Doorgaan naar hoofdcontent

Januari 2021 (B)

 


Winnaar januari 2021 (B)


Angel
Johnny Bollé


Angel, voorgelezen door Marc Graetz

Silke vertrok als laatste nadat ze me sterkte had gewenst. Net voordat ik de voordeur wilde sluiten, was de eenzaamheid als een opdringerige verkoper mijn huis binnengeglipt. Heel de dag had ik me sterk gehouden maar nu ik alleen in de hal achterbleef stortte ik volledig in mekaar. De tranen vertroebelden mijn zicht en mijn handen zochten steun bij de muren.
In de woonkamer werd ik overmand door de paniekaanval waar ik heel de dag tegen had gevochten. Ik haastte me naar de bar en schonk een whisky uit. Het bruine goedje zette mijn keel in vuur en vlam, maar dat weerhield me er niet van om een tweede glas uit te schenken en het aan mijn lippen te zetten.
De alcohol maakte mijn bewegingen trager en mijn gedachten zachter.
Ik vroeg me af hoe het nu verder moest.
Frederik was vijf dagen geleden verongelukt en ik was nooit langer dan drie dagen zonder mijn man geweest.

Veertien slapeloze nachten en bijna evenveel flessen whisky later kwam het besef dat ik zo niet verder kon. De berichten op mijn telefoon had ik sporadisch beantwoord, net genoeg om te beletten dat er een ongewenste bezoeker voor de deur zou staan.
Ik moest iets ondernemen om mijn leven opnieuw op de rails te zetten voordat ik er voorgoed onderdoor ging. Met tegenzin en weinig kracht maakte ik een ontbijt klaar met het pak oude beschuiten en de halve pot confituur die ik in de keuken kon vinden. Drie koppen koffie bleken een begin om mijn hersenen aan de praat te krijgen.
Nadat ik een douche had genomen en was geschrokken van mijn gezwollen gelaat in de spiegel, kleedde ik me aan. Met mijn zwarte haren maakte ik een staartje en met trillende vingers camoufleerde ik mijn bleke huid met een laagje concealer. Ik bekeek het resultaat en kon alleen maar concluderen dat de laatste weken me tien jaar ouder hadden gemaakt.
In de woonkamer zette ik mijn telefoon aan. Op mijn Facebookpagina scrolde ik door de ontelbare rouwbetuigingen en andere berichten. De felicitaties voor mijn verjaardag deden me met een schok beseffen dat ik gisteren achtenveertig was geworden.
Ik overschouwde de chaos in de leefkamer die symbool stond voor mijn leven dat op korte tijd in een puinhoop was veranderd. Met de moed der wanhoop begon ik met het schoonmaken van mijn huis.
Het resultaat van mijn opruimwoede gaf me terug een beetje kracht.
Nadat ik me naar de supermarkt had gesleept en de koelkast gevuld was werd ik opnieuw overvallen door het trieste gevoel dat me deed snakken naar een glas whisky. Ik negeerde de drang om te drinken en belde mijn beste vriendin Silke. Ze vroeg me of ze mocht langskomen maar dat wilde ik niet. Ik had er geen zin in om iemand te zien.
Na het telefoongesprek barstte ik in tranen uit. Ik wilde bij niemand anders dan bij Frederik zijn. Ik verlangde naar zijn stem, naar zijn hand in de mijne, naar zijn omhelzing.
In zijn bureel ging ik op zijn stoel zitten. Hoewel zijn werkplaats voor mij steeds verboden terrein was geweest, voelde het op een of andere manier aan alsof ik hier dichter bij hem was.
Met mijn vingers ging ik over de foto waarop hij trots poseerde na zijn eerste afdaling van een zwarte skipiste. Het bracht een glimlach op mijn mond. Mijn handen gleden over het bureau waar hij altijd had gezeten.
Wanneer ik de onderste lade opende werd mijn aandacht gezogen naar een houten kistje dat onder een stapel fardes verstopt zat. Verbaasd staarde ik naar het doosje dat ik nooit eerder had gezien. Toen ik het opende was het alsof er langzaam een ijsblokje over mijn wervelkolom liep. Bij elk voorwerp dat ik eruit nam en als stukje van een onmogelijke puzzel voor me uitstalde ging er een steek door mijn hart. Ik nam de gouden ring met initialen F en A tussen mijn vingers en bestudeerde hem alsof ik een artefact uit de oudheid had ontdekt. Ik legde hem neer en deed hetzelfde met de ansicht met groetjes uit Rome, de verjaardags- en de ik-mis-je-kaarten, het pluchen beertje en de brief gericht aan mijn man.
Ik wist dat ik aan de voet van een kolossale berg stond en dat het onoverkomelijk was dat de aanrollende sneeuwlawine me zou wegmaaien van zodra ik de brief opende. De sierlijk geschreven letters dansten voor mijn ogen. Ik registreerde enkel losse stukjes zoals -ik wilde dat je voor altijd bij me kon zijn-, -er is niemand waar ik meer van hou dan van jou, mijn liefste-, -het is niet meer voldoende-.
Ik was te erg van slag om alles te lezen maar het was genoeg om te beseffen dat ik voor Frederik niet de enige was geweest. Ik veerde recht en ijsbeerde met mijn hand voor de mond door het bureau van mijn man. Ik kneep mijn ogen dicht. Toen ik ze weer opende lagen de bewijzen van Frederiks dubbelleven er nog steeds alsof het koopwaar was, uitgestald in een etalage.
In een plots opkomende woede sloeg ik de kaders aan de muur aan diggelen. Ik draaide de laden van het bureau binnenstebuiten en nadat ik alles van het werkblad had geveegd rende ik tot bij de wandkast. Als een dief die op zoek was naar waardevolle zaken smeet ik de inhoud op de vloer.
De kamer draaide als een carrousel voor mijn ogen. Wenend zakte ik door de knieën en viel op de grond. Mijn blik werd naar de onderkant van de werktafel gezogen. Onder de lade, vastgekleefd met tape, hing er iets wat op een boek leek.
Op handen en knieën kroop ik er naartoe en prutste het kleefband los. Ik liet me op mijn zitvlak vallen en met trillende vingers opende ik het schrift. Het bleek een dagboek te zijn dat Frederik tien jaar geleden was begonnen. Door een paar keer diep in en uit te ademen dwong ik mezelf om rustiger te worden voordat ik erin begon te lezen.
Een half uur later veegde ik de tranen van mijn gezicht en staarde voor me uit.
Het was niet het jarenlang bedrog van mijn man of de gedachte dat ik hem nooit echt had gekend dat me had getroffen. Het was de manier waarop hij over mij sprak die me diep in mijn binnenste raakte. Het was teder en liefdevol, respectvol en bewonderend. Hij had meerdere malen neergepend dat ik de liefde van zijn leven was. Zonder mij was hij nooit gelukkig geweest. We waren als twee helften van hetzelfde hart maar blijkbaar was dat voor hem niet genoeg.
De andere vrouw heette Angel. Frederik omschreef haar als iemand die hij nodig had om te kunnen overleven. Hij zei dat onze relatie voor hem niet leefbaar was geweest als Angel er niet was geweest.
Hoe ik ook probeerde, ik kon het gewoon niet vatten. Dagenlang bleef ik alles herlezen. Mijn gemoedsbarometer ging van razend naar verward, van teleurgesteld naar moedeloos. Ik zocht naar verklaringen of aanwijzingen naar wat er hem had bezield om er een maîtresse op na te houden.
De onwetendheid maakte me gek. Ik moest weten wie ze was. Ik wilde begrijpen waarom ik niet genoeg was geweest en waarom zij er wel in was geslaagd om hem compleet te maken.
Ik besloot om een brief naar Angel te schrijven en stuurde hem naar het adres in Nederland dat op de omslag stond.
Elke dag keek ik in de brievenbus maar toch ging er een schok door me heen wanneer ik een week later antwoord kreeg.
Angel was niet haar echte naam. Het was een troetelnaam die Frederik haar had gegeven omdat ze volgens hem zijn reddende engel was geweest. Het deed me pijn dat hij me nooit een koosnaam had gegeven.
Tot mijn grote verbazing hadden haar woorden me ontroerd. Het was alsof ik een brief van mijn beste vriendin las. Ze zei dat het voor mij een klap moest geweest zijn om te weten te komen dat ik Frederik jarenlang met haar had gedeeld. Het speet haar niet dat ze met heel haar hart van hem had gehouden. Ze smeekte me om het hem niet langer kwalijk te nemen want tenslotte hield hij niet van haar zoals hij van mij had gehouden. Angel was iets wat hij nodig had en wat ik hem nooit had kunnen geven. Ze had zich erbij neergelegd dat hij nooit echt van haar was geweest. Ze schreef dat het voor mij onmogelijk was om alles te vatten maar ik zou het begrijpen als ik haar toestond om haar te ontmoeten.

Ik zit aan de toog van de bar in Middelburg waar ik met Angel heb afgesproken. Ik had haar gevraagd wat ik kon aantrekken opdat ze me zou herkennen maar ze had geantwoord dat ze mij meteen zou herkennen. Frederik toonde haar regelmatig foto’s waar ik opstond.
Elke keer als de deur opengaat, bonst mijn hart in mijn keel. Ik staar naar elke vrouw die binnenkomt maar er is niemand die aanstalten maakt om op me af te stappen. Ik bestel een tweede koffie bij de barman en schrik wanneer iemand een hand op mijn arm legt.
‘Eva?’
Ik kijk in de lachende ogen.
‘Ik ben het. Angel.’
Mijn mond valt open.
Ik wil roepen, boos zijn, in de hand bijten die ongegeneerd op mijn arm blijft liggen. Maar ik doe niks, want ik begrijp wat mijn man nodig had gehad om zich compleet te voelen.
‘Mag ik?’, zegt Angel terwijl hij naar de barkruk naast me wijst.


Johnny Bollé woont in Antwerpen en is fitnesscoördinator. In zijn vrije tijd schrijft hij thrillers en korte verhalen. Er werden drie boeken van hem gepubliceerd. (Egyptisch Blauw – Bloedmaan -Hij noemde me Duivelskind)