Te goed
- Tony Coppo - illustratie: Kelly Driedijk -
De TL-balk flikkert als Linde de deur van de EHBO-container op slot draait. Bij medische handelingen moet de deur dicht. Ze heeft het drie zomers gedaan, de deur hoeft niet op slot, maar ze doet het toch.
Piotr zit op de rand van de metalen tafel, zijn rechterbeen bungelend, het linker gestrekt. Hij houdt zijn hand voor zich uit, palm naar boven. Bloed loopt over zijn pols, druipt tussen zijn vingers. De airco-unit bromt maar doet niks tegen de augustuswarmte die nog in de metalen wanden zit.
"Ge moet..." Linde wrijft over haar gezicht. Het latex plakt aan haar wang. "Ge moet uw hand onder de kraan."
Ze draait het water open. Het spettert tegen het roestvrij staal en op haar overall. Hij staat op, loopt naar de lavabo. Twee passen. Ze schuift opzij maar de container is te klein en zijn schouder strijkt langs de hare. Hij ruikt naar zweet en ontsmettingsmiddel. Naar die zeep uit de douches, die goedkope shit die ze in bulk kopen. Ze haatte die geur drie zomers en nu ademt ze door haar mond. Door haar neus voelt te gevaarlijk.
Het water kleurt rood, dan roze, dan weer rood. Linde pakt zijn pols - huid warm onder de handschoenen - en draait de hand naar het licht. De snede loopt diagonaal over zijn handpalm, van duimmuis tot onder zijn pink. Diep genoeg dat ze de vette laag ziet, geelwit tussen het rood.
"Ge hebt..." Ze slikt. Haar keel is droog. "Geluk. Geen pees geraakt. Had ge doorgesneden tot op het bot, dan was het echt…" Ze stopt zichzelf.
Piotr zegt niets. Kijkt naar haar. Niet naar zijn hand.
"Ik moet zien of er vuil in zit." Ze buigt voorover, haar wang bijna tegen zijn onderarm. Kleine deeltjes varkensvet drijven naar de wondrand. Haar adem weerkaatst warm van zijn huid. "Dit gaat pijn doen."
Ze pakt de jodiumfles. Giet het over zijn handpalm. Zijn vingers krullen, spieren in zijn onderarm spannen onder haar vingers, en hij maakt geen geluid. Maar ze ziet het aan zijn kaak. De manier waarop hij zijn kiezen op elkaar perst.
"Sorry," zegt ze. Dit is haar werk. Ze heeft dertig mannen gehecht deze zomer. Vijftig vorige zomer. Twee jaar geleden, een kerel van net achttien, een afgerukte pink die niet meer vast te zetten was. Ze huilde nergens om.
Haar telefoon trilt tegen haar borst. Papa. Ze drukt hem weg, haar handen nat van zijn bloed en het water.
"Ge moet..." Ze wijst naar de tafel. "Zitten. Hand op de rand waar het licht..."
Piotr gaat zitten. Legt zijn hand neer, palm omhoog, vingers iets gespreid. Ze rolt de metalen kruk bij en gaat zitten. Verkeerde hoek. Ze kan er niet bij.
"Fuck." Ze staat op, schuift de kruk weg met haar voet. Metaal krast over beton. "Ik moet hier staan, anders zie ik niet..."
Ze stapt tussen zijn knieën. Hij zit met gespreide benen en nu staat haar heup tegen zijn dijbeen. Ze voelt de warmte door de stof.
"Ge moet stil blijven." Haar stem hoog. "Als ge beweegt tijdens het hechten wordt het lelijk en hebt ge voor altijd een..." Ze ademt uit. "Een lelijk litteken."
Verband. Hechtdraad. Naald uit steriele verpakking. Haar handen bewegen automatisch. Dit heeft ze honderd keer gedaan. Op varkenshuid eerst, toen ze twaalf was. Dan op kadavers. Dan op mensen. Haar vader leerde haar hoe je een snede sluit zodat je het bijna niet meer ziet. Een goede hechting is onzichtbaar, zei hij.
Ze scheurt de verpakking open met haar tanden. De smaak van plastic en latex duwt op haar tong. De naald glimt onder het TL-licht. Piotr kijkt naar haar gezicht.
"Ge moet naar uw hand kijken," zegt ze. "Niet naar…"
Hij kijkt niet naar zijn hand.
"Oké." Ze pakt de spuit met lokale verdoving. "Kijk dan maar."
Ze zet de naald op de wondrand. "Dit gaat prikken. Drie keer. Eén..."
Ze injecteert. Zijn hand spant, vingers krommen, maar hij trekt niet weg. Ze wacht dertig seconden - telt in haar hoofd, ademt door haar mond - en pakt dan een pincet. Ze knijpt met het pincet in de wondrand. Zijn spieren verslappen. Zijn hand ligt zwaar en willoos in de hare.
"Ge voelt het niet meer," zegt ze.
Ze rijgt draad door de naald. Haar handen trillen niet. Dat is belangrijk. Haar vader zegt: handen mogen trillen na het werk maar nooit tijdens. Ze buigt verder voorover. Haar borst raakt zijn knie. Ze voelt het door haar overall, shirt, beha - katoen en zweet tegen zijn werkbroek.
"Eerste steek," zegt ze, en ze duwt de naald door huid, door vlees, door naar de andere kant. Het weefsel geeft weerstand, dan geeft het mee. Ze trekt de draad strak. Bloed parelt op. Ze maakt een knoop, knipt af met een kleine schaar. "Nog elf."
Haar telefoon gaat weer. Papa. Ze negeert het.
"Mijn vader belt altijd drie keer." Tweede steek. De naald glijdt er makkelijker door nu ze het ritme heeft. "Denkt dat ik niet… dat ik dingen niet kan. Maar ik doe dit al drie zomers, ik weet wat ik..." Derde steek. Haar pink raakt per ongeluk zijn pink. Ze trekt niet weg. "Ik weet wat ik doe."
Piotrs dijbeen spant tegen haar heup. Ze voelt de spier bewegen.
"Ge moet..." Vierde steek. Vijfde. Zesde. Het bloed begint te drogen aan de randen van de wond, donkerder rood, bijna bruin. De geur van ijzer en vlees en iets zouts. Ze ruikt haar eigen zweet in haar nek, in de holte tussen haar borsten. De airco slaat aan, rammelt, stopt.
"Ontspannen. Ge maakt uzelf..." Ze stopt. Zevende steek. Haar vinger raakt het litteken op zijn pols - dat witte lijntje. Nu volgt haar duim het, heel kort, terwijl ze de draad door trekt. Hij kijkt naar haar hand op zijn litteken, dan naar haar gezicht. Zij kijkt niet terug.
"Ge zegt nooit iets." Achtste steek. Haar haar valt voor haar gezicht, elastiek los. Ze voelt zijn adem in haar haar. Warm en regelmatig, ruikend naar koffie en tabak. Haar pink raakt zijn pink weer. Nu wel expres. Ze houdt hem daar, twee seconden lang.
"Die keer in de koelcel." Negende steek. Haar stem zachter nu, bijna fluisterend. "Toen we het varkensvlees telden. Ge stond zo dichtbij dat ik uw adem kon zien. In de kou…"
De draad breekt. Te hard getrokken.
"Godverdomme." Ze legt de naald neer. Haar handen trillen nu wel. "Sorry. Ik ben normaal… ik ben beter dan dit."
Ze pakt nieuwe draad. Probeert te rijgen maar mist het oog van de naald. Probeert opnieuw. Haar vingers glibberig van het bloed door de handschoenen heen, van het zweet.
"Mijn vader zegt dat ik terug naar Gent moet." Ze rijgt de draad erdoor. Eindelijk. "Serieus studeren. Iets maken van mijn leven. Te goed voor dit, zegt hij. Niet..."
Ze kijkt naar hem. Hij kijkt terug. Zijn ogen donkerbruin, bijna zwart in dit licht.
"Niet dit," zegt ze.
Tiende steek. Ze voelt de naald door zijn vlees, voelt de weerstand en dan het toegeven. Haar dijbeen staat nu tegen zijn dijbeen. Ze is verder tussen zijn knieën gestapt. Zijn adem op haar voorhoofd. Haar adem op zijn hals waar zijn shirt openstaat, waar ze zijn sleutelbeen ziet, waar zweet parelt.
"Over twee weken zijt ge weg." Elfde steek. Bijna klaar. "Contract gedaan en ge gaat terug en ik..."
Haar telefoon valt uit haar borstzak. Klettert op het beton tussen haar voeten en de zijne. Het scherm licht op, blauw en fel. Het zoemen resoneert tegen de metalen tafelpoot als een gevangen insect. Papa. Derde keer. Ze kijken er allebei naar. Het licht schijnt op Piotrs werkschoenen en haar gympen, op de bloedvlekken. De trilling stopt even, en begint dan opnieuw. Dwingend. Linde zet haar schoen op het scherm. Bedekt de naam, blokkeert het licht. Ze drukt niet door, maakt niets kapot. Ze verbergt het alleen. "Niet kijken," zegt ze. Dan gaat ze verder.
"Ik weet niks van u." Twaalfde steek. Laatste. "Behalve hoe uw handen voelen als we samen een kadaver tillen. Behalve..."
Ze maakt de knoop. Trekt te strak. De huid plooit wit.
"Fuck," fluistert ze.
Ze knipt de draad. Legt de schaar neer. De snede is dicht. Twaalf steken in een halve cirkel, netjes, professioneel. Over zes weken gaat de draad eruit.
"Klaar," zegt ze.
Maar ze laat zijn hand niet los. Haar duim ligt op zijn pols. Zijn hartslag sneller dan normaal. Of is het de hare. Ze weet het niet.
"Ge moet..." Ze slikt. Stopt. Ze weet niet wat ze wil dat hij doet.
"Ge kunt gaan," zegt ze.
Hij verroert zich niet.
Ze zou een stap achteruit moeten zetten. Maar haar lichaam gehoorzaamt niet. Ze staat zo dichtbij dat ze de stoppels op zijn kaak kan tellen.
Haar vrije hand tilt op. Zweeft. Ze weet niet waar die hand naartoe wil. Zijn gezicht. Zijn schouder. Zijn borst waar ze zijn hart kan voelen slaan door zijn shirt.
"Als ik..." Haar stem breekt. "Als ik nu..."
Piotr tilt zijn linkerhand. Legt hem op haar heup. Vingers spreiden over haar overall, duim in de holte waar haar heup haar buik wordt. Gewicht en warmte en druk - hij voelt haar ribben eronder, haar adem die daar zit. Hij trekt haar naar zich toe, een centimeter, en haar lichaam volgt.
"Alsjeblieft," zegt ze.
Zijn hand glijdt naar haar onderrug. Trekt haar dichter. Haar handen vallen op zijn schouders en nu staat ze volledig tussen zijn benen, haar buik tegen zijn borst, haar mond bij zijn oor. Ze ademt uit. Voelt hem zijn adem inhouden.
"Piotr," fluistert ze.
Zijn andere hand - de gehechte - tilt naar haar gezicht. Een druppel bloed op zijn duim. Vingertoppen onder haar kaak. Zijn duim op haar wang, waar het zweet is, waar het bloed misschien zit.
Ze sluit haar ogen. Zijn duim strijkt over haar wang, langzaam, wachtend. Zijn handpalm warm tegen haar hals. Ze voelt haar hartslag tegen zijn vingers.
Twee seconden. Drie. Vier. Vijf.
Buiten op de parking brult de motor van een auto. Ze kent het geluid van de dieselmotor, de manier waarop hij schakelt, altijd te abrupt. Haar vaders Volvo. Maar hij is nog ver. Ze hebben misschien nog een minuut.
Zijn mond beweegt. "Linde." Zijn stem. Haar naam hoekig in zijn accent. "Ik..."
Auto dichterbij. Parkeert. Motor uit.
Zijn kaak spant. Hij sluit zijn ogen, één seconde. Als hij ze opent: niets meer.
Piotr laat los. Niet snel, wel definitief. Hij duwt haar opzij. Staat op. Twee passen naar achteren. Draait zich om, rug naar haar, alsof hij iets in de medische kast zoekt.
Linde blijft staan waar ze staat. Ademt.
Het portier van de Volvo slaat dicht. Voetstappen op grind.
Ze bukt. Raapt haar telefoon op van de vloer. Ze stopt hem in haar zak.
Sleutels rammelen - haar vader vindt zijn sleutels nooit snel.
Linde pakt verband van de tafel. Doet alsof ze aan het opruimen is. Piotr draait zich om. Kijkt naar haar. Twee seconden. Drie.
De deur gaat open.
Haar vader staat in de deuropening met zijn sleutels in zijn linkerhand. Hij kijkt naar Linde - haar gezicht is te rood, haar haar los, elastiek om haar pols in plaats van in haar haar, haar overall met bloedvegen. Hij kijkt naar Piotr: zijn hand gehecht, zijn shirt halfopen, zijn ademhaling net iets te snel. Naar de vloer: bloedvlekken, gebruikte naalden in de afvalbak.
De airco is gestopt zonder dat ze het merkte.
Hij steekt zijn hand uit. Niet naar Linde, naar Piotr. "De hand."
Piotr aarzelt, steekt dan zijn gehechte hand uit. Haar vader pakt hem. Zakelijk. Hij trekt de huid rond de hechting strak, inspecteert de knopen. Hij negeert Piotr volledig, kijkt alleen naar het werk.
"Twaalf steken," zegt hij. Hij kijkt naar Linde. Er zit vermoeidheid in zijn ogen, wallen die donkerder zijn dan gisteren. "Ge hebt mijn handen, Linde. Helaas."
Hij laat de hand los alsof het een stuk vlees is dat de keuring net haalde.
"Het is hier klaar," zegt hij dan. Tegen Piotr, zonder hem aan te kijken: "Slaapcontainer. Morgen kom ik controleren."
Piotr knikt. Loopt naar de deur. Passeert Linde - schouder langs haar schouder, zoals bij de lavabo, maar nu kijkt hij niet. Schouders langs haar vader, de nacht in.
Linde staat in het midden van de container. Handschoenen aan. Zijn bloed aan haar vingers.
"Kom, we gaan naar huis." Haar vader pakt zijn jas van de haak. Trekt hem aan. "Ge zijt moe."
Ze verzamelt de gebruikte spullen. Gooit ze in de afvalbak en het metalen deksel klettert. Ze trekt de handschoenen uit - latex dat plakt aan zweet - en gooit ze erbij. Haar handen naakt nu. Ze veegt ze af aan haar overall maar het helpt niet.
Dan draait ze zich om naar de tafel, die is leeg nu, met bloedvlekken. Stukjes hechtdraad op de vloer.
Ze gaat zitten op de tafelrand, waar hij zat. Het metaal is nog warm.
"Linde," zegt haar vader bij de deur.
Ze kijkt naar hem.
Hij wacht. Kijkt naar haar zoals hij naar kadavers kijkt. Zoekend naar iets dat niet klopt, naar een ziekte, naar verborgen rot.
"Gij moet naar Gent. Serieus worden. Voor het te laat is."
"Ja papa," zegt ze.
Ze lopen naar de auto. De parkeerplaats is bijna leeg. Piotr staat bij de containerwoningen, oranje punt van een sigaret in het donker. Linde stapt in, doet haar gordel vast. De gesp klikt luid.
Haar vader start de motor. Radio aan. Joe FM. Hij schakelt, de versnellingspook raakt bijna haar knie.
Haar telefoon gaat in haar zak. Ze haalt hem niet tevoorschijn.
Hij rijdt met beide handen op het stuur. Als zijn telefoon gaat, draait hij het geluid van de radio zachter. Haar moeder. Of het stoofvlees uit de diepvries moet voor morgen. Hij zegt ja. Dan stilte. Dan: "Ik weet het. Ik weet het." Hij hangt op zonder dag te zeggen.
Hij kijkt in de achteruitkijkspiegel. Naar de parkeerplaats die kleiner wordt. Naar de oranje punt van een sigaret bij de containers.
"Morgen komen er inspecteurs," zegt hij. "FAVV. Spontane controle." Hij kijkt naar de weg. "Ik wil dat gij de voorraad in de koelcel telt. De lijsten moeten kloppen. Als ik die mannen laat tellen, missen we de helft." Hij klopt op het stuur. "Ik vertrouw alleen u met de cijfers, Linde."
Linde knikt. Koelcel. Vorige maand ook. Het bloed onder haar nagels is bijna zwart nu.
"Gij alleen," zegt haar vader. "Hangt er voor twee dagen."
Stilte. Hij zet de radio harder. Joe FM speelt iets over een zomer die nooit eindigt.
"Oké papa."
Bij het stoplicht in Waarschoot haalt ze haar telefoon uit haar zak. Het scherm flikkert. Ze veegt het bloed af aan haar overall. Drukt op het scherm. Vijf gemiste oproepen van papa. Eén bericht. Een nummer dat ze herkent. Van de groepsapp.
Ze opent het niet. Ze houdt haar duim boven het scherm. Groen licht. Haar vader schakelt. De motor brult.
Ze kijkt uit het raam. Maisvelden zwart, een enkele lamp bij een boerderij. Over twee weken begint haar opleiding in Gent. Verpleegkunde. Proper beroep, zegt papa. Toekomst. Zekerheid. Geen bloed dat in beton trekt.
Het bericht brandt in haar hand.
Bij hun oprit zet haar vader de motor af. Blijft zitten en kijkt naar het stuur.
"Ge moet oppassen," zegt hij. "Met die…"
"Ja papa."
"Hij is hier volgende week niet meer."
"Nee."
"En gij zijt hier over twee weken niet meer."
"Nee papa."
Hij stapt uit, loopt naar binnen en laat de voordeur openstaan. Licht in de gang.
Linde blijft zitten. De motor tikt, koelt af. Door de openstaande voordeur hoort ze haar moeder vragen over het stoofvlees. De tv in de living. Haar jongere broer die op de trap loopt.
Ze kijkt naar haar telefoon. Het scherm kraakt onder haar duim. Ze opent het bericht.
Drie woorden: morgen koelcel alsjeblieft
Ze leest het drie keer.
Dan typt ze.
oké
Haar duim boven het scherm. Ze drukt. Het bericht vertrekt. Het groene vinkje verschijnt.
Ze stapt uit. De nachtlucht ruikt naar mest en warm asfalt. Ergens blaft een hond. Ze loopt naar binnen en doet de voordeur achter zich dicht. De grendel klikt.
In de badkamerspiegel ziet ze zijn bloed op haar wang, een veeg. Ze ruikt het nog - ijzer en zout en iets van hem. Ze draait de kraan open. Laat het water koud worden. Houdt haar handen eronder.
Ze denkt aan morgen. De koelcel, drie graden, kadavers aan haken.
Alleen.
Ze wast het bloed weg. Haar handen, haar gezicht, haar nek. Het water loopt rood, dan roze, dan helder.
Ze droogt zich af. Kijkt naar zichzelf in de spiegel. Haar vader heeft gelijk: ze heeft zijn handen.
Ze doet het licht uit.
Morgen de koelcel. Kadavers tellen. Haar vader vertrouwt haar met de cijfers.
Alleen met de cijfers.
***
Tony Coppo (44) kitesurft, en wanneer hij niet op het water vertoeft, schrijft hij, of schilt hij primeur-aardappelen tot frietjes, of gaat naar de slager, of zit gewoon op de bank. Hij heeft diploma’s en andere verwezenlijkingen, toch lijken die weinig relevant. Tony startte de schrijfcommunity https://www.vertelvuur.com/ waar schrijvers wekelijkse uitdagingen aangaan. Iedereen welkom!
Kelly Driedijk heeft van jongs af aan een passie voor tekenen gehad. Wat begon met potlood of pen en papier is in de loop der jaren geëvolueerd naar het gebruik van een iPad met de app Procreate. Haar inspiratie haalt ze voornamelijk uit de natuur, maar haar tekeningen hebben altijd een stoer randje, vergelijkbaar met tatoeages.

%20(1).png)
.jpeg)
Proficiat, Tony, met alweer een verhaal dat geleidelijk en subtiel prijsgeeft wat er speelt. Graag gelezen! Je hebt volgens je bio diploma's en andere verwezenlijkingen die weinig relevant lijken, maar je verwezenlijkingen hier lijken me stilaan toch wel heel relevant. :-)
BeantwoordenVerwijderenBedankt Veerle!
VerwijderenTrouwens ik vroeg Maarten (te laat) om nog mijn bio aan te passen. Een dingetje die best wel relevant is: ondergeschreven startte https://www.vertelvuur.com/ een community voor schrijvers die elke week een schrijfuitdaging aangaan. Welkom!
Goed en sterk verhaal. Een duistere operatie in een bouwkeet als kapstok voor het verhaal van Linde. En altijd dat open einde en de overdadige herhalingen waar juryleden om klagen (ik maak er een sport van om de schrijvers te herkennen aan de jury opmerkingen). Maar twaalf steken is niet te veel en het maakt een verhaal soms ook beter... als je de tijd wilt rekken.
BeantwoordenVerwijderenLeuke zin: ”Hij kijkt naar Linde - haar gezicht is te rood, haar haar los, elastiek om haar pols in plaats van in haar haar, haar overall met bloedvegen.”
Bedankt Tinus! Leuk dat je de sport toepast (ik doe hetzelfde, alsook te voorspellen, zo weet ik nu zeker dat Veerle de winnaar van de maand is, en dat ik enorm uitkijk naar haar verhaal te lezen!)
VerwijderenIk heb het idee dat de commentaren op het verhaal van Veerle té braaf zijn. Dat zie je bijna nooit bij de winnende verhalen.
VerwijderenIk heb het gevoel dat die semantische oorlog gaat winnen. Wanneer je al met een onvoldoende van Ma (dat neem ik aan) de shortlist behaald, dan moeten de ander drie longlist cijfers wel heel hoog hadden moeten zijn. De andere drie shortlist juryleden waren niet heel negatief, dus dat lijkt het cijfer te versterken.
Maar misschien ben ik teveel verpest door een focus op die formule gemiddelde-plus-halve-deviatie.
Spannend toch, dat kan natuurlijk ook. Ik onderschat Veerle niet, ze heeft al veel tweede en shortlists gehaald (en gewonnen) en het jurycommentaar was uitermate lovend! Ik kijk er naar uit!
VerwijderenGefeliciteerd!
BeantwoordenVerwijderenBedankt Nathan!
VerwijderenGefeliciteerd Tony maar sorry hoor dit verhaal leunt zwaar op clichés. Piotr is de zwijgzame, sterke man zonder echte achtergrond of eigen wil. Linde is de onderdrukte dochter die via een verboden affaire in opstand komt. Hun conflict blijft oppervlakkig, waardoor de spanning niet echt overtuigt.
BeantwoordenVerwijderenDe erotische scène rond een medische behandeling voelt als een standaard doktersroman, met voorspelbare opbouw en een verplichte onderbreking door de vader. De rauwe slachthuissetting verandert daar weinig aan.
Wat mij betreft had het dieper kunnen gaan over macht, migratie of geweld, nu blijft het steken in een bekend patroon. Meer effect dan inhoud en daardoor uiteindelijk weinig verrassend.
Peter van Essen
Het verhaal van een collega auteur bekritiseren met overduidelijk teksten van chatgpt. Dan zet je je zelf voor schut.
VerwijderenIk vindt dat Peter wel een punt heeft wat betreft cliché.
Verwijderen(wat mist in de analyse is de vraag of dat cliché een bezwaar is, of er überhaupt nog iets is dat al niet eerder is verteld, en of lezers daarop zitten te wachten)
Maar goed, wanneer je anoniem reageert dan zet je jezelf nooit voor schut, behalve voor jezelf.
Bedankt voor de felicitaties Peter. (Tinus en anoniem: de reactie is toch ondertekend?)
VerwijderenJe hebt gelijk dat de ingrediënten herkenbaar zijn: jong meisje, verboden verliefdheid, vaderlijke controle, tijdsdruk. Samengevat in één zin klinkt het als een televisiefilm.
Het risico is reëel: op de momenten van grootste spanning valt het verhaal terug op een patroon dat de lezer herkent. Dat zijn de plekken waar ik nog moet snijden. De vraag kan gesteld worden of niet elk verhaal stukken/thema's heeft (en misschien zelfs nodig heeft) dat de lezer herkent....
Ik ben mijn nieuwe inzending voor volgende maand aan het afwerken... Ik was al best tevreden, maar denk dat ik toch nog eens goed moet doktersromans bestuderen (ik las ze nooit eerder, misschien daarom dat ik ze nu zelf begin te schrijven, help!)
Oh en bedankt aan Kelly Driedijk voor de mooie illustratie (al lijken de hechtingen minder zorgvuldig uitgevoerd dan ik in mijn hoofd had :)
VerwijderenGefeliciteerd, Tony. Sterk verhaal!
BeantwoordenVerwijderenDankje, Wendy!
VerwijderenIk ben doorgaans een groot liefhebber van Tony’s verhalen en juist daarom voel ik me vrij om openhartig te reageren. Dit verhaal viel me wat tegen. Ik heb ervoor gekozen dat niet anoniem te doen, maar openlijk onder mijn eigen naam, uit oprechtheid en betrokkenheid. Kritiek is geen afrekening, maar een eerlijke reactie van een betrokken lezer en schrijver. Gelukkig kan Tony wel tegen een stootje en natuurlijk blijf ik zijn werk met veel interesse volgen.
BeantwoordenVerwijderenSucces Tony! Peter van Essen
Beste Peter van Essen,
BeantwoordenVerwijderenDe meeste inzenders doen niet mee omdat ze per se willen winnen, maar juist vanwege de feedback. In dat opzicht vond ik jouw reactie op het verhaal van Tony Coppo constructief en inhoudelijk – ook al kom ik zelf tot een ander oordeel. Wat hebben winnaars uiteindelijk aan louter felicitaties? Als ik zelf zou winnen, zou ik elke inhoudelijke lezing, kritisch of niet, op prijs stellen. Literatuur leeft bij gratie van interpretatieverschil.
Je analyse van de herkenbare ingrediënten begrijp ik. Toch vond ik het verhaal zinderend spannend, met geloofwaardige personages en een einde dat mij daadwerkelijk verraste.
Juist het ontbreken van een feelgood-afronding maakt dat het voor mij geen pulpliteratuur is, maar literatuur in de strikte zin: het laat iets open, wringt, en blijft hangen.
En ja – als jong meisje las ik stapels doktersromannetjes. Dit verhaal loopt daar expliciet níet in vast. De herkenning van een patroon maakt het nog geen cliché; het gaat erom wat een tekst ermee dóét.
Tot slot: verschil van smaak is geen probleem. Integendeel: het is precies wat literaire gesprekken interessant maakt.
Beste Eveline,
BeantwoordenVerwijderenik besef heel goed dat mijn reactie er ook maar één is uit de velen die je zou kunnen krijgen als je een verhaal aan een groep lezers voorlegt.
De interpretatie en waardering van een verhaal wordt door zoveel verschillende factoren bepaald dat je daar eigenlijk geen discussie over kunt voeren.
Waar je wel over kunt discussiëren is de opzet en uitvoering en eventuele literaire kwaliteiten. Eisen waar een kort verhaal aan moet voldoen vind ik persoonlijk onzin, het raakt je of raakt je niet.
De kwaliteit die jij dit verhaal toekent ervaar ik niet en dat is misschien ook meteen het dilemma waar een jury ook mee te maken krijgt als zij een keuze moet maken uit het enorme aanbod van verhalen dat zij iedere maand voorgelegd krijgt.
Peter van Essen