Tweede plaats april 2026


Ontmaskerd

- Bregje Jansen - illustratie: Miranda Litjens -

Ze zit bij het raam. Dat doet ze altijd, het is een beetje een gewoonte geworden. Natuurlijk alleen wanneer er plek is maar meestal is dat rond dit uur van de dag nooit een probleem. Vanaf hier kun je naar buiten kijken en gezien worden. Dan ziet ze soms mensen elkaar aarzelend aanstoten, ‘is dat niet….’ dan lopen ze betrapt weer door.
Soms houdt ze haar zonnebril op, als ze wat meer privacy wil en om het wat moeilijker voor haar publiek te maken.
Het café is om deze tijd meestal halfvol. Precies genoeg om op te vallen. Ze bestelt een glas wijn. Thee vindt ze iets voor thuis, en thuis wil ze nu juist niet zijn.
De ober knikt kort. Hij herkent haar, want ze komt hier al jaren.
Haar telefoon blijft in haar tas. Normaal legt ze hem voor zich neer, als bewijs dat ze wacht op iemand. Vandaag niet.
Aan de bar zit een man met zijn jas nog aan.
Een leuke vent, denkt ze. Lang, een flinke bos haar.
Hij maakt een enigszins gehaaste indruk alsof hij elk moment weer wil vertrekken.
Af en toe kijkt hij haar kant op. Niet brutaal, meer alsof hij moed aan het verzamelen is.
Ze kan er inmiddels om lachen. Mannen die denken dat ze subtiel zijn. Ze ziet het al voordat ze zelf doorhebben dat ze gaan opstaan.
Soms hoort ze er automatisch de stem van David Attenborough bij: The female is alone at the table. The male observes her from a safe distance. He checks for competition. Finding none, then he approaches.
Ze glimlacht naar de man en neemt een slok van haar wijn. Ze vindt zichzelf niet eenzaam. Eenzaam zijn oude mensen die niet meer mobiel zijn en thuis achter het raam blijven zitten. Ze verwacht ieder moment een telefoontje. “hallo Eva, kun je ons uit de brand helpen, Halina heeft haar been gebroken, je zou ons een grote dienst bewijzen.” “Nee, we sturen een taxi.“
Ze is al twee jaar alleen. Vroeger dacht ze dat alleen zielige mensen alleen bleven maar nu denkt ze daar anders over. Nu noemt ze het vrijheid. Dat klinkt beter. Maar ze wil er geen gewoonte van maken. Ze glimlacht om dit nieuwe inzicht.
Misschien is die man wel wat, denkt ze.
Ze neemt een slok en kijkt naar buiten. Het begint te schemeren. Mensen versnellen hun pas of zoeken juist nog een plek om te blijven hangen.
In het raam ziet ze haar eigen spiegeling. Vaag met zachte trekken. Het filtert de rimpels weg. Ze ziet er jonger uit dan veertig. Dertig? Nee? Maar zeker niet ouder dan vijfendertig.
De man staat nog steeds bij de bar. Hij kijkt op zijn telefoon, hij heeft oortjes in, ze vindt een man van zijn leeftijd met oortjes in een beetje gênant Dan kijkt hij haar richting weer op, het is alsof hij iets controleert.
Dan komt hij naar haar toe. Niet recht op zijn doel af, meer alsof hij onderweg nog kan besluiten om een andere richting op te gaan. Haar telefoon trilt in haar tas. Ze neemt op zonder echt te kijken. “met Eva” “Nee mam, ik ben erg druk dit weekend,” zegt ze, iets te opgewekt. Volgend weekend, is dat goed. “Nee ik drink nog even een wijntje bij Max, het was weer een drukke dag”
Ze hangt op en neemt nog een slok.
“Sorry,” zegt hij. “Maar je komt me bekend voor.”
Ze glimlacht. “Dat hoor ik vaker.”
“Actrice toch? Hoe heet ze ook alweer…”
Ze laat een korte stilte vallen. Hier kan ze kiezen. Laat ik hem raden of hak ik meteen de knoop door.
“Mensen denken dat ik op Halina Reijn lijk.”
Hij knipt met zijn vingers. “Ja. Dat is het.”
Ze haalt haar schouders op, alsof het haar al jaren niet meer raakt. Nee geen Halina, ik heet Eva.
“Is deze plek vrij?” Ze knikt. Hij gaat zitten.
“Thomas,” zegt hij.
Hij vertelt dat hij kunstenaar is. Berlijn, Basel volgende maand, misschien Miami. Hij zegt het zonder nadruk, alsof het hem zelf ook een beetje verbaast.
“Galerieën willen exclusiviteit,” zegt hij. “Maar je moet oppassen dat je niet opgesloten raakt in je eigen succes.”
Ze knikt.
“Ik heb toneelschool gedaan,” zegt ze. “Beste van mijn jaar, zeiden ze. ‘De volgende Halina.’”
Hij fluit zacht.
“Zo.”
Ze hoort zichzelf praten en merkt dat haar stem iets lager van toon is.
Buiten wordt het donkerder. In het raam ziet ze hen samen weerspiegeld. Twee mensen die iets spelen zonder dat er een script is.
“Deze sector is grillig,” zegt ze. “Tussen producties door zit je zonder werk.”
“Telefoon kan elk moment gaan,” zegt hij.
“Precies.”
Ze lachen.
Hij bestelt nog een rondje. Het gaat vanzelf nu.
Hij vertelt over een curator in New York die zijn werk “existentiële urgentie” noemde.
“Wat betekent dat?” vraagt ze.
“Geen idee,” zegt hij. “Ik maak het alleen maar.”
“Haha.”
Ze knikt alsof ze het begrijpt en lacht met hem mee.
Ze vertelt over een auditie. Drie minuten improvisatie. De regisseur moest slikken. Noemde haar rauw. Gevaarlijk.
“Dat ben je ook,” zegt hij, en meent het even.
Wanneer ze later naar buiten lopen, vraagt ze nog een keer naar zijn naam,
“Thomas van Laar.” en jouw naam?
“Eva Meijer.”
Ze wisselen geen nummers uit. Bekende mensen zijn overal traceerbaar, nummers uitwisselen zou het te banaal maken. Ze lopen samen de koude avond in, een korte omhelzing bij de hoek van de straat, en dan kiest ieder zijn eigen richting, alsof ze allebei nog even willen geloven dat dit ergens naartoe gaat.
Thuis zet hij water op. Zijn appartement is een rommeltje.
Zijn vrouw staat al in de gang. Jas half aan.
“Je zou om zes uur thuis zijn,” zegt ze. “Ik moet zo weg. Avonddienst.” dat wist je toch.
Ze ruikt aan hem terwijl ze langsloopt.
“Café?”
Hij zegt niets.
“De kinderen liggen nog niet in bed,” zegt ze. “En die troep van je heb ik in de kelder gezet. Als je kunstenaar wilt zijn, doe je dat maar daar, niet meer in onze slaapkamer.”
Ze verdwijnt naar de badkamer.
De kinderen kijken televisie. Hij gaat naast ze op de bank zitten. Laptop open.
Eva Meijer toneelschool Amsterdam.
Er verschijnen andere mensen. Een docent. Een jurist. Een oude rouwadvertentie.
Geen actrice.
Hij probeert het nog eens.
Dan vindt hij haar.
Filosoof. Schrijver. Kunstenaar. Non-binair. Ze noemt zich ‘Het’
Hij kijkt nog eens naar de foto’s.
Nee dat is ze niet.
Hij leunt achterover.
“Serieus?” zegt hij zacht.
Aan de andere kant van de stad zit zij op de bank. Make-up eraf. Haar gezicht oogt ouder, vermoeider.
Thomas van Laar kunstenaar.
Niets.
Geen galerie. Geen Basel. Geen Miami.
Ze probeert variaties. Andere spellingen.
Nog steeds niets.
“Oké,” zegt ze zacht.
Ze zitten allebei in hetzelfde licht. Laptop op schoot. Stil.
Geen woede. Geen schaamte.
Alleen het besef dat er iets kleins is ingestort.
Ze hebben elkaar niet ontmoet.
Ze hebben allebei iemand gespeeld die ze zelf liever waren.
Hij denkt aan zijn werk. Drie schilderijen in de wachtkamer van een huisarts in Purmerend.
Zij denkt aan een auditie twee jaar geleden. Dertig seconden. “Dank je, we bellen je.”
Ze klappen hun laptop dicht.
Niet boos.
Niet verbaasd.

***

Bregje Jansen, veertig. Geboren in Kampen, maar op mijn negentiende trok ik naar Amsterdam om aan de UvA te studeren. De stad is sindsdien mijn thuis gebleven. Schrijven is een constante in mijn leven.

Miranda Litjens tekent en schildert al heel wat jaartjes en dit heeft zo zijn invloed op haar manier van kijken en doen. Ze wordt er vooral heel blij van!

Reacties

Een reactie posten