Mopane
- Nathan van Ree - illustratie: Maaike Everaerts -
Mopane ziet het gevaar. Hyena’s. One-Ear heeft de onberekenbare Tano bij zich, de rest van de Northern Clan kan niet ver zijn. Als ze haar welpen ontdekken, kan Mopane weinig uitrichten. Ze roept Kito en Zuri, die ergens in het hoge gras spelen. Ze luistert, roept nogmaals. Daar is Zuri, veel gezeglijker dan haar onstuimige broertje. Mopane twijfelt. Zuri heel even alleen laten, op zoek naar Kito? Maar wat als ze Zuri ontdekken? Ze roept weer, wanhopig.
Dan beweegt het hoge gras. Daar is Kito. Mopane snelt naar hem toe en grijpt hem bij zijn nekvel. In looppas draagt ze hem naar een oude winterdoorn, weet dat Zuri haar zal volgen. De brede, horizontale takken zijn voor nu veilig. Met enkele sprongen zit ze op zes meter hoogte. Ze laat Kito los. Zuri is achter haar aan geklommen en kruipt tegen de buik van haar moeder. Aan de voet van de boom klinkt al snel het nerveuze gelach van de hyena’s. Tano staat op zijn achterpoten tegen de dikke stam van de boom. Uit zijn bek hangt een draad kwijl, zijn tanden glinsteren van het speeksel. One-Ear roept hem terug. Ze weet dat hun kans nu verkeken is en druipt af met haar hyenaclan.
Mopane heeft haar welpen gered. Voor nu in elk geval.
Kaila weet dat ze goud in handen heeft. Voor de derde dag achtereen heeft ze in de hide zitten wachten en hopen. Samuel heeft haar verzekerd dat dit de beste plek is. De kleine schuilhut, niet meer dan een laag metalen frame met camouflagegaas eromheen en een opening voor haar camera, bevat slechts de kruk die haar achterwerk inmiddels teistert, wat proviand en twee reserveaccu’s. Gelukkig is de 600 millimeterlens geschikt om Mopane te filmen van deze afstand, een meter of zestig. Eigenlijk had Kaila gehoopt op een lesje jagen van de luipaard, maar dit is nog beter. Dramatischer. Dit kan Tom uitstekend gebruiken voor zijn docu. Ze is vooral opgelucht dat ze eindelijk kan worden opgepikt. Ze appt Samuel. Got it. You can come and get me.
Nu dringt door hoe zeer haar rug doet van het zitten op de kruk. Ze leunt achterover, haar handen in haar zij. Geen geluid maken. Mopane kan haar horen, zelfs van deze afstand. Ze mag de situatie niet verstoren – de gouden regel van elke natuurfilmer. De Northerns kunnen nog in de buurt zijn, als Mopane schrikt… Nee, ze moet er niet aan denken wat er kan gebeuren als de luipaard haar welpen achter zou laten in een paniekreactie. Ze volgt Mopane nu al drie maanden en heeft de eerste stapjes van Kito en Zuri gefilmd. Misschien zijn het de hormonen die haar sentimenteel maken.
Eindelijk hoort ze de Toyota Land Cruiser naderen. Het schemert al. In de verte klinkt de kreet van een baviaan, die zijn troep naar de veilige boomkruinen stuurt voor de nacht. Haar mobiel trilt. Een appje van Samuel. Pick-up at 100m east of hide. Kaila kruipt uit de schuilplek en sluipt zo stil mogelijk in de richting waar de gids moet staan, zo snel als haar buik dat toelaat. Constant kijkt ze om zich heen, gefocust op het hoge gras en de struiken.
Als ze onder het canvas dak van de terreinwagen naast Samuel zit, gaan zijn ogen naar haar buik. ‘You okay?’
‘Fine.’ Een leugentje; acht maanden is ze inmiddels en ze had allang moeten stoppen met de opnames.
Hij knikt naar de camera. ‘Got some good shots?’
‘Yes.’
‘Mopane will still be here tomorrow. She needs to hunt, her cubs need food.’
Fijn. Morgen weer de hide in. Kaila zucht. Maar als ze een geslaagde jacht kan filmen… Het is de luipaardmoeder al veel te lang niet gelukt een prooi te vangen, en de laatste keer moest ze hem afstaan aan de hyenaclan. Hier, bij de oostelijke oever van de Luangwa, is echter een greppel die ideaal is voor haar manier van jagen. De prooi geruisloos naderen tot op tien meter, uit de wind, dan een sprong en een korte sprint. De kans bestaat dat Kaila voor goede beelden zelf de greppel in moet…
‘Ik ga met je mee,’ fluistert Joost. Zijn stem doorbreekt het monotone geluid van de krekels buiten de tent.
‘Beter van niet,’ fluistert Kaila terug. ‘Met twee is de kans nog groter dat ze iets opmerkt. Je kunt er achteraf wel geluid onder zetten, toch?’
‘Kan.’
‘Sorry. Alleen dit nog. Beloofd.’
Joost draait zich op zijn zij. Zijn ogen glimmen in het licht van de kleine lantaarn. ‘Het is ook míjn kind dat je meezeult.’
‘Ik zal voorzichtig zijn,’ zegt Kaila en ze kust hem, waarna ze haar slaapzak omhoogtrekt. Haar buik zit steeds meer in de weg.
Terwijl het geluid van Samuels Land Cruiser wegsterft, kruipt Kaila de hide in. Ze legt het kussen dat ze uit de tent heeft meegenomen op de kruk. De flessen water zet ze binnen handbereik. Ze kijkt door de camera, op het statief achter de opening. Met kleine pan- en tiltbewegingen van de statiefkop speurt ze de takken van de winterdoorn af. Geen spoor van Mopane en haar welpen. Langzaam laat ze de camera iets zakken. Dankzij de fluid head beweegt het beeld vloeiend van links naar rechts als ze de omgeving scant. Niets. Ze leunt achterover en zet haar handen in haar zij. Ze staat op, hoewel haar rug protesteert. Als ze weer zit, kijkt ze door de lens en zoomt uit. De lucht boven het gras trilt. Ze neemt een paar grote slokken uit een van de flessen. Ze zucht. Dan schroeft ze de camera van het statief.
Gelukkig is Joost niet mee. Het zou heel slecht werken als hij met zijn microfoon en field recorder achter haar aan zou moeten kruipen. Hij zou voornamelijk geschuifel opnemen. Het geluid komt later wel; hij heeft nog de nodige passende wildtracks liggen. Ze heeft bovendien al genoeg aan zichzelf. Gekkenwerk eigenlijk, om in deze toestand door een loeihete greppel te kruipen, maar ze wil Mopane jagend op beeld hebben. En niet alleen dat: ze wil zien dat ze haar welpen redt. Ze glimlacht. Hormonen kunnen rare dingen doen met natuurfilmers.
De impala’s grazen nietsvermoedend door als Kaila ze geruisloos nadert. Zolang ze niet rechtop gaat staan, kunnen ze haar niet zien. De wind staat gunstig; was die in haar rug geweest, dan had de kudde haar geroken. Ze houdt stil, durft nauwelijks nog adem te halen. Heel voorzichtig schuift ze de monopod uit en draait de klemschroeven aan. Ze zet hem tegen de wand van de greppel en schroeft de camera erop. De lens plaatst ze zorgvuldig op een kei in het korte gras.
Nu is het wachten op Mopane.
Hoe lang zit ze hier al? De zon staat al een stuk lager. Al voelt de hitte nog even ongenadig, de wind kan inmiddels gedraaid zijn. Kaila controleert de accu van de camera en voelt even aan de smalle heuptas met de reserveaccu, die strak tegen haar buik drukt. Het besef dat ze Tom teleur moet stellen begint langzaam, maar steeds zekerder in te dalen. Ze sluit haar ogen en ziet Kito en Zuri op de buik van hun moeder klimmen. Kleiner nog. Nog niet zo mager. Mopane die ze schoonlikt. Hun gulzige zuigen aan haar buik. Het verse karkas dat hoog boven ze in de winterdoorn hangt, veilig voor de roofzuchtige One-Ear en haar clan. Haar eerste beelden, van wat nu alweer een eeuwigheid geleden lijkt. Toen alles nog…
Ze schrikt op uit haar mijmering als een vogel uit het hoge gras opvliegt. In een reflex kijkt ze door de cameralens. Haar hart gaat tekeer. Een impala steekt zijn kop omhoog en beweegt zijn oren. Enkele dieren volgen zijn voorbeeld, andere grazen nog door. De impala snuift. Dan ziet Kaila het hoge gras bewegen. Met duizelingwekkende snelheid verplaatst de golf van platgedrukt gras zich richting de kudde impala’s die uiteenstuift. Nog meer vogels vliegen op, onder het uitstoten van korte alarmkreten.
Mopane.
Kaila weet wat ze moet doen, heeft dit in gedachten al talloze keren gedaan. Soepel beweegt ze de lens met de sprintende luipaard mee. Ze ziet een afgezonderde impala de verkeerde richting uit rennen, weg van de kudde die de andere kant op vlucht. Mopane zit hem op de hielen. De impala zigzagt in volle sprint door het gras, dat hier lager is. De luipaard beweegt mee alsof ze met een touwtje aan de antilope vastzit. Steeds dichterbij komt ze. Ze moet nu snel toeslaan, want een dergelijke sprint kan ze maar kort volhouden.
Haar uitgeslagen klauw haakt de achterpoot van de impala, die struikelt en over de kop vliegt. Haar instinct en ervaring doen de rest. Ze grijpt de impala bij de keel, haar klauwen om zijn hals geslagen. De poten spartelen in het luchtledige als het dier vergeefs overeind probeert te komen. Mopane zal haar buit niet meer loslaten tot deze bezwijkt door gebrek aan zuurstof.
Nog een laatste keer beweegt een van de achterpoten, stuiptrekkend. Dan ligt het beest stil. Mopane houdt haar bek stevig om de keel geklemd, terwijl haar gele ogen de omgeving afspeuren. Ze komt omhoog en sleept haar prooi richting een oude ebbenhoutboom. Ondanks het gewicht van het kadaver klimt ze er soepel mee de stam op, die schuin oploopt. Een meter of zeven boven de grond drapeert ze de prooi over een brede tak. Langs de poten druipt bloed.
Mopane blijft naast de prooi op de tak staan en begint zachtjes korte, raspende geluiden te maken. Kaila ziet iets uit de struiken verderop komen. Snel richt ze haar lens erop. Het is Zuri. Die kijkt schichtig om zich heen terwijl ze naar de boom trippelt. Het is nog een lang stuk, beseft Kaila. Zeker voor een ondervoede welp. Eindelijk bereikt ze de boom. Voorzichtig klautert ze naar haar moeder. Die maakt weer het raspende geluid.
Kito komt met een sprongetje het struikgewas uit. Onbekommerd hobbelt hij met zijn magere lijfje richting zijn zacht roepende moeder. Hij kijkt niet op of om, focust zich geheel op zijn moeder, die met een verse prooi op hem wacht, samen met zijn zusje.
Dan bewegen de struiken nog een keer. Tano. De hyena stuit hier op een buitenkansje: de geur van vers bloed. Zijn scherpe blik gaat richting de boom. Hij moet beseffen dat hij wat daar hangt niet kan bereiken, zelfs al is het uitgeputte luipaardvrouwtje dat de prooi bewaakt geen partij voor hem.
Maar daar beweegt iets in het gras.
Kito weet niet wat de korte, waarschuwende contactgeluiden van zijn moeder betekenen. Hij gaat volledig op in zijn gang naar de lonkende boom. Hij kijkt nieuwsgierig op als Mopanes schrille roep steeds dringender klinkt.
Tano staat stil. Zijn machtige kop beweegt nu naar de welp. Hij begint te lopen. Eerst langzaam, dan steeds sneller. Als Kito iets achter zich hoort, draait hij zich om. Zo snel als zijn magere, korte pootjes hem door het gras kunnen dragen snelt hij in de richting van de veilige boom. Alleen de hyena is sneller. Veel sneller.
Dan doet Mopane iets wat Kaila verrast. Ze duwt haar prooi van de tak. Met een zachte plof komt het kadaver neer in het gras. De hyena stopt en kijkt in de richting van het geluid. Daar ligt waarvoor hij kwam ineens voor het oprapen. Met het kwijl uit zijn ontzagwekkende bek loopt hij erheen. Dan houdt hij in. Hij keert zich weer om, kijkt recht naar Kito. Nu de prooi in het gras ligt, kan die wel wachten, lijkt hij te beseffen. Hij zet een looppas in naar de ploeterende luipaardwelp.
Kaila weet dat ze het niet mag doen. De ongeschreven wet, de ultieme gedragsregel: niet ingrijpen. Maar dit gaat om Kito. Om Mopane, die ze zo goed kent, al zo lang volgt. En ze is alleen. Niemand die het hoeft te weten. Ze hijst zich op de rand van de greppel, maakt zich groot en begint te roepen. ‘Hey!’ Ze zwaait met haar armen. ‘Hey!’
Tano houdt stil en kijkt haar kant op. Hij lijkt Kito op slag vergeten. Even blijft hij naar Kaila staan kijken. Dan draait hij zich om naar het kadaver, grijpt het en verdwijnt ermee in het bosschage.
Kaila begint te rillen. Ze is uitgeput en haar shirt is inmiddels doorweekt. Plotseling voelt ze een steek in haar buik. Ze kijkt omlaag en ziet hoe het olijfgroen van haar cargobroek snel donkerder wordt.
Niet hier. Niet nu. Ze haalt haar mobiel uit de heuptas en appt Samuel. Pick me up. Quick. I’m in labour. East bank of Luangwa. Half mile from hide. Haar blik gaat richting de tak waarop Mopane zit, een meter of dertig van haar vandaan. De luipaard staart naar haar, terwijl de welpen tegen haar buik kruipen. Proberen ze te drinken?
Nog een pijnscheut. Steeds sneller volgen de weeën. Tijd om goed te beseffen wat haar nu overkomt heeft ze niet. Ze perst. Dan voelt ze dat het gebeurd is. Ze pakt het kindje op en legt het op haar buik. Een jongetje. Kaila ademt snel, haar hart bonkt. Wat nu? Zo had ze dit zich nooit voorgesteld. Ze bekijkt haar zoon. Op zijn huid zit bloed en vruchtwater. Kaila klopt hem zachtjes op zijn rug, aait hem voorzichtig. Ze stroopt haar shirt omhoog en legt hem aan haar borst. Gulzig begint hij te drinken. Zo moet het voor Mopane ook zijn geweest: alleen moeder worden.
Kaila’s blik gaat weer naar de tak. Ze schrikt: alleen Kito en Zuri zitten er nog. Vertwijfeld kijken ze naar het hoge gras beneden hen. Kaila volgt hun blikken en ziet het hoge gras bewegen. Mopane. Ze heft haar kop omhoog. Met haar neus tast ze de lucht af.
Dan sluipt ze richting Kaila.
***
Nathan van Ree geeft Nederlands op een middelbare school, schrijft voor zijn plezier en heeft in het voorjaar van 2024 de cursus proza (kort verhaal) van de Schrijversvakschool gevolgd.
Maaike Everaerts woont in het prachtige Hageland. Ze werkt deeltijds als begeleidster voor volwassenen met een beperking en is daarnaast student aan LUCA School of Arts te Brussel, afstudeerrichting Beeldverhaal. Schilderen en tekenen zijn al van kinds af aan haar passies. Ze laat zich graag inspireren door de natuur en de menselijke invloeden hierin.


.jpg)
Reacties
Een reactie posten