Tweede plaats mei 2026


Trudy

- Jean Pluis - illustratie: Thijs Koster -

Trudy had een erg lage dunk van mijn intelligentie en talenkennis. In feite vond zij mij oerdom, wat ik – omwille van mijn eigen vermaak – maar zo liet.
“Paul was wel vaker een paar maanden afwezig. Dan was hij in het buitenland, waar hij in de horeca werkte, als sommelier.”
Bij het uitspreken van het woord “sommelier” keek ze mij onderzoekend aan. Aan het lichte samenknijpen van haar ogen merkte ik dat ze zich afvroeg of ik wist wat “sommelier” betekende.
“Een sommelier,” ging Trudy ongevraagd verder, “adviseert gasten over welke wijn het beste bij hun gerecht past. Paul had zo’n fantastische kennis van druiven, wijnsoorten, landen en jaargangen. Hij was de allerbeste in zijn métier. En hij sprak vloeiend Frans, wat op dat hoge niveau waarop hij werkte niet alleen een pre maar eigenlijk een absolute must is. Elk toprestaurant wilde hem in dienst nemen. Hij zei tegen mij dat hij helemaal gek werd van al die verzoeken van toprestaurants om er te komen werken. Zo gevraagd was hij dus. Kun je je daar iets bij voorstellen?”
“Wat een bijzondere man moet dat zijn geweest, Trudy. Ik vind het jammer dat ik hem nooit heb leren kennen.”
“Ik denk niet dat er een echte klik tussen jullie mogelijk was geweest. Daarvoor was Paul toch een te unieke en speciale man. Zo begaafd, zo geliefd.”
Na deze woorden zweeg Trudy even en wendde haar blik van mij af. Ze staarde in de verte en leek in gedachten te verzinken.
“En weet je,” hervatte ze, “bij grote diners met internationale gasten waar hij als sommelier werkte, kreeg ik af en toe ook een uitnodiging, een heuse VIP-uitnodiging. Weet je eigenlijk wel wat dat betekent ‘VIP’?”
“Ik heb geen idee, Trudy. Ik wil het natuurlijk wel graag weten. Vertel.”
“Nou, dat is Engels. En dat betekent ‘very important person’. VIP ben je dus niet zomaar. Daarvoor moet je speciaal zijn en echt iets te bieden hebben. Vandaar de uitdrukking ‘heel belangrijk persoon’.”
Nadat zij de woorden “heel belangrijk persoon” had uitgesproken, tilde Trudy haar kin een klein stukje op en ademde zij diep in. Ik zag hoe haar neusvleugels lichtjes bewogen. Blijkbaar deden deze woorden een siddering van genot door haar heen gaan. Het was alsof deze woorden haar aangeboren neiging tot scheelzien versterkten; ze leek namelijk nog scheler te kijken dan gebruikelijk.
“En hij was ook zo ontzettend knap. O, ik mis hem zo. En weet je, het klopt niet. Zijn overlijden, bedoel ik. Er is iets niet in de haak. Ik voel dat soort dingen. Zoals je weet, ben ik HSP. Hooggevoelig. Ik heb je duidelijk uitgelegd wat dat betekent. Maar ik vraag mij af of je dat wel onthouden hebt.”
“Ik denk dat ik het nog weet, Trudy. Je hebt mij verteld dat je een grote gevoeligheid hebt voor verborgen emoties bij mensen en eigenlijk in het algemeen. Je kunt verstoringen van wat je, geloof ik, de ‘psychische krachtenvelden’ noemde waarnemen of liever gezegd voelen. Heb ik het zo goed onthouden?”
“Ja, precies. En mijn HSP-persoonlijkheid is een feilloos kompas. Ik weet dat ik erop kan vertrouwen.”
“Hoe is Paul eigenlijk overleden?”
“Ik woon op de eerste verdieping en Paul op de tweede verdieping, pal boven mijn appartement. Toen ze hem vonden, was hij al een half jaar dood. De buurvrouw op zijn verdieping had de stank geroken en de politie ingeschakeld. Die hebben de deur van zijn appartement opengebroken. Maar denk je nou werkelijk dat ik direct op de hoogte werd gebracht? Ze hebben hem eind juni gevonden en pas op 2 juli, uitgerekend op mijn verjaardag, kreeg ik een kort telefoontje van de politie. Of ik Paul toevallig kende. Nou vraag ik je … Wat een brutaliteit: ‘Of ik Paul toevallig kende.’ Dat is toch allemaal niet te filmen.”
“Maar Trudy, ik begrijp dat allemaal niet zo goed. Je had een relatie met Paul én hij woonde in het appartement boven je. En gedurende een half jaar zag je hem niet, hoorde je niets van hem en nam je zelf geen contact met hem op. Kun je begrijpen dat ik dat een beetje vreemd vind?”
“Dat is nou precies hoe een doorsnee persoon zou reageren. Je hebt werkelijk geen idee van de bijzondere band die Paul en ik altijd hebben gehad. Ik voelde mij op een geestelijk, zeg maar gerust spiritueel niveau met hem verbonden. Ook als wij elkaar niet fysiek zagen, stonden wij met elkaar in verbinding. Onze band was zo bijzonder. Mensen zoals jij hebben daar geen enkele weet van.”
Trudy zweeg even en keek afwezig naar buiten. Ik wist niet goed wat ik moest zeggen.
“Ik voelde dat er iets mis was,” vervolgde Trudy. “Ik ben naar de politie gegaan. Ik vind dat zij moeten uitzoeken wat er precies is gebeurd. Maar denk je werkelijk dat ze ook maar één vinger hebben uitgestoken?”
“Dat is vreemd. Waarom hebben ze niets gedaan? Dat is toch hun werk?”
“Precies! Ik ben persoonlijk naar het politiebureau gegaan en ik heb ze duidelijk gezegd dat ze hun werk moesten doen. Ik heb ook onmiddellijk een klacht ingediend tegen die oetlul van een agent die mij te woord heeft gestaan. ‘Nou mevrouw’, zei hij tegen mij, ‘dit is niet de eerste keer dat u met een verdenking komt aanzetten. De vorige keren ging het om vermeende criminele praktijken van de medebewoners van uw appartementencomplex. Maar dat bleek dus allemaal op niets te berusten. Dat lijkt mij ook nu het geval. Er is geen enkele aanwijzing of vermoeden dat Paul op een niet-natuurlijke wijze om het leven is gekomen.’ Zo’n brutaliteit. Ik was woedend. Later zijn ze dan toch nog met een onderzoek gestart. En weet je wie ze als eerste ondervroegen? Mij dus. Kun je het geloven?”
“Wat zou er gebeurd kunnen zijn? Zijn er sporen van geweld op het lichaam van Paul gevonden? Of, Trudy, ik durf dat bijna niet te vragen. Is het mogelijk dat hij zelf een einde aan zijn leven heeft gemaakt?”
Trudy sperde haar ogen wijd open en keek mij strak aan, haar mond zakte open.
“Hoe haal je het in je zieke hoofd om zoiets ook maar te vermoeden. Paul omarmde het leven en het leven omarmde hem. En wij waren intens gelukkig samen. Wij deelden zo veel geluk samen. Dat Paul zijn eigen leven zou hebben beëindigd, is werkelijk te gek voor woorden. Ik vind dat je met die suggestie zijn naam achteraf bezoedelt. Ik had dat niet van je verwacht. Van de andere kant, wat weet jij nou eigenlijk.”
“Had jij een sleutel van zijn appartement?”
“Natuurlijk had ik een sleutel van zijn appartement. Wij waren geliefden.”
“Ze zeggen dat je rond kerstmis nog in zijn appartement bent geweest. Iemand heeft jou bij hem naar binnen zien gaan. Weet je dat nog, Trudy?”
“Het was een duivelin, die hoer van zijn werk. Hij heeft mij zelf verteld hoe zij hem probeerde te verleiden en alles in het werk stelde om hem van mij af te pakken.”
“Was zij bij hem toen je zijn appartement betrad?”
“Ik wilde Paul verrassen. Zij begon gelijk te schreeuwen en te tieren. Ik heb Paul alleen maar willen beschermen.”
Trudy zweeg. Ik zag op de klok die achter haar aan de muur hing dat het bezoekuur bijna afgelopen was.
***


Als bonus voegde Thijs een video van het maakproces toe 😃

***
Over Jean Pluis
Ik werk als jurist/vertaler. Verhalen schrijf ik als tegenwicht voor mijn juridisch vertaalwerk. De grote kick van literair schrijven vind ik om vanuit een klein begin (een idee, gedachte, ingeving) tot een afgeronde tekst te komen. Geen gemakkelijke onderneming, maar wel een die veel voldoening geeft.

Over Thijs Koster
Zie zijn Instagram

Reacties

Een reactie posten