Doorgaan naar hoofdcontent

Tips




Het klinkt zo makkelijk, een verhaal schrijven. Maar hoe doe je dat nou eigenlijk? Hier volgen wat tips & tricks om elke schrijfwedstrijd te winnen.

1. Zorg voor een verhalend element

Een verhaal gaat altijd over iemand die iets wil en de tegenwerking die hij ondervindt. De wil en de obstakels vormen samen de motor van je verhaal. Dit kan heel subtiel zijn (iemand wil af van het stuk tandenstoker dat klem zit tussen zijn kiezen) of heel grof (iemand wil het heelal redden of vernietigen). Zorg ervoor dat de lezer begrijpt wie wat wil, waarom hij dit wil en wat hem tegenhoudt.

Vergeet vooral de waarom niet. Het gewilde moet het belangrijkste in de wereld zijn voor de hoofdpersoon. Horatius noemde dit de innerlijke drang. Iets waar je hoofdpersoon maar lauwe gevoelens over heeft, kan geen basis voor een verhaal zijn. Vergelijk iemand in een regenachtige stad die wel zin heeft in een glaasje water met iemand in de woestijn die snakt naar een druppel vocht.

Zorg voor balans tussen de wil en de obstakels. Godzilla die Bambi wil vermorzelen is nauwelijks een interessant verhaal. Tenzij je de krachten balanceert.

Lees als oefening eens een Donald Duck en analyseer wie wat wil en wanneer het verhaal spannend wordt.

Zonder dit krachtenspel zal een lezer je verhaal al snel terzijde leggen.

2. Begin in het midden

Je verhaal begint pas als er iemand iets wil. Daarom hoor je in schrijfcursussen vaak de term in medias res: in het midden van de zaak.

Maar wat betekent dat nou?

Elk verhaal heeft een begin, een midden en een einde. Echter: je begint altijd in het midden. Je krijgt de lezer echt niet mee als je verhaal begint met een bladzijden lange uitleg over je personages, hun familiebanden, de buren en hun ouders, welke kleren hij draagt en hoe hij zijn hondje uitlaat. (Behalve als je Umberto Eco heet, maar hij deed het expres)

Nee, je begint het verhaal met een aangespoelde rubberboot en een soldaat die er half dood in ligt (en een non die hem vindt)

Onthoud:
Begin: de expositie waarin de personages geïntroduceerd worden (dit sla je over en verwerk je in de rest van je verhaal)
Midden: het probleem wordt beschreven en de hoofdpersoon doet pogingen het op te lossen. (hier begin je)
Eind: de climax, het probleem wordt overwonnen.

3. Show don't tell

Laat zien wat er gebeurt in plaats van dat je het vertelt. Zeg dus niet: "hij was verdrietig."  Maar zeg: "een traan glinsterde in zijn ooghoek."  Zeg niet: "Hij was vaak gefrustreerd" Maar zeg: "Hij schopte tegen de vuilnisbak die al vol deuken zat."

Je kan dit heel subtiel doen en in diepere lagen. Hoe beter je een uitdrukking vindt voor wat je wilt vertellen, hoe fijnmaziger de beelden die je oproept, hoe beter je verhaal zal zijn.

Tsjechov zei: Don't tell me the moon is shining; show me the glint of light on broken glass.

4. Wees spaarzaam met emoties

Hoe subtieler je een emotie uitdrukt, hoe sterker je verhaal. Laat niet iemand kotsend over de vloer rollen als zijn hamster dood is. Laat hem stilletjes uit het raam staren.

5. Geheim, geheim, geheim

Een lezer wil altijd het geheim ontrafelen: Wie heeft de moord gepleegd? Waarom staat die persoon met een afgezaagd been op straat? Hoe kan iemand veranderen in een kever?

Maak nooit de fout het geheim (te vroeg) te verklappen, dan ben je meteen de lezer kwijt. Zorg nog liever dat je het helemaal niet verklapt (zoals in het geval van de kever: Kafka laat de lezer in het ongewisse hoe de hoofdpersoon in een kever is veranderd).

Zie ook: Cowtools Het is belangrijk goed te begrijpen waarom cowtools zo belangrijk zijn.

6. Een dialoog is een messengevecht

Een dialoog in een verhaal is gesprek uit het dagelijks leven. Een dialoog is een gevecht tussen wat de ene persoon wil en wat de andere persoon wil. Meestal beantwoorden de personen elkaars vragen ook helemaal niet, maar schiet het gesprek heen en weer tussen twee willen.


P1: "Wil je soep?"
P2: "Ja, wat zit erin?"
P1: "Gehaktballen en groenten."
P2: "Lekker, is hij bijna klaar?"
P1: "Ja, we kunnen over vijf minuten eten."
P2: "Fijn."

Zo doen we het dus niet. Bekijk het verschil van de dialoog hierboven met die tussen Clarice Starling en Hannibal Lecter:

- “The significance of the chrysalis is change. Worm into butterfly, or moth. Billy thinks he wants to change. … You’re very close, Clarice, to the way you’re going to catch him, do you realize that?”
- “No, Dr Lecter.”
- “Good. Then you won’t mind telling me what happened to you after your father’s death.”
Starling looked at the scarred top of the school desk.
- “I don’t imagine the answer’s in your papers, Clarice.”

Meer over dialoog vind je hier.

7. Kill your darlings

Hoe interessant je sommige passages ook vindt, hoe graag je iets aan anderen wilt vertellen, hoe prachtig en vol vuur een alinea ook is geschreven... Als het niet in het verhaal past, dien je het te schrappen. Dit heet: kill your darlings. Het kan pijn doen, maar het uiteindelijke verhaal wordt er beter van.

8. Pas op voor de Deus Ex Machina!

Goed, je bent al een eind opgeschoten met je verhaal. Je hoofdpersoon zit verschrikkelijk in de problemen. Sterker nog: elke lezer zit op het puntje van zijn stoel zich af te vragen hoe hij hier nog uit komt.

En jij als schrijver ook.

Want wat kan je nog doen? Hoe kom je nog uit de vreselijke chaos die je hebt veroorzaakt?
Pas nu goed op. Maak nooit de fout de oplossing te zoeken in een kracht van buiten af. Dit heet een Deus Ex Machina.

Bijvoorbeeld:

Jaap wil een nieuwe auto. 
Hij zoekt stad en land af, maar vindt er geen.
De volgende dag zet een goedgeluimde griekse god een prachtige cabrio voor zijn deur met de sleutels nog in het slot ook!

Dat is de Deus Ex Machina. En dat werkt dus niet. Het is een anti-climax

Nee, in plaats daarvan laat je de hoofdpersoon zwoegen en zweten. Hij gebruikt al zijn talent, kracht en slimheid om zijn probleem op te lossen. En uiteindelijk lukt het hem ook nog! Wauw! De lezer legt bijna tevreden het verhaal neer.

9. De ondergang

Zie vorige alinea.
Bijna tevreden? Is dit niet het einde van het verhaal dan?

Nee. Nog steeds heeft de lezer het gevoel dat er iets mist. Maar hoe kan dat? De hoofdpersoon heeft toch zijn doel bereikt? Wat kan er nog missen in mijn verhaal?

Wat mist is de ondergang. De hoofdpersoon dient door zijn eigen streven ten onder te gaan.

Een mooi voorbeeld hiervan vind je in het verhaal Opdondertjes in het gras van Roelie Prins:

LET OP SPOILER

Een man wil zijn tuin vrij houden van kikkers omdat zijn vrouw (die allergisch is voor wespen) niet van die beesten houdt.
Hij is lekker bezig alle kikkers plat te stampen met zijn klompen, beeldt zich zelfs in dat hij een invasie van een vijandelijk leger tegenhoudt. Hij slaagt daar dan ook bijna in als...
Hij erachter komt dat hij door zijn vernietigingsdrang het roepen van zijn vrouw niet heeft gehoord die zojuist gestoken is door een wesp.
Terwijl de ambulance zijn vrouw afvoert, kruipt een eerste kikker het terras op.

Dat is dus de ondergang die door de hoofdpersoon zelf wordt veroorzaakt.

Pas nu denkt de lezer: ja: ik heb een verhaal gelezen!

10. Breek de regels

Alles wat hier boven beschreven wordt, kan je ook niet doen.

Je kan de plot weglaten (Point Omega van Delilo)
Je kan een verhaal schrijven over iemand die niets wil (Oblomov van Gontsjarov)
Je kan de climax achterwege laten (Slaap van Murakami)

Dat kan kan allemaal. Het kan zelfs tot prachtige resultaten leiden. Zo lang je maar weet wat je doet.


11. Je idee

En nu? Kan je met alle technische aanwijzingen hierboven het altijd-winnende-verhaal schrijven? Misschien... Misschien...
Maar bedenk dat de meeste lezers helemaal niet geïnteresseerd zullen zijn in jouw schrijftechniek en zich er hooguit vaag van bewust zullen zijn hoe goed je kan schrijven. 
Meer dan de helft van een lezersoordeel zal uit iets heel anders bestaan: je idee. Als je verhaal nergens over gaat, als het niet een bepaald idee uitdrukt, dan kan je nóg zo goed en zorgvuldig gecomponeerd schrijven, maar de gemiddelde lezer zal er niets bij voelen.

Ga eens terug naar de verhalen die jou in het verleden raakten, waar je van kon houden, waar je weg van was. De schrijvers daarvan zijn ongetwijfeld doorgewinterde schrijftechneuten. Maar wat was het onderliggende idee? Wat zorgde ervoor dat je geraakt werd en dat het je bij bleef? Ja dat je verliefd werd? Dat is het idee.

We kunnen je daar niet bij helpen. Je idee is wat jou uniek maakt als schrijver en dat is waarvoor je het allemaal doet.

Veel succes!