek hem quasi beledigd aan.
‘Nee Robbert, gezond dieet, niet te veel alcohol, en op tijd naar bed. Ik heb nooit iets laten doen.’
‘Oh lieverd, mocht je ooit iets nodig hebben…Fred en ik zijn helemaal dol op Dr. Fadi in Oud Zuid. Heerlijk, ik voel me na een bezoekje daar altijd als herboren. ‘Robbert streek over zijn walvislippen en zijn voorhoofd.
Tommie zag dat het televisiesterretje zijn paars met groen gestreept Versace-shirt open had waardoor je zijn afgetrainde lijf kon zien. Een gouden Rolex Horloge hing los bungelend aan zijn rechterpols en was way too much. En zeker too much was de opzichtige witgouden ketting met de monogrammen van Robbert en Fred die op zijn gladgeschoren borstkas zwabberde. Die ketting zou enkele Roma’s stikgroen van jaloezie hebben gemaakt.
‘Wat denk je ervan, Tommie? Eerlijk zeggen.’
‘Je bedoelt je ketting?
‘Nee oenemeloen, het huis natuurlijk.’ Robbert gaf hem een klap op zijn schouders toen hij hem naar binnen trok.
Tommie zette zijn grootste glimlach op, zijn licht gebleekte tanden glimmend in stand, aan- mij- zul- je- niets- merken- ook- al- kietel- je- me- dood- muts. Hij streek achteloos door zijn donkerblond krullend haar. Hij was er nu al van overtuigd dat zijn op maat gemaakt linnen zomerpak van Atollini zorgde voor de enige beschaafde noot in het huis.
‘Een absolute aanwinst, een absolute aanwinst, Robbert, well done, well done.’
‘Echt!? Oh, ik wist het wel. Dus je doet het? Ik wist dat je het zou doen, ik wist het gewoon.’ Mensen zeggen dat je altijd zo picky bent maar dat valt dus reuze mee.
Robbert huppelde als een IJslandse songfestival-act naar binnen. Tommie liepen de rillingen langs zijn rug.
‘Rustig aan Robbemans, rustig aan.’ Laat eerst maar een zien wat dit huis nog meer voor moois in petto heeft. ‘
Robbert stopte en keek peinzend naar de grond en de muren, wat denk je Tommie? Moeten we de hal zo laten, Het marmer is wel mooi toch?’
De marmeren hal leek op een mausoleum voor een Iraakse dictator. Er hingen vijf spiegels die de gang optisch groter maakten. Normaal hield Tommie van deze optische handigheden, in een cottage met een laag plafond in de Cotwolds bijvoorbeeld maar hier vond hij het smakeloos.
‘Luister als ik mijn signatuur onder deze klus zet gaat dit pornomarmer er pronto presto uit.’
Robberts grote blauwe ogen vernauwden zich tot een nijdig streepje. Hij dacht twee tellen na.
‘Ach, je hebt gelijk het is misschien wel een beetje veel van het goede. Kom, ik laat je eerst de keuken zien.’
Tommie liep achter hem aan en negerde de deurklinken van engeltjes. Voor hem doemde de keuken op met op elke muur een grootbeeldscherm alsof hij bij een topbasketbalspeler in de NBA thuis was gekomen. MTV - Cribs was er niets bij. Een programma dat Tommie had verafschuwd, maar wel had gekeken tot het seizoen stopte. Al was het maar om hem bij de les te houden, en om te zien hoe de nouveau riche leefde.
De keuken van de villa had het identiek roze marmer als in de gang. In ieder geval wel een consequente designer, dacht Tommie. Zelfs de keukenkastjes waren afgewerkt met hetzelfde parelmoerbeslag als de olifanten die buiten op wacht stonden. Tommie klakte afkeurend met zijn tong. Het enige mooie element, het blauwgrijze op maat gemaakte Lacanche fornuis was natuurlijk nog nooit gebruikt.
‘En nu de woonkamer,’ tadadatatatataaaa zei Robbert, die hem niet hoorde, met een steeds enthousiaster wordende stem.
‘Ik kan niet wachten.’
Tommies bedenkingen werden steeds groter. Bij de twee boogdeuren keek Robbert hem verwachtingsvol aan.
Tommie sloeg zijn hand voor zijn mond om niet een kreet van afgrijzen uit te slaken. Boven de grote wanstaltige imitatie 17e -eeuwse open haard pronkte een grote kleurige wandschildering van wel twee meter vijftig bij drie meter. De voormalige bejaarde eigenaar van het huis stond met zijn zeker veertig jaar jongere roodharige vriendin afgebeeld in een nogal expliciete niet-aan-de-verbeelding-overlatende dierlijke-houding gelardeerd met druiventrossen en amforen.
‘Gaat het?’ Vroeg Robbert met een verbaasde stem. ‘Vind je het niet té romantisch, de vorige eigenaar heeft dit laten maken om hun eenjarig huwelijk te vieren. Fred en ik vinden het zoooo zoet.
Tommie trok zijn dubbele manchet recht en leek volledig van zijn à propos. Wit weggetrokken keek hij weg van de walgelijke muurschildering, sloot zijn ogen en dacht snel aan zijn palmentuin in Haut-Cannes, nippend aan een glas rosé met uitzicht op de mediterranée. Hij herpakte zich snel.
Met sidderen en beven volgde hij het klikken van Robberts leren Ferré-mocassins op de marmeren trap. De leuning was van Swarovski kristal en deed Tommie pijn aan zijn ogen. Robbert aaide over de leuning.
‘Mooi hè…?’
Boven was een grote gang met verschillende deuren. Bang om weer geconfronteerd worden met een artistiek hoogtepunt kneep Tommie zijn ogen halfdicht voor ze de master-bedroom inliepen.
In de kamer zakte de onderkant van zijn op maat gemaakte schoenen in het hoogpolige tapijt. Hij keek meteen naar de wand waar het bed had gestaan en slaakte een zucht toen er geen wandschildering was. Daarentegen stond er in het midden van de kamer een glanzende stalen paal die liep van de vloer tot aan het plafond. Robbert keek ondeugend en gaf hem een knipoog. ‘Die laten we maar zitten wat jij?’ Tommie voelde de kleur weer uit zijn gezicht wegtrekken.
Hij opende het slaapkamerraam voor frisse lucht en keek uit over de Vinkeveense plas. Het had een alleraardigst uitzicht kunnen zijn maar helaas hadden de buren van Robbert en Fred een voorliefde voor het wat meer modern drijvende herstellingsoord. Een opzichtige crèmekleurige Bayliner met twee schaars geklede vrouwen zonnend, hun mannen barbecueënd op het dek bedierven Tommie zijn uitzicht. De overdaad aan ingespoten siliconen zouden moeiteloos kunnen wedijveren met de patisserietafel die hij door Patissier van Wely had laten maken voor de Champagne High -Tea op zijn 50e verjaardag.
‘Hmmm, Ik heb genoeg gezien,’ zei Tommie resoluut.
‘Maar je hebt het zwembad in het souterrain nog niet gezien. Dezelfde ááártist van de woonkamer heeft daar ook de wanden gedaan.’
‘Het is goed Robbert, dat is niet nodig ik heb genoeg gezien om me daar een voorstelling bij te kunnen maken. Je krijgt een moodboard en een offerte binnen een week. Het is een behoorlijk ingewikkeld project en daar zal de prijs ook naar zijn. Maaarrr, het zal fantastisch worden.’
‘Oh wat heerlijk. Ik weet zeker dat Fred enthousiast zal zijn.’
Tommie knikte kort en glipte de voordeur uit.
De Maserati gromde tevreden toen Tommie de A2 opdraaide. Tommie zette de airco een graadje kouder. In Vinkeveen was de lucht zwaar van het stinkende plaswater om het huis, Robberts tanningspray en het verbrande kiloknaller-barbequevlees van de buren.
Zijn telefoon lichtte op. Een appje van Nathalie.
Nathalie: Alive? Of zit je aan de beademing, was zeker vréselijk…?
Nathalie: Foto’s please, laat me lachen!!!
Tommie glimlachte. Nathalie woonde drie deuren verder, in een grachtenpand waar je niet over smaak hoefde te praten omdat alles vanzelf klopte. Ze was het type dat zich niet verontschuldigde voor haar geld. Haar ouders waren Hongaarse immigranten die hun dochter hadden kunnen laten studeren en daarna had ze alles zelf verdiend. Nu was ze de CFO van een wereldwijd uitzendbureau voor immigranten uit Oost-Europa. Het was slim geweest om haar geboortenaam Nathalia naar Nathalie om te gooien tijdens haar studie bedrijfskunde. En nu deelden Tommie en zij het vermogen om met één opgetrokken wenkbrauw een heel menselijk tekort en mislukt leven samen te vatten.
Bij een tankstation stuurde Tommie als opwarmer de buxuspilaren.
Nathalie: Jezus. Die buxuspenissen zijn bijna agressief.
Tommie: Palatijnse pilaren.
Nathalie: Palatijnse piemels.
Tommie: Oké, nu ga ik dat woord nooit meer kunnen vergeten.
Nathalie: Graag gedaan.
Tommie: Vrijdag bij mij? 17.00. Ik heb een nieuw merk tonic bij de Kaaskamer gehaald.
Nathalie: Kom maar naar mij. En neem die tonic maar mee.
Tommie: X
Amsterdam
Tommie parkeerde in de Prins en Keizer-garage waar hij zijn eigen plek had. Aan de Keizersgracht bij nr. 682 liep hij naar boven. In zijn appartement was het stil, het soort stilte dat geld mogelijk maakt. Hij was toe aan een borrel.
Op de eettafel legde hij zijn struisvogelleren notitieboekje open. Hij schreef bovenaan: WALCHERENLAAN 21 – REANIMATIEPLAN. Daaronder maakte hij lijstjes. Lijstjes waren Tommies therapie.
- Pornomarmer verwijderen, liefst met één grote brand. Oh wat jammer nou - nu ook huis weg.
- Fonteinen: reduceren van drie naar nul.
- Olifanten: verbannen naar Artis.
- Wandschildering(en): onmiddellijk verdwijnen. Liefst ook uit mijn geheugen.
- Stalen paal…tja terug naar Tata Steel.
En zo ging hij nog even door. Hij dacht aan Fred, die niet ééns thuis was geweest toen Tommie er was, maar overal in het huis hing zijn aanwezigheid als goedkope vanille-essence in een Amsterdamse taxi. Tommie kende het type. Mannen die zichzelf hadden uitgevonden en vervolgens een veel jongere versie hadden aangeschaft als spiegelbeeld, en bewijs dat het leven gelukt was.
Zijn telefoon trilde opnieuw. Dit keer belde Robbert.
‘Tommieee! Ik was je vergeten te vertellen: Fred wil graag dat je iets van… eh… goud terugbrengt. Het moet wel luxe blijven, snap je? Niet zo… sober Scandinavisch. Hij vindt Scandinavië armoeiig. Begrijp je?’
‘Ik zal er rekening mee houden,’ zei Tommie, met een stem die klonk alsof hij er rekening mee ging houden maar in feite rekende hij nu vierhonderd euro extra voor dit telefoongesprek.
‘En lieverd,’ vervolgde Robbert, ‘die schildering in de woonkamer…je weet wel van de vorige eigenaar. Fred vindt het eigenlijk wel… iconisch. Dus misschien kan die blijven…? Als een soort… statement?’
Tommie keek naar zijn lijstje, waar ‘Yab Yum-schildering’ inmiddels twee keer met rood benadrukt was.
‘Robbert,’ zei hij zacht, ‘ik begrijp dat jullie gehecht zijn geraakt aan het artistieke thema.’
‘Wat bedoel je Tommie…?’
Laat maar… ik bedoel als ik dit project doe, wordt het klasse. En Tommie Lefreu - klasse betekent dat je over sommige dingen niet mag praten en alleen mag fluisteren omdat je je schaamt dat je iets bewonderd wat absoluut niet te bewonderen valt. Dus ik fluister nu tegen je, ‘pssst… die wandschildering gaat weg, het is vulgair…en wanstaltig om naar een gerimpelde tachtigjarige - schildpad te kijken die met minimaal vier Viagra’s zijn mikadostokje nog net omhoog heeft kunnen houden voor dit portret, snap je me Robbert...’
‘Pfff…nou oké, ik dacht al dat je dit zou zeggen. Maar dan wil Fred wel dat er ergens een plek komt voor onze initialen. Misschien in de tuin, of in het zwembad… of zo…?’
‘We spreken elkaar,’ zei Tommie, en hij hing op voordat hij per ongeluk ja zou zeggen tegen een monogramfontein.
Hij schonk zich een tweede gin-tonic in.
Nathalie
Vrijdag stond Tommie om vijf uur bij Nathalie voor de deur. Nathalie deed open in een zwarte kasjmieren trui en een jeans die eruitzag alsof hij door Karl Lagerfeld, de maestro uit de hemel was gezegend. Ze hield hem een glas voor.
Op de salontafel lag een stapel tijdschriften. Tommie keek goedkeurend. De nieuwe AD -Spain, Cabana Magazine en de Apartamento. Bladen waar experts pagina’s lang konden praten over hoe de neergaande zon op wapperende chiffongordijnen valt, alsof het een religie is. Het waren Tommies bijbels.
Nathalie ging zitten en wees op Tommies telefoon.
‘Oké,’ zei ze. ‘Laat zien.’
Tommie schoof naast haar en opende zijn map. Ze scrolden. Nathalie lachte één keer hardop bij de zeemeerminbel.
‘Je drukte echt op die tepel… toch??’
‘Met veel afgrijzen.’
‘Met professionele overgave, haha.’
‘Ik ben een professional, Nath.’
Nathalie keek hem aan, haar ogen half geamuseerd, half onderzoekend.
‘Je gaat het doen,’ zei ze.
‘Uiteraard.’
‘Waarom?’
‘Omdat ze goed betalen. Omdat iedereen in het Gooi, nouveau riche - Vinkeveen, de Vecht en Wassenaar én zelfs fucking Vught denkt dat smaak een abonnement is dat je kunt afsluiten bij Tommie Lefreu. En omdat ik de beste ben.’
‘En omdat je het niet kunt laten om je verheven te voelen, net als ik, ’zei Nathalie.
‘Dat ook.’
Ze scrolde hoofdschuddend terug naar de olifanten.
‘Weet je,’ zei ze, ‘jij hebt een talent om mensen te laten geloven dat ze beter zijn geworden, terwijl je in feite alleen hun rommel verplaatst.’
‘Dat heet interior-design, lieve Nath.’
‘Dat heet cosmetische chirurgie voor huizen,’ zei Nathalie. ‘En jij bent eigenlijk die Dr. Fadi, maar dan met spreien, Farrow & Ballverf en luxe linnen gordijnen.’
Nathalie leunde achterover.
‘Ik ben gisteren sinds jaren bij mijn moeder geweest, zei ze plotseling.
Tommie knikte ongeïnteresseerd. Nathalie praatte nooit over haar moeder. Het was geen geheim, maar iets dat ze organisch weghield, zoals ze ook geen foto’s van familie op haar dressoir stonden. Alles om de compositie van haar mooi ingerichte woonkamer perfect te houden.
‘Ze werd tachtig en was behoorlijk in de war,’ zei Nathalie. ‘Ze herkende me niet meteen. Ze keek me aan alsof ze zo’n Ikeapakket voor zich had. Iets waar je geen raad mee weet.
‘Hoe weet jij nou, um Gottes willen, hoe een Ikeapakket eruitziet”
‘Bij wijze van spreken, Tommie.’
Tommie zei niets en keek haar onderzoekend aan.
‘Haar huis rook naar groentesoep en goedkope meubelwas, en was vreselijk ingericht.’ vervolgde Nathalie. ‘En er stond een Xenos-vaas met spuuglelijke witte lelies, gekregen van een vriendin.
Tommie glimlachte. Vreselijk ingericht, dat was taal die hij begreep.
‘Maar…mijn moeder maakte een tevreden indruk, simpelweg tevreden,’ zei Nathalie, en haar stem zakte een fractie. ‘Er stond een stoel scheef. Niet expres. Gewoon omdat een vriendin daar had gezeten en hem bij het weggaan die ochtend niet had teruggezet.’ Ze zocht naar woorden en vond ze niet. ‘Dat vond ik ineens…’
‘Onverteerbaar?’ suggereerde Tommie.
‘Menselijk,’ zei Nathalie. Ze keek hem aan. ‘En toen dacht ik: jij en ik maken alles altijd recht, hè? Altijd precies. Altijd kloppend. Ik heb me ingehouden, Tommie en heb die stoel scheef laten staan.’
Tommie nam een slok.
‘Jij kunt alles mooier maken,’ zei Nathalie. ‘Behalve dat.’
Ze pakte haar telefoon en liet hem een foto zien. Een stoel, inderdaad scheef neergezet. Naast die stoel op de tafel leunde een oude hand, rimpelig, met een kopje thee. Geen filter. Geen perfecte compositie. Toch bleef zijn blik hangen.
‘Waarom laat je me dit zien?’ vroeg hij.
Nathalie haalde haar schouders op. ‘Omdat jij altijd foto’s stuurt van dingen die je afkeurt. En ik dacht: misschien moet je een keer iets zien dat niet mooi is, maar wel…’
Tommie zette zijn glas neer. ‘Je klinkt belerend, Nath,’ zei hij, licht geërgerd.
‘Nee,’ zei Nathalie. ‘Ik heb geen zin om jouw therapeut te zijn. Dat zou slecht betalen, het is een persoonlijke overpeinzing.’
‘Ik ben moe.’ Tommie stond op en trok zijn jas aan.
‘Volgende week…?’ vroeg ze.
‘Volgende week,’ zei Tommie.
Zijn huis was stil. Niet de serene stilte van rust, maar de koele stilte van perfectie. Hij dacht aan de foto van de scheve stoel en het akelige door levervlekken gedomineerde gerimpelde vel van Nathalies moeder. Iets dat nooit op een Lefreu moodboard zou passen.
Later die avond opende Tommie zijn laptop. De offerte voor Walcherenlaan 21 was snel gemaakt. Hij wist precies welke woorden Robbert en Fred wilden lezen: ‘statement’, ‘high-end’, ‘over the top’, ‘iconisch’, ‘curated’. Hij schreef ze allemaal op, als exclusieve kruiden over een afhaalmaaltijd.
Bij ‘kosten’ aarzelde hij geen seconde. Sommige zaken mocht je duur maken. Niet uit hebzucht, maar uit zelfrespect. Hij klikte op verzenden en leunde achterover.
Maandagochtend zat hij weer in de Maserati onderweg naar ’s-Hertogenbosch voor een facelift van de boardroom van de van Lanschot bank. Zijn moodboard stond klaar op de laptop. Bij het stoplicht keek hij in het spiegeltje. Zijn effen donkergroene das in een royale Windsorknoop zat perfect.
En heel even vroeg Tommie zich af, net niet lang genoeg om er last van te krijgen, of perfectie eigenlijk wel voldoende was. Het licht sprong op groen.
Hij ontspande zijn kaken en oefende nog een keer zijn glimlach.
***
Ralph Dassen is woonachtig in Amsterdam en Dieren Gld. Hij is werkzaam bij een filmtheater in Gelderland en momenteel werkt hij aan zijn eerste roman. Daarnaast is hij dichter met publicaties in het Liegend Konijn, Gopher, het Zevenblad, en de Grote Prijs de Poëzie. In zijn vrije tijd leest hij graag de novelles van A.M. Homes, Jeroen Brouwers, Salter, en poëzie van Lucebert, Peter Verhelst en Menno Wigman.
.jpeg)

.jpeg)
Allereerst mijn felicitaties! Het verhaal heeft een duidelijke stem en een uitgesproken focus op esthetiek en observatie. De grote hoeveelheid detail is consequent, maar gaat ten koste van tempo en narratieve voortgang, waardoor de verhaallijn relatief dun blijft en weinig ontwikkeling doormaakt. Richting het slot wordt een morele reflectie vrij expliciet toegevoegd, die eerder wordt benoemd dan organisch voortkomt uit het voorafgaande. Daarnaast zouden een strakkere taalkundige redactie en zorgvuldiger interpunctie de leesbaarheid en precisie versterken. Met meer selectie in beschrijving en meer nadruk op verhalende spanning kan de tekst aan kracht en gelaagdheid winnen.
BeantwoordenVerwijderenIk ben het eens met Marjolein Greebe's commentaar (lekkere stem, maar helaast mist wat redactie: lengte, taal, iets dikkere verhaallijn)
BeantwoordenVerwijderenWat ik leuk vond werken was dat ik op een bepaald moment, door het bombardement aan vele bedenkingen van Tommie, me wel ging irriteren aan die Tommie. Hij is geobsedeerd door merknamen en heeft tijdschriften zoals die op Nathalie's koffietafel als bijbel. En als hij zegt:
> ‘Hmmm, Ik heb genoeg gezien,’ zei Tommie resoluut.
Dan resoneert dat met mijn eigen gevoel. Het verhaal is lang, misschien te lang, maar het wekt ook wel een bepaald gevoel op, en op een subtiele wijze verandert die Tommie van een stijlvolle ontwerper in een persoonlijkheid die zelf vol zit met kunstmatige facelifts (mooie beeldspraak overigens).
De laatste druppel was dat hij vooral gin tonic drinkt (deed hij overigens niet aan weinig alcohol? Hij schenkt wel makkelijk, 2x in het verhaal, een extra gin). Dat is een zielloos drankje dat alleen maar drijft op hippigheid. Het is óf goedkoop zoals een ikea kast óf kitsch zoals een marmeren vloer met iets van goud. De dames op die boot in de Vinkeveense plas zullen het waarschijnlijk dagelijks drinken.