De rups en de flowerboy
- Anouk Bosch - illustratie: Peter Meijer -
‘Het zijn altijd de VPRO-flowerboys die je het meest opfokken.’ zegt Martha-Frank op haar rug in het gras, haar handen gevouwen onder haar hoofd. Ik geef haar een por, ten teken dat ze bij mij op het kleed moet komen liggen. Gisteren heeft Martha-Frank haar pony bijgeknipt. Te kort, vindt ze. Ze zegt dat ze eruit ziet alsof naar Berlijn is geweest en daar haar hele identiteit van heeft gemaakt. En dat terwijl ze nog nooit een voet de Duitse grens over heeft gezet. Gewoon omdat haar gezin vroeger altijd kampeerde in Frankrijk. En daarna koos ze Frans op school, ik ook trouwens, zodat we samen op werkweek naar Parijs konden, en zodra ze oud genoeg was koos Martha-Frank altijd voor exotischere oorden, iets met avontuur, iets met backpacken, iets met clandestiene tatoeages in een hostel in Vietnam en daarna vanwege je verse stick en poke je snorkelexcursie af moeten zeggen, ha-ha. Ik ben niet zoals Martha-Frank. Ik heb geen dubbele naam die zowel oubollig als cool klinkt, geen initialen waar je lollig mee kunt doen (Martha-Frank kiest online graag mf als gebruikersnaam, ze vindt het grappig als mensen denken dat ze daar iets grofs mee bedoelt). Ik ben gewoon Mirjam, en ik werp nog eens een blik op de pony. Ik vind hem niet te kort. Ik zeg dat ze het kan hebben maar daarmee zeg ik slechts de bescheiden helft.
Ik heb zelf ijsthee gemaakt en dat meegenomen in een thermosfles, en de snackgroente die in de aanbieding was, drie bakjes voor de prijs van twee, met daarbij pikante hummus om te dippen. Het is eind september, maar het is nog heet, alsof het de herfst niet lukt om de aanhankelijke zomer van zich af te schudden. Martha-Frank heeft een rol koekjes, een fles witte wijn en een fles bubbelwater meegenomen en ik had niet anders verwacht. Ik weet dat onze picknicks perfect uitbalanceren, twee uiteenlopende smaken die verrassend goed combineren, elkaar complimenteren, of zo zie ik het zelf in ieder geval graag. Martha-Frank steunt op één ellenboog terwijl ze witte wijn-spritzers maakt. ‘Vertel me eens hoe het ging.’ Dat laat ik me geen twee keer zeggen.
‘We matchten via een datingapp, op de valreep eigenlijk. Ik wilde de app al verwijderen maar had nog zo’n muntje over. Twee dagen later hadden we een date.’
‘Hoe zag zijn profiel eruit?’ Analoge lensflares, artistieke gruizigheid en creatieve flitsers waardoor ik vooral zijn neusbrug en zijn jukbeenderen kon zien. Hij was er wel, maar vooral ook niet, en daarom kon ik alles zien wat ik wilde zien. Ik stelde vast dat hij lang haar had, een tenger postuur, een aantal tatoeages.
‘Oh, je weet wel. Dockersmutsje, krullen. Muzikant, doet iets met een avant garde variatie op italodisco, wat dat ook moge betekenen. Hij had ‘feminisme’ aangevinkt op zijn profiel.’
‘Rode vlag.’ Martha-Frank’s lippenstift vlekt op de rand van haar kartonnen bekertje, een tint mauve net iets donkerder dan haar eigen huid.
‘Wat? Hoe dan?’
‘Erg verdacht als ze dat zo uitgesproken claimen. Zou je zelf bij een buschauffeur instappen die op zijn t-shirt ‘ik rij veilig’ heeft staan? Sommige dingen worden raar zodra je ze hardop uit moet spreken.’
‘Oké, maar hoe moeten mannen dan communiceren dat ze oké zijn?’
‘Geen wóórden maar dáháden!’ scandeert Martha-Frank door het park. Verderop staat een man met een winkelwagen vol spullen die probeert een levende kanarie in een kooitje te verkopen aan voorbijgangers. Hij steekt joelend een duim op. Martha-Frank negeert hem, neemt nog een slok van haar spritzer. ‘Maar goed. En toen?’
‘Nou wij op die date. Let wel, op zijn profiel stond dat hij 1 meter 76 was.’
Martha-Frank grijnst de kuiltjes in haar wangen. ‘En dat was hij natuurlijk niet.’
‘Hoe weet jij dit?’
‘Schat.’ Martha-Frank kijkt me streng aan over de rand van haar drankje. ‘Alles onder 1.80 is een opportunistisch afgeronde leugen.’
Zelf heeft Martha-Frank – tegen alle verwachtingen in – al sinds ons eindexamenjaar een relatie met Willem, een beer van een metalhead met een liefde voor Feyenoord. Op een manier lijkt hij ontzettend op een uit de kluiten gewassen versie van Kristen Steward, maar misschien ben ik de enige die dit ziet en ik durf nooit om bevestiging te vragen. Willem werkt als ICT’er bij een helpdesk, speelt graag videogames waarin hij de eigenaar is van een magisch boerderijtje en zit hij bij een toneelvereniging waarmee hij regelmatig vreselijke improv-avonden organiseert. Ik weet dat ze vreselijk zijn omdat Martha-Frank me steevast meetrekt, en dan glunderend naast me in het publiek zit.
‘Ik snap niet hoe mannen denken weg te komen met liegen over hun lengte. Ik ben zelf 1.73. Ik heb ogen, weet je. Ik kan heel goed zien dat je kleiner bent dan ik.’
Martha-Frank haalt haar schouders op. ‘Maar tegen die tijd ben je al met ze op stap en hopen ze natuurlijk ergens anders mee te kunnen compenseren. Is dat gelukt?’
Ik denk aan die eerste, stroperige date, het ongemak. Hij deed me denken aan een slak die bij een onverwachte beweging alles naar binnen zou trekken, eerst de ogen en die tentakeltjes en dan steeds verder tot er alleen een nietszeggend huisje over zou zijn, een huisje wat je op moet tillen om aan het gewicht te voelen of er iemand thuis is.
‘Hij leek behoorlijk zenuwachtig, eigenlijk.’ Martha-Frank houdt me de rol met koekjes voor, glimlacht van toe-dan. Ik slik gauw mijn komkommer weg en pak er twee. Digestieve met chocolade, mijn wijs- en middelvinger zakken weg in de half gesmolten bruine laag. Ik lik mijn handen schoon met katachtige likjes terwijl ik Martha-Frank aan blijf kijken. Ze kijkt zo geduldig terug dat ik toch maar weer weg kijk. ‘En wat gebeurde er toen?’ Ze wil het echt weten.
‘Vrij weinig. We wisselden nummers uit, hij kuste me op mijn wang, een heel benepen klein prikzoentje, als een peuter op een verjaardag die dat moet van zijn moeder. Hij zei dat hij met vakantie zou gaan, maar dat hij me een berichtje zou sturen. En dat deed hij dus ook.’
‘Schokkend.’
‘Precies. Hij deed wat hij beloofde en daar ging het mis. Ineens maakte hij grapjes, zei alle juiste dingen, stelde vragen. We hadden hele gesprekken over Kate Bush en Björk en Chappell Roan en hij vertelde over zijn ouders en zijn zusje. Hij gebruikte zonder ironie woorden als “triggerwarning” en “male privilege”. Hij appte me foto’s van de havercappuccino’s die hij dronk, de hele mikmak.’
‘Mijn god. Hadden jullie iedere dag contact?’
‘Iedere dag! Drie weken lang. Achteraf denk ik, wat een cliché. Hij had het voortdurend over de relatie met zijn moeder, hoe geweldig maar ook veeleisend ze was.’
‘Och, Oedipus. Het zijn altijd de VPRO-flowerboys met de grootste mommy-issues.’ Martha-Frank propt nonchalant haar halve digestieve haar wang in terwijl daar duidelijk nog een homp aan elkaar geplakte koek zit. Zelfs met één hamsterwang is ze waarschijnlijk de mooiste vrouw ter wereld, ze ligt op het picknickkleed met de geborduurde aardbeitjes die ik heb meegenomen en ik voel ineens ten volste hoe lang we dit al doen, hoeveel zomers we steeds weer op dit kleed eindigen terwijl haar haar kort en dan weer lang en dan weer kort is, en terwijl haar collectie tattoos en piercings groeit en ze van de ene vreemde baan naar de andere hopt (op dit moment speelt ze oudhollandse poppenkastshows in bejaardentehuizen). Martha-Frank heeft twee constanten in haar leven. Ze heeft mij. En ze heeft Willem. Ze zegt altijd dat ze te onstuimig, te chaotisch is om ook nog een wild liefdesleven te hebben, ze zegt dat Willem haar anker is. Ik zeg soms achter haar rug om dat ze gewoon niet beter weet. Dat mensen die bij hun eerste liefde blijven voor altijd vastzitten in niet-verkende grenzen, dat ze niet weten dat het gras groener is bij de buren omdat ze daar nooit langs gaan. Maar tegen Martha-Frank zeg ik juist dat ik heel goed snap dat als je iets goeds hebt je het niet zomaar wegdoet. En dan zegt zij op haar beurt dat Willem gewoon de beste gast is en knikt zelf tevreden.
‘En toen? De tweede date?’
Ik vertel over de tweede date terwijl ik kijk naar haar luistergezicht met het rimpeltje tussen haar wenkbrauwen dat verschijnt en verdwijnt. Ik verdenk mezelf er soms van dat ik mijn zinnen langer maak dan nodig zodat ze me zo aan blijft kijken, ik pluk ondertussen aan de losse draad van een aardbei.
‘En dit keer gaf hij me een ontspannen, zelfverzekerde kus op mijn mond en vroeg of ik later die week tijd had en dat had ik.’ De man met de kanarie heeft het inmiddels aan de stok met een meisje dat vindt dat vogels niet in kooitjes horen, ze noemt hem een fascist en hij noemt haar een kankerhoer.
‘Het duurde vijf dates, Marf. Vijf hele dates met steeds vaker bovenbenen en schouders die elkaar raken, toenadering zoeken, handen vasthouden, voor hij eindelijk eens durfde te zoenen met tong, hij fluisterde in mijn oor dat hij wel graag eerder had gewild maar slecht was in flirten. We stonden voor mijn huis en hij vroeg of hij mee naar boven mocht. En weet je, ik dacht tegen die tijd dat ik in mijn handen mocht knijpen. We hadden fijne gesprekken gehad over seks en intimiteit en hij zei dat hij vond dat mensen daar tegenwoordig zo lomp mee omgaan. Ik dacht, het draait eens niet alleen maar om mijn lijf, dit draait om mij.’
Martha-Frank knikt, ze kijkt heel serieus.
‘En ik dacht, wat maakt het uit dat hij gelogen heeft over z’n lengte, of dat ik vaak moet vragen of hij wil zich wil herhalen omdat de woorden ergens achter zijn voortanden blijven steken of dat hij elke date begint over hoe duur de drankjes zijn? Hij is aardig! Hij doet z’n best! Dit is goed, dacht ik.’
‘En was het goed?’
Ik haal mijn schouders op, prik wat in de lucht met mijn snackkomkommer. Martha-Frank lacht, hard, ze legt haar hoofd in haar nek en er glinstert een edelsteentje op haar snijtand.
‘En ik dacht nog: hij is verdomme een feminist, en een creatief mens, dit moet goedkomen, zo dacht ik. Ik was zo vastbesloten om optimistisch te zijn.’ Ondanks dat gewriemel aan mijn tepels alsof hij een stuk vastgeplakte kauwgom probeerde los te peuteren, ondanks de schrijnend halfbakken tik op mijn billen die hij gaf nadat ik hém om consent had gevraagd - want hij gaf aan spanken vrouwonvriendelijk te vinden. Ik had naar hem gegluurd door mijn oogharen, gehoopt dat de suggestie van zijn lange haren en elegante silhouet me terug naar de opwinding zouden brengen.
‘En toen?’
Het is zachtjes gaan waaien, de wind doet het folie van de koekjes en de groente knisperend wiegen en ik leg mijn handen erop zodat alles blijft liggen.
‘Hij ging naar huis en toen bleef het stil. Het enige wat van hem achterbleef was een veeg op de muur in de hal, waar zijn racefiets had gestaan. Na twee dagen appte ik hem dat ik het leuk vond, er kwam geen reactie, en toen ik eindelijk voor een tweede keer durfde te appen, stuurde hij terug dat mijn ‘ik-vond-het-leuk’ -berichtje hem volledig naar de keel gevlogen was. Dat hij helemaal vast zat in zijn hoofd omdat ik zulke hoge verwachtingen van hem leek te hebben. En dat we er daarom per direct mee moesten stoppen.’
‘Motherfucker.’
Martha-Frank schudt vermoeid haar hoofd. Ik zie dat er een pluk krullend haar vast zit in haar helix-piercing. Ik buig me naar haar toe, met voorzichtige vingers ontwar ik de haren die om het metalen bolletje gewikkeld zitten, er loopt kippenvel langs mijn armen.
‘Dus het was uiteindelijk gewoon een ordinaire bump en dump.’ Ik voel haar adem langs mijn huid, de radiatie van haar gezicht bij mijn borst, ik treuzel met de piercing.
‘Ik weet niet hoe jij komt aan dit soort termen.’ Ik duw mezelf nog iets meer in de bubbel van haar warmte - vergis ik me of beweegt ze ook naar mij? - als Martha-Frank’s telefoon trilt, ze maakt zich in een soepele beweging los uit mijn armen en grabbelt de telefoon met haar slanke vingers van het kleed. Kletst glimlachend met Willem over dat hij niet met het avondeten hoeft te wachten, de moedervlek op haar strottenhoofd beweegt als ze slikt. Dat hij ook hierheen kan komen, gezellig. Toch, Mirjam? Ik knik plichtsmatig. Aan de kleur van de avond is te zien dat het niet langer zomer is.
‘Ik wil wat Willem en jij hebben,’ zucht ik als ze opgehangen heeft. Op mijn datingprofiel staat dat ik eerlijkheid belangrijk vind. Martha-Frank zegt dat ze het me zo gunt.
‘Je hebt nu toch ook vrouwen aangevinkt staan, lukt dat al een beetje?’ En ik haal mijn schouders op en doe van mwôh, dat wil nog niet erg, ik heb een type in mijn hoofd waar ik steeds niet mee match.
‘Weet je wat jouw probleem is? Je bent met vrouwen te kieskeurig, en bij mannen blijf je het maar proberen. Je moet eens uit je cocon komen.’ Ik knik. Martha-Frank legt zoals altijd de vinger op de zere plek.
***
Anouk Bosch (1993) woont in Rotterdam, waar ze schrijft en mijmert. Ze studeerde geschiedenis aan de Universiteit Leiden, is als maker actief bij de community van de Buitenplaats Brienenoord en houdt van wandelen, dieren, boeken en films.
Van 1980 tot 1985 was hij werkzaam als docent tekenen en kunstgeschiedenis.
Maakte illustraties en tijdschrift omslagen voor uitgeverij Wolters-Noordhoff.
Sinds 1985 fulltime actief als beeldend kunstenaar.
Zijn werk werd geëxposeerd in binnen- en buitenland, en is opgenomen in talrijke bedrijfscollecties en particuliere verzamelingen.
Elk jaar is zijn nieuwste werk te zien bij verschillende galerieën en op internationale kunstbeurzen in steden als Amsterdam, Brussel, Stockholm en Wenen. https://www.petermeijer.com/


.jpg)
Wat leuk! Gefeliciteerd Anouk! Mooie tekening ook!
BeantwoordenVerwijderen