Manuscripten gezocht
We zoeken weer Proeflezers & Recensenten Ontvang een gratis boek!


Tweede plaats september 2026


Alicja

- Joos Gommans - illustratie: Peter Meijer -

Het gaat niet zo goed met mijn schoonmaakster. Ik noem haar liever bij haar naam: Alicja (ik wil zeggen: Kowalska?) is al sinds mijn scheiding, acht jaar geleden, bij mij in huis. Waar ik chaos veroorzaak in mijn vaak onnavolgbare dagen van calls, rapportages en brainstormsessies, creëert Alicja rust en, tot op zekere hoogte, orde. Ze is niet zomaar een schoonmaakster. Ze is een vriendelijke, zwijgzame, redelijk goed functionerende schoonmaakster.
Alicja heeft vorige week slecht nieuws gekregen: een beginnende tumor in haar linkerborst.
“Kun je het laten weghalen?” vroeg ik, toen ik haar hierover aan de telefoon sprak. Uiteraard was mijn eerste gedachte: verdomme, ik moet weer op werksters.nl gaan zoeken naar een vervanger, afwachten of die überhaupt komt opdagen, afspraken maken over sleutels en er dan na twee weken achterkomen dat ze zwanger is.
“Misschien,” zei Alicja met een sterk Pools accent. “De dokter gaat mij nog vertellen. Misschien wegsnijden, misschien is bestraling nodig.”
En toen gebeurde er iets vreemds met mij: iets raakte mij. Ik weet niet goed wat. Misschien was het de leegte in huis nadat mijn zoon is gaan studeren, misschien was het haar kwetsbare stem, misschien was het de laatste aflevering van Undercover Boss, waaruit geleerd kan worden dat rijke mensen met privileges ook vriendelijk kunnen zijn. Maar ik besefte: als Alicja er niet meer is, verlies ik niet alleen een schoonmaakster. Dan verlies ik een mens.

Ik realiseer me dat ik maar heel weinig weet over haar. Ik weet dat ze oorspronkelijk uit Polen komt, dat ze graag maar matig Taylor Swift-liedjes zingt tijdens het schoonmaken, dat ze haar gezicht besmeert met goedkope make-up, dat ze een kind met een of ander rugzakje heeft en dat haar broer, een man met kort haar en een tracksuit, haar soms ophaalt in een Kia Picanto van minimaal 20 jaar oud. Alicja houdt ook van Videoland.
Ik werk vaak thuis. Het is een riant vrijstaand huis, in een Eindhovense vinexwijk, waar ik niet over wil opscheppen maar dat ik me wel kan veroorloven. En ik zie Alicja sommige weken meer dan mijn collega’s, meer dan mijn eigen familie. Elke zes maanden neem ik haar persoonlijke ontwikkeling door aan de hand van enkele bullet points: vaardigheid (een minpunt voor het zemen van ramen in de zon), intelligentie (minpunt voor het ontpluggen van een USB-C-kabel uit mijn telefoon op 2% accu) en sociale vaardigheid (minpunt voor het bellen over een pakketje tijdens mijn vakantie op de Azoren). Maar over het algemeen is haar werkethos te omschrijven als “zuinig en zelden verrassend.”
Maar wat weet ik écht over haar? Ik realiseer me dat ik niets heb: geen kopie identiteitsbewijs, geen belastingpapieren, geen arbeidscontract. Na mijn telefoongesprek met Alicja appte ik mijn studerende zoon Waldemar met de vraag om online research te doen; iets waartoe hij, voor een klein prijsje en mijn toezegging dat hij niet op mijn verjaardag hoefde te komen, bereid was.
Ik print werkelijk alles uit. Ik geniet van de geur van inkt op papier en het gevoel van een Montblanc-pen in mijn hand. Ik ben ervan overtuigd dat, als ik in 1890 had geleefd, ik bevriend zou zijn met schrijvers als Henry James en George Bernard Shaw, met wie ik de toekomst van de industrie zou bespreken met veel gevatheid, sigaren en een huishoudster die sherry komt brengen in een kristallen decanter.
“Waar gaat het over?” zou ze vragen op rebelse toon.
“Laat de mannen maar,” zou ik zeggen, terwijl ik mijn hand laag op haar rug leg en royaal lach. “Daar hoeft jouw lieve snoetje zich geen zorgen over te maken.” Toen kon dat nog.
En zo ligt nu voor mij een stapeltje onderzoek van Waldemar, op basis van alles, van Facebook tot Instagram, dat mij een beeld van Alicja heeft gegeven dat een echt gesprek nooit had kunnen geven. En tot mijn grote verrassing delen wij meer dan ik had gedacht.

Zo ben ik te weten gekomen dat Alicja en ik even oud zijn: we zijn allebei geboren in 1980. Ik werd geboren in Abcoude, zij in Gdańsk. Ik probeer mij voor te stellen hoe haar geboorte eruitzag: een brutalistisch ziekenhuis in een besneeuwde stad, met marcherende soldaten buiten. Een vader met een gebreide blauwe trui en snor, een druppelende kraan boven een gebroken wastafel, afgebladderde witte verf aan de muren, moeder met gespreide benen op het bed. “Deze Sovjet-apparatuur werkt niet!” roept een rokende zuster in een wit uniform met een kapje. “Hadden we het maar zo goed als in het Westen,” zegt ze. De dienstdoende arts kijkt op van zijn klembord. “Mond dicht, zuster!” zegt hij. “Dat is insubordinatie.” En dan, fluisterend, voegt hij eraan toe: “Er is hoop in de lucht! Geloof me, over tien jaar komt er een grote ommekeer in Europa!” Moeder schreeuwt luid en dan klinkt het huilen van de baby. Alicja is geboren.
Ja, ik vermoed dat het zo ongeveer gegaan is.
De overeenkomsten gaan verder. Alicja en ik waren in 2002 allebei in Amsterdam: ik tijdens mijn UvA-tijd voor mijn bachelor Rechten, zij als jonge moeder van een zoontje met een onbekende vader, werkend bij het tankstation op de Utrechtsebrug.
Op foto’s uit die tijd ziet ze er, voor haar doen, knap uit: strak naar achteren getrokken haar in een staart, grote ronde oorbellen en dikke lippen. Haar scherpe lijnen zijn nu wat slap gaan hangen en haar ogen zijn vermoeider geworden. Herken ik dat? Natuurlijk! Ook ik ben ouder geworden. Kijk naar de grote inhammen in mijn haar! Ik ben niet meer de knappe student met witte tanden en een grote bos blond bevoorrecht haar. Maar, omdat ik daar om kan lachen, heb ik toch een streepje voor op alle mannen die wanhopig proberen vast te houden aan hun laatste tekenen van jeugdigheid.
Alicja en ik trouwden allebei in 2006. In haar geval (volgens haar oudste, nooit verwijderde, Facebook-foto) op dinsdagochtend in het gemeentehuis van Amsterdam met een norse man in een goedkoop driedelig pak. In mijn geval in Venetië op een dakterras met uitzicht op het Palazzo Ducale bij zonsondergang, met Chantal: de meest aantrekkelijke vrouw van Nederland met een PhD.
We trokken allebei naar het zuiden in 2012, waar we onze ware passies vonden. Ik als manager customer relations voor LegalYou, een managementbureau in Eindhoven gespecialiseerd in fusies tussen advocatenkantoren. Zij als schoonmaakster.
We zijn allebei ook weer gescheiden. Ik vermoed dat Alicja, net als ik, haar best heeft gedaan om iets van de relatie te maken. Zij heeft geprobeerd haar schoonheid te laten herleven met een niet helemaal geslaagde botoxbehandeling. Ze heeft goedkope lingerie bij Wibra gekocht. Maar zijn aandacht was weg. Er was alleen maar leegte in zijn norse ogen.
“Ik wil niet meer,” zegt ze op een avond uit het niets tegen haar man, die op televisie naar de zoveelste voetbalwedstrijd kijkt. De alles bepalende match tussen Lech Poznan en GKS Katowice. Naast hem staat een krat huismerkbier.
Woorden worden gewisseld. Een flesje vliegt tegen een goedkoop schilderij, gekocht tijdens een sneue maar betekenisvolle vakantie in Marbella. De scheiding is een zware tijd. Maar haar beste vriendin, een andere schoonmaakster, bevestigt haar in haar keuze: “Het is beter zo. Je bent een sterke vrouw.”

Mijn eigen scheiding was mogelijk nog zwaarder; al was het maar omdat er meer vermogen in het spel was. Chantal, mijn ex-vrouw, was het type yogabroek, granola en glamping op Lowlands. En hoewel dit een zekere leeghoofdige charme kan hebben, lukte het Chantal niet eens om dáár flair aan te geven.
We waren verschillende mensen. Ik was iemand met een grote nieuwsgierigheid: ik probeerde haar films van Godard en Kubrick te laten zien, wilde haar meenemen naar musea, haar kennis laten maken met nieuwe politieke opvattingen. Maar Chantal vond dat haar werkende leven al complex genoeg was: ze hield vooral van Bridesmaids, vriendinnenweekenden met veel sangria en stemde steevast op de eerste vrouw op de VVD-lijst.
Ze vond mij, zei ze, iemand die op een romantische manier veeleisend was. In haar narcistische zelfmedelijden koos ze ervoor een minnares te nemen: Bente, een Deense ASML-expat van rond de 40 met een groot aantal neurodiverse labels. Ik ontdekte op een avond twee wijnglazen in de vaatwasser.
“Heb je de wijnglazen gezien in de vaatwasser?” vroeg ik op een passief-agressieve toon die ik van haarzelf geleerd heb.
“Van Monique,” zei ze, terwijl ze op de door mij gekochte hoekbank lag en op haar telefoon scrollde.
“Monique is een week op vakantie in Dubai,” zei ik zakelijk. “Ik heb de foto’s op Instagram gezien.”
“Wil je mij met rust laten?” vroeg ze zonder op te kijken. Ze kon zich een slachtofferrol aanmeten als een twintigjarige uitzendkracht met migraine.
“Je bent met iemand anders?” vroeg ik retorisch. “Terwijl ik je gesmeekt had dat niet te doen.”
“We zijn in de bloei van ons leven en ik hoef niet om de twee weken die wasmandseks met jou. Kom op, word volwassen.”
Maar, tot teleurstelling van Chantal, werd ik ook volwassen. Hoewel ik medelijden had met haar, koos ik voor mijzelf en kwam goed uit de scheiding. Bente ging terug naar Odense en is nu een succesvolle manager bij DSV, getrouwd met een Deense nieuwslezer. Chantal leeft van mijn alimentatie in een studio op Strijp, is vroeg oud geworden en slijt haar dagen als lifestyle coach en kinderboekillustrator zonder klanten. Ik wil niet zeggen dat wie het laatste lacht het hardste lacht, maar ik hoop wel dat iemand anders dat zegt.

Een man die het leuk vindt om tegen betaling naar mijn geestelijke gezondheid te kijken, heeft dikwijls kritiek gehad op mijn wat “licht narcistische” trekken. Hoewel dat deels een leugen is, heeft hij mij laten inzien dat ik de laatste jaren steeds rustelozer ben geworden. Zonder je kind, je ouders of een partner als rots in de branding, voelt alles leger en betekenislozer. Vrienden hebben minder tijd. Collega’s worden belangrijker, maar zitten, eerlijk is eerlijk, ook niet te wachten op de zoveelste herhaling van je anekdotes. Ik spreek nog weleens af met een vrouw, maar ik merk dat het enthousiasme er snel uit is (al garandeert een avond praten over je afwezige vader terwijl je een witte coltrui draagt nog altijd wel een aandachtige vrouw van 40+ en een natte zoen op de mond).
Ik heb me altijd vol op het leven gestort. Maar de afgelopen jaren zijn hobbyprojecten (basgitaar leren spelen, een thuisbar maken, een whiskycollectie opbouwen en alle films van de AFI 100 Best Films-lijst kijken) uitgegroeid tot betekenisloze afleidingen. En, als ik me er met moeite toe zet The Jerk met Steve Martin te kijken, denk ik … ik heb geen doel meer. Ik ben eerder een lege machine die het leven nog uitzit tot zijn uiteindelijke afschrijving.
“Dat klinkt alsof het je behoorlijk diep raakt, of niet?” zegt Johan (de man met wie ik praat). Hij zit tegenover mij op een witte minimalistische kruk en trekt een begripvolle blik. Ik respecteer hem omdat hij een vintage Porsche 911 rijdt en voel me comfortabel bij hem omdat ik weet dat dit hem financieel onderuit heeft gehaald.
“Ja, ik denk het wel.”
“Je zegt dat je geen doel meer hebt. Hoe voelt dat?”
“Geen idee,” zeg ik met een glimlach. “Niet goed.”
“Voel je nog die competitie waar wij over hadden?” vraagt hij. “Die strijd om van iedereen te winnen?”
“Ja, dat blijft wel,” zeg ik mompelend. “Dat winnen lijkt nog wel het enige doel dat ik echt sterk voel. Is dat niet ook een oerinstinct?”
“Dat is het punt niet,” zegt Johan. “Ik wil met je proberen om het moeten hebben van een doel los te laten. Zodat er ruimte kan komen voor een doel dat niet over winnen gaat.”
“Hm-m.”
Plotseling denk ik aan Alicja. Ik weet niet waarom.
“Denk je dat het een goed doel is om iets vriendelijks te doen voor Alicja?”
Johan glimlacht, weer op die begripvolle manier van hem; die soms toch licht irritant kan worden.
“Ik kan mij niet echt voorstellen dat het een relatie zou worden,” zeg ik lachend. “Ze is geen knappe dertiger met kaarsrechte witte tanden en een frisse assertiviteit, niet het soort vrouw waar mannen van mijn leeftijd op uit zijn. Ze heeft een beetje een duffe uitstraling en is een van de weinige personen die oprecht enthousiast kan raken over kunststofbloemen en schilderijen gemaakt van strijkkralen.”
Ik ben even stil.
“Maar er hangt een kalmte over haar; een stabiliteit. Een thuis.”
Johan glimlacht.
“En hoe voelt dat?”
Ik knik. “Goed.”
Johan leunt even naar achteren. “Hou dat vast. Maar probeer er niet meteen een groot verhaal van te maken. Ga eens rustig met haar zitten, drink een kopje koffie, knoop een gesprekje aan, leer haar kennen. Je hoeft nu nog niet te weten wat het betekent.”
“Dankjewel,” zeg ik.

Afgelopen week veranderde er veel. Mijn werkidentiteit (inspirator, scherpdenker, mensenmens) is bijna helemaal naar de achtergrond verdwenen. Ik denk meer en meer aan Alicja.
En ja, er zullen mensen zijn die zeggen dat ik nog steeds erg weinig over haar weet en niet van alles kan projecteren op deze vrouw. Maar deze mensen (die vooral vermoedelijk zichzelf haten) vergeten dat al het mooie in deze wereld gebouwd is door dromers die ondanks weerstand hun visies werkelijkheid maakten. Waar zou Romeo zijn geweest als heel Verona had gezegd dat hij te weinig wist over Juliet om onder haar balkon een serenade te brengen? Ze zouden mogelijk de voortijdige dood van twee tieners hebben kunnen voorkomen, maar dat is mijn punt niet.

Ik heb besloten om zelf - ja, zélf - het huis schoon te maken. Zodat we de hele dag vrij hebben en kunnen praten. Écht kunnen praten. Als gelijken. En eerlijk gezegd vond ik dit enorm inspirerend: simpel met je handen bezig zijn geeft je een gevoel van aanwezig zijn en in het moment te leven. En hoewel het een van de makkelijkste dingen was die ik ooit heb gedaan en ik het beslist niet vaker ga doen, heb ik alleen maar meer bewondering gekregen voor de talloze vrouwen die dit werk doen.
Het is half tien in de ochtend als ik klaar ben met de schoonmaak. Ik zit boven en luister aandachtig hoe ze binnenkomt. Eerst gooit ze zoals altijd de sleutels op het aanrecht. Daarna is het stil. Op mijn sokken (Burberry) sluip ik naar beneden.
Ik zie haar in de keuken in het rond kijken. Dan ziet ze mij.
“Wat is dit nou?” zegt ze, waarschijnlijk botter dan bedoeld. Ik vergeef haar haar lompheid die waarschijnlijk is ontstaan door een combinatie van mistroostig Oost-Europees leven en schoonmaakwerk.
Ik schraap mijn keel en kijk haar diep in de ogen. Wat is ze toch prachtig. Ik merk dat tranen in mijn ogen opwellen en ik doe mijn best ze te onderdrukken.
“Lieve Alicja, je bent de afgelopen jaren erbij geweest terwijl ik door mijn scheiding ging en weer op eigen benen ging staan. Je was erbij toen Waldemar naar de universiteit ging. Je was erbij toen LegalYou haar intellectuele eigendom onderbracht in een Luxemburgse dochtermaatschappij, die vervolgens jaarlijks hoge royalty’s doorbetaalt aan onze brievenbusfirma op de Britse Maagdeneilanden. Jij bent mijn rots, Alicja. Daarvoor wil ik je bedanken.”
Ik kijk haar aan en ik denk iets van een twinkeling in haar ogen te zien. Plotseling zie ik terrasjes in St. Tropez, slenteren door Manhattan hand in hand, een wijnproeverij in Toscane. “Je hebt genoeg gehad, schat,” hoor ik Alicja zeggen, terwijl ze haar hand op mijn bourgogneglas houdt.
“Je vindt mij misschien een idioot, en iedereen zegt dat ik dit niet moet doen, maar ik besef dat ik ontzettend veel van je hou!”
De koelkast begint te brommen.
“Van mijn touw?” vraagt Alicja.
“Nee, van je hou. Ik hou van jou, Alicja.”
Weer een stilte.
“Oh, oké.”
“Is dat wederzijds?”
“Ja, je bent een fijne baas.”
“Maar als vriendje?”
Nu lacht ze vriendelijk, maar ook een beetje kleinerend.
“Maar je weet toch dat ik een vriend heb?”
De stilte duurt nu nog langer.
“Ja, natuurlijk,” zeg ik, vriendelijk lachend. “Nodig hem een keer uit.”

Ik heb die middag het beste gedaan wat een mens kan doen. In het verleden had ik misschien wraak genomen. In het verleden had ik een paar potten honing over de vloer uitgesmeerd en haar dit laten schoonmaken. En hoewel dit kinderachtig is, blijf ik erbij dat dit bijzonder verzadigend is. Nee, ik heb dit achter mij gelaten en gekozen voor verwerking en verlichting. Ondanks dat zij mij zwaar vernederde, heb ik ervoor gekozen de sterkste te zijn. En ik kan er trots op zijn dat ik kwetsbaar ben geweest.
En, zoals boeddhisten zeggen: “Voor verlichting: hout hakken, water halen. Na verlichting: hout hakken, water halen.” Met andere woorden: na verlichting blijft het normale leven doorgaan. En dat vind ik geruststellend. Al zou ik taken als hout hakken en water halen liever uitbesteden aan iemand anders.
Alicja is met haar chemotraject begonnen en heeft niet meer over dit voorval gesproken. Haar vriend is een vijftigjarige man uit Liempde met zwaar overgewicht die nu de planning doet voor IKEA Eindhoven. Hij doet vrijwilligerswerk met dat kind met een of ander rugzakje; iets met honden uitlaten of fokken zoiets. Ik hoef niet te winnen van hem; die race heb ik allang gewonnen.
Nee, ik heb alles gelaten en kijk met een frisse blik naar de toekomst. En, hoewel ik Alicja niet meer kan oproepen in verband met onvoorziene omstandigheden, zie ik haar meer dan ooit als mijn gelijke.

***

Joos Gommans (1990) is van oorsprong jurist, werkt in de financiële wereld, fietst veel en waagt zich soms aan een stukje schrijven. Geboren en opgegroeid in Limburg en nu woonachtig in het Philipsdorp in Eindhoven.

Peter Meijer
(1953) opleiding: Academie voor Beeldende Kunsten in Arnhem (1974–1979). Van 1980 tot 1985 was hij werkzaam als docent tekenen en kunstgeschiedenis. Maakte illustraties en tijdschrift omslagen voor uitgeverij Wolters-Noordhoff. Sinds 1985 fulltime actief als beeldend kunstenaar. Zijn werk werd geëxposeerd in binnen- en buitenland, en is opgenomen in talrijke bedrijfscollecties en particuliere verzamelingen. Elk jaar is zijn nieuwste werk te zien bij verschillende galerieën en op internationale kunstbeurzen in steden als Amsterdam, Brussel, Stockholm en Wenen.

Reacties

  1. Ik was een beetje in de war met de tijden, maar verder heb ik genoten van dit verhaal. Leuke details, vlot verteld. Proficiat!

    BeantwoordenVerwijderen

Een reactie posten