Winnaar Manuscripten mei 2026


Het cijferpaleis

- Arjen Ligtvoet - illustratie: Maaike Everaerts -


Proloog: De ekster
‘Doe iets, Koen, doe iets!’ schreeuwde Judith en ze keek me woest aan.
Al een dag en een nacht deden we van alles en nog wat. Om de weeën op te wekken ging het gisterochtend van start met een cocktail van wonderolie en chocopasta. De weeën bleken daar immuun voor, maar de bruine brei wekte wel een urenlange kots- en diarreepartij op. Achteraf gezien was het meer een barbaarse martelmethode dan iets wat je van een modern ziekenhuis verwacht, temeer daar de kraamafdeling zich op de borst klopte met een ‘vlotte, natuurlijke en ontspannen geboorte-ervaring’, zoals ik las in de flyers die hier overal rondslingerden.
‘Doe iets, Koen, doe iets!’ schreeuwde Judith.
Judith dobberde in een warm bad, ze pufte op een groot, rond bed vol fluffy kussens en zelfs in de cozy corner kwam ze ondanks de weeë knuffelmuziek niet tot bevallen.
Anne lag met haar hoofd naar beneden, daar kon het dus niet aan liggen en zo werd het tijd voor een onnatuurlijke bevalling.
‘Ze wil er niet uit, maar ze moet,’ zei de dokter. ‘Twee weken over tijd en acute vruchtwaterschaarste.’
De wee-opwekkende druppelaar zorgde voor een heftige wee. Annes hartslag viel weg. De arts draaide het infuus dicht. Annes hartslag kwam weer terug. De arts wachtte even en draaide het infuus weer open. De wee kwam, Annes hartslag viel weg.
‘Doe iets, Koen, doe iets!’
Judith lag met haar benen in van die klassieke beensteunen. De dokter, een reusachtige man met kale kop, tuurde met bijna dichtgeknepen ogen tussen haar benen naar binnen. De kracht van de wee nam af.
‘Kijk, het hoofdje is er al bijna,’ zei hij terwijl zijn leesbril van zijn platgeslagen boksersneus afgleed.
Ik keek en zag diep tussen Judiths dijen een bloederige klont haren.
De dokter knipte met zijn vingers en meteen bracht een verpleegster hem een roestvrijstalen blad vol spuiten en injectienaalden. Hij koos er eentje uit en prikte op meerdere plekken in Annes kruintje, tot het hem lukte om een paar druppels bloed te verzamelen. Zonder om te kijken strekte hij zijn hand naar achteren. De verpleegster nam de spuit van hem over, trok de naald los en spurtte de gang op.
‘Geef de operatiekamer alvast een seintje,’ riep de dokter haar achterna. Hij schoof zijn bril weer op zijn neus en draaide zich naar Judith.
‘Oké, mevrouw Tervoort, we gaan het nog één keer proberen.’
De spuitverpleegster kwam teruggerend, op de voet gevolgd door een struise vrouw met stekeltjeshaar.
‘Zuurstof is kritiek,’ fluisterde ze in het bloemkooloor van de dokter, maar ik hoorde het toch. Een pijnscheut schoot door mijn maag.
De vrouw met het stekeltjeshaar legde een opgerolde handdoek over Judiths kogelbuik en greep beide uiteinden vast. Even stond ze bewegingloos over Judith gebogen, klaar voor het startschot.
‘Oké, mevrouw Tervoort, maximale kracht, nu!’ riep de dokter. Hij draaide het wee-opwekkende infuus vol open.
De aderen op Judiths slapen explodeerden.
‘Doe iets, Koen, doe dan toch iets!’
Een volgende, nog krachtigere wee kwam. De stekeltjesdame leunde met haar volle gewicht naar beneden, zodat de handdoek zich strak om Judiths buik spande.
‘Koen, doe nou godverdomme iets!’
Ik kon alleen maar het maagzuur wegslikken dat steeds weer omhoogkwam.
De dokter deed wél wat. Hij ramde een gootsteenontstopper in Judith en meteen, met de plop van een champagnekurk, schoot er een zwarte drol uit Judith. De drol buitelde als de schaduw van een vogel door de lucht en landde op een van de witte klompen van de arts.
Een ekster, flitste het absurd door mijn hoofd. Het is geen drol, maar een ekster.
‘Schoonmaken,’ siste de dokter schuin naar achteren. Hij sjorde verder aan de ontstopper terwijl een verpleegster de drol verwijderde. Een drol die weer gewoon een drol was en nooit meer zou vliegen.
‘Auauau,’ schreeuwde Judith.
‘Persen, persen, persen.’
Judith perste en de dokter trok zo hard aan de ontstopper dat de stofjas zich om zijn bovenarmen spande. De vrouw met het stekeltjeshaar duwde tegen Judiths buik en kreunde alsof ze zelf aan het bevallen was. Het werkte. Sneller dan de drol en samen met een golf bloed en slijm gleed een blauwig schepsel zo in de kolenschoppen van de dokter.
‘Och, arm ding,’ zei de vrouw met het stekeltjeshaar. Ze wikkelde de navelstreng van Annes nek los, die er met een dubbele slag omheen gedraaid zat en een felrode striem achterliet. Anne hing slap in de reusachtige handen van de dokter, haar minuscule borstkas bewegingloos.
Dood, flitste het door mijn hoofd. Hartstikke dood. Opnieuw slikte ik maagzuur weg.
Een verpleegster zette klemmen op de navelstreng, knipte die door en rende met Anne naar de behandeltafel aan de andere kant van de verloskamer. Een andere verpleegster klapte haastig een kamerscherm open. Ik zag nog net hoe Anne een piepklein zuurstofmasker op haar gezicht geduwd kreeg.
Judith kneep in mijn hand. Haar vingers trilden.

De dokter nam de tijd om zijn handen en onderarmen te wassen. Daarna onderzocht hij Judiths vagina, waar bloed uit sijpelde. De moederkoek kwam en ging en weer knipte de dokter met zijn vingers. Dit keer kwam de verpleegster aangelopen met een dienblad vol naaigerei. De dokter selecteerde een gekromde naald, deed het garen met een vaardige beweging door het oog en ging aan het werk in zijn niet meer zo smetteloos witte stofjas, zijn voeten in een brei van bloed en brokjes. Hij zag eruit alsof hij ternauwernood een kooigevecht overleefd had en straalde tegelijk een bijna hypnotiserende rust uit, zoals hij daar met naald en draad aan het werk was.
Achter het kamerscherm was een verpleegstersilhouet met gebogen hoofd aan het werk. Ik keek naar Judith. Ze had haar blik strak op het kamerscherm gericht, haar ogen in zwarte kringen gevangen. Ik kneep in haar hand. Ze kneep terug. Zwak babygehuil verbrak de stilte.
‘Daar ben je dan, mooie meid,’ zei de verpleegster met hoge stem.
De dokter keek op van zijn naaiwerk.
‘Daar zijn ze dan, de kersverse papa en mama,’ zei hij en gaf me een knipoog.
De verpleegster kwam achter het scherm vandaan met een roze deken op haar arm. Annes verfrommelde gezichtje stak uit de deken, haar ogen stijf dicht.
‘Na zo’n bevalling kan het alleen maar makkelijker worden,’ zei de dokter en gaf me opnieuw een knipoog.
De verpleegster legde Anne op Judiths buik. Ik aaide met twee vingers over Annes bloederige haren en met mijn andere hand aaide ik Judiths doorgezwete haren uit haar gezicht.
‘Ze heeft ons flink laten schrikken, maar nu is het wel in orde,’ zei de verpleegster.
Anne maakte schokkende beweginkjes met haar hoofd en tuitte haar lippen. Judith probeerde haar shirt omhoog te trekken, maar haar vingers kregen geen grip op de stof. Ik trok het shirt omhoog en begeleidde Anne naar een van de fier rechtopstaande tepels, waaruit al een straal moedermelk spoot. Anne dokte gulzig aan en precies op dat moment spatte bij Judith de cocon van uitputting en angst uiteen en kwam er een wonderschone moeder tevoorschijn.

’s Ochtends om zeven minuten over tien, na een bevalling van ruim zesentwintig uur, was het Anne dus toch nog gelukt om heelhuids tevoorschijn te komen. Precies twaalf jaar, vijf maanden en achtentwintig dagen later, verstopt op een wc, sneed ze met een eerder achterovergedrukt aardappelmesje haar polsslagader over meerdere centimeters open. Precies op de plek waar nu een wit ziekenhuisarmbandje met zwarte streepjescode om haar polsje knelde.

***
Arjen Ligtvoet is al jaren met veel plezier tekstschrijver. Een mooi beroep, dat zeker, maar het was nooit zijn droom om tekstschrijver te worden. Schrijver wel en schrijven is schrappen, vandaar dat het voor hem tijd wordt om de tekst uit tekstschrijver te schrappen.


Maaike Everaerts woont in het prachtige Hageland. Ze werkt deeltijds als begeleidster voor volwassenen met een beperking en is daarnaast student aan LUCA School of Arts te Brussel, afstudeerrichting Beeldverhaal. Schilderen en tekenen zijn al van kinds af aan haar passies. Ze laat zich graag inspireren door de natuur en de menselijke invloeden hierin.

Reacties

  1. Hmm ok, ik word er niet echt warm van. Zou het misschien helpen om de samenvatting erbij te publiceren om meer te weten over het verhaal? Nu spreekt het me niet echt aan om verder te lezen.

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Beste,
    Ik merk dat ik de voorwaarden om mee te dingen naar “Manuscript van de maand” niet helemaal begrijp. Dit “verhaal” telt ongeveer 1300 woorden, terwijl voor een “Verhaal van de maand” blijkbaar eerder aan 3000 woorden wordt gedacht. Misschien heb ik ze over het hoofd gezien, maar waar kan ik die voorwaarden precies terugvinden?
    Met dank

    BeantwoordenVerwijderen

Een reactie posten