Van VvdM-longlister Martin Koot verscheen onlangs het indrukwekkende debuut Boreling bij uitgeverij Lucht.

Oktober 2022



Winnaar oktober 2022


De onthulling

Michiel van den Berg


Al dertig jaar schilderde hij de bollenvelden. Nog nooit hadden de toeristen zich zo vrijpostig tussen de bloemen bewogen en hun voor Instagram ingestudeerde poses zo wellustig tentoongesteld als dit voorjaar. Hoe in godsnaam kon hij onder deze omstandigheden zijn werk doen? Met een stijve pik was het slecht kwasten. Neem nou die twee Aziatische nimfen. De ene liep in zwarte gymschoentjes, droeg een zwart kort broekje en een zwart hemdje en had een zwarte haarstrik in. De andere was haar in het wit gestoken evenbeeld. Het was dat ze straks weer in de touringcar zouden stappen, anders zou hij Yin en Yang graag naar zijn atelier lokken om hen in geile aquarellen te vangen.

Aarzelend hing zijn penseel boven het schilderspalet. Die witte hoogspanningsmasten stonden er vorig jaar toch nog niet? Toen zag hij alleen populieren, kerktorens en duintoppen. Resoluut dipte hij het penseel in het titaanwit. Artistieke integriteit boven alles. Als het er was, dan was het er. Al zouden rond de bollen alleen maar windmolens, zonnepanelen en kerncentrales staan, hij zou het in kunst omzetten.

Een Pools koppeltje vroeg of hij een foto van hen tussen de bloemen wilde nemen. Achteruitlopend door het bollenveld lieten ze een spoor van geknakte tulpen achter. Een lekker ding uit de VS dat naar hasj rook, nam een selfie met hem en zijn schildersezel als pittoresk decor. Anderen volgden. Aan het einde van de dag was zijn doek van de bollen bij Sassenheim dan ook niet af.

Wel had hij een stuk of wat van zijn miniatuurschilderijtjes verkocht. Een vriend had geadviseerd om kleine prentjes van slechts één bloem te schilderen. Die waren niet duur en konden mee in het vliegtuig. ‘Over mijn lijk,’ had hij eerst gezegd. ‘Geen artistieke uitverkoop.’ Maar nu de onverkochte schilderijen niet meer in zijn opslagruimte pasten en de incassobureaus zijn bankrekening leeghaalden, had hij geen keus. Helaas liep het bollenseizoen en daarmee zijn bijverdiensten aan toeristen alweer ten einde.


***

‘Het is zoals het is,’ mompelde ze. Maar die vaststelling nam haar irritatie niet weg. Op het laatste moment had haar man zakenrelaties met hun partners voor het avondeten uitgenodigd. ‘Kun je snel wat in elkaar flansen?’ had hij gevraagd. Dat flansen meende hij niet echt. Er werd een volledig, zo niet volmaakt, diner verwacht.

En dan had de winkelwagen ook nog een aanlopend wiel. Terwijl ze haar volle gewicht –amper vijfenvijftig kilo, toevalligerwijs ook haar leeftijd – in de strijd gooide om het wagentje niet tegen de stellages met witte wijn te laten crashen en tegelijkertijd het boodschappenlijstje op haar mobiel checkte, reed ze tegen iemand aan. Een op zijn hurken zittende man, recht voor de goedkoopste wijn op de onderste rij, die haar een winkelbediende toescheen.

‘Sorry, gaat het?’ vroeg ze. ‘Ik keek niet goed uit.’ Licht geërgerd voegde ze eraan toe: ‘Die winkelwagens van jullie rijden ook voor geen meter.’

‘Niets aan de hand,’ zei de man. Soepel als een kat stond hij op en keek haar vriendelijk aan. ‘Die karretjes zijn allemaal prut. Het grootkapitaal klopt ons liever de laatste cent uit de zak dan die roestbakken te vernieuwen.’

Ze monsterde het niet dichtgeknoopte grijze overhemd dat losjes over het vale T-shirt hing, de verfspatjes op de benige vingers, de gebruinde kalende kop en de weelderige bakkenbaarden. ‘U werkt hier niet, hè?’

‘Godzijdank niet. Ik ben kunstschilder van beroep. Niet dat het beter verdient dan vakkenvullen. Tegenwoordig kun je er nauwelijks van rondkomen.’

‘U doet tenminste wat u het liefste doet,’ zei ze. ‘Althans, dat neem ik aan, toch?’ Zijn brede grijns bevestigde haar veronderstelling. Hij had goede tanden. Die grijns maakte hem innemend, jonger ook. ‘Sorry, dat ik je voor vakkenvuller aanzag.’

‘Je verontschuldigt je te vaak.’

‘Dan zeg ik vast te vaak iets stoms.’ Maar met die uitspraak deed ze zichzelf geen recht. In de regel was ze juist uiterst beheerst.

Hij bleef haar lachend aankijken. In zijn boodschappenmandje lagen een zak penne, een blik tomatenblokjes, oesterzwammen, Parmezaanse kaas, gemengde sla en druiven. Zijn diner zou een stuk simpeler te bereiden zijn dan dat van haar.

‘Wat schilder je dan zoal?’

‘Vrouwen. In mijn vrije werk vooral naakten. In opdracht doe ik portretten, soms ook van een gezin, een enkele keer van een huisdier.’ Bij de laatste categorie trok hij een vies gezicht. ‘En in het voorjaar ga ik naar buiten. Ik ben een ram, in de lente geboren. Ik hou van het frisse groen, de bloemen, de jeugd, de vruchtbaarheid.’ Zijn gezicht straalde. Ja, schilderen was duidelijk wat hij het liefste deed. ‘Vandaag heb ik bij Sassenheim de bollenvelden geschilderd. Wil je het zien? Het ligt in mijn bakfiets.’

Al voordat hij het dekzeil wegtrok, wist ze dat ze iets van hem zou kopen. Natuurlijk bekeek ze belangstellend het grote doek dat hij haar trots toonde en waarop, nog nat van de verf, zeeën van rode tulpen en paarse hyacinten deinden onder Hollandse luchten. Natuurlijk voelde ze vertedering bij de charmante miniatuurtjes. En natuurlijk hielp het dat hij een compliment gaf over de kleuren in haar sjaaltje. Maar wat de doorslag gaf was dat ze dolgraag iemand wilde helpen die wél zijn verlangen volgde, die creëerde wat gecreëerd moest worden, die de kunst diende ongeacht de aardse gevolgen.

Ze koos een schilderijtje van een uitbundig gele narcis. Op de achterzijde krabbelde hij zijn telefoonnummer.


***


Jezus, een hond én een kat!

‘Is die niet goed? Ik heb er meer.’ Ze fatsoeneerde de plaid die hij had neergelegd om de slijtage van de zitbank te verbergen en spreidde de foto’s er in een waaier op uit.

Meer dan een korte blik op de huisdieren kon hij niet opbrengen. Beesten interesseerden hem niet als schilderonderwerp. Huisdieren al helemaal niet. Maar ja, hij was platzak. Dus antwoordde hij: ‘Allemaal leuk. Je kunt goed fotograferen. Ik denk dat je zelf al de beste hebt uitgekozen.’

‘Vind je?’

Hij zweeg. Hij was dan wel een pleaser, maar het moest er niet te dik bovenop liggen.

‘Is het veel werk?’

‘Dat denk ik wel. Die zwarte vacht van de kat is best lastig. Voor je het weet is het één grote vlek. De hond is makkelijker. Het zijn er natuurlijk wel twee. Dat is meer werk en op groter formaat.’ Hij liet een stilte vallen.

‘Ik betaal je het dubbele van normaal, dan kun je er voldoende tijd aan besteden.’

Hij haalde zijn schouders op en vroeg of ze thee wilde. Je moest nooit te snel toehappen.

Terwijl het water aan de kook raakte, drentelde ze langs de beeldjes, de planten, de stekjes, de foto’s, de schilderijen, de souvenirs en al die andere dingen die een stelletje in vijfentwintig jaar opspaart.

‘Is dat je vrouw?’

‘Mijn vriendin. Ze is ook beeldend kunstenaar, werkt met houtblokken en boomstronken. Maar nu is ze op de volkstuin.’

‘Ze is erg knap.’

‘Ze is de liefde van mijn leven.’ Ondanks alles was het niet gelogen.

Bij de thee hoorde hij haar gezellig keuvelend uit. Ze had twee volwassen dochters die nog thuis woonden en een man die een succesvol ingenieursbureau in de geothermie of zoiets had. Alsof het idee hem spontaan inviel, stelde hij voor een portret van haar te schetsen.

Ze lachte onzeker. ‘In je atelier?’

‘Hier nu in huis. Met houtskool. Voor de aardigheid. Het duurt hoogstens tien minuten.’

‘Okay.’

Hij verzette een stoel van de eettafel naar het midden van de kamer en nodigde haar uit plaats te nemen. Hoewel ze onwennig over de stoel schoof en telkens aan haar oor krabde, corrigeerde hij haar niet. Ze was geen professioneel model en bovendien maakte haar onwennigheid het juist gemakkelijker om haar innerlijk wezen met een paar rake vegen van de houtskool te treffen. In vijf minuten was hij klaar. Hij bekeek haar nog eens goed. Haar ene been lag fraai over het andere. Smalle heupen had ze. Doordat ze iets gedraaid zat, trok haar blouse strak over haar kleine borsten. Hij fantaseerde zich er de tepels bij en een tong die de topjes licht zou bevochtigen waardoor ze nog harder werden. Hij stelde zich haar jonger voor, naakt in zijn atelier. Hij dacht aan het model dat tegenwoordig voor hem poseerde. Ze was nog geen achttien, vroegrijp en barstend van de hormonen. Zeker weten dat als hij haar ook maar een keer zonder condoom zou neuken er een kind van zou komen.

‘Ben je klaar?’ Een subtiele blik op haar horloge.

Hij wenkte haar.

‘O, jeetje, ben ik dat?’

‘Dat ben jij.’ Nooit vroeg hij of ze het mooi vonden. Het draaide om wat hij er zelf van vond. En mooi was bovendien een term waar hij niets mee kon.

Met de houtskool schreef hij een getal op de achterzijde van de schets. ‘Voor de hond en de kat. Over twee weken heb ik het klaar.’

Ze keek naar het absurd hoge bedrag, knikte hem met een glimlach toe en nam de schets in ontvangst.


***


Ik lijk wel gek, dacht ze, morgen komt de werkster. Toch stofzuigde ze het huis, leegde de prullenmanden en maakte de wc schoon. Van de weersomstuit kleedde ze zich niet om en wachtte in een oud sweatshirt zijn komst af.

Zijn terloopse kus gaf het gevoel al jaren innig bevriend te zijn. Hij liep mee naar de tuin, waarin zij in dit jaargetijde veel werk had om de onbedaarlijk groeiende plantenmassa in fatsoen te houden. Aan de kopse kant van de tot woonhuis omgebouwde bollenschuur hield ze halt. De grote roldeuren, ooit bedoeld om de bollenkarren toegang te geven, waren bij de verbouwing vervangen door een muur. Nu resteerde een blinde gevel. Bijna blind, want hoog tegen de nok zat een klein rond raam. Als zij tuinierde en opkeek naar het huis, deed het haar denken aan een wakend oog.

Hij bekeek de muur en floot tussen zijn tanden. In soepele tijgerpassen mat hij de breedte en noteerde het met een scherpgeslepen potlood in een nog ongebruikt schetsboek. Ze wilde dat hij een muurschildering zou maken ter gelegenheid van haar dertigjarig huwelijk. Met een week verschil viel het samen met het even zo lange jubileum van het adviesbureau. Haar man, trots op gezin en adviesbureau, zou het fantastisch vinden. Het was een verrassing, ze liet hem in de waan dat ze de muur egaal liet stuken.

‘Denk je dat je het aankan?’ vroeg ze.

 ‘Zo groot heb ik nog niet gewerkt, maar ach, het is het plafond van de Sixtijnse kapel niet.’

‘Het moet wel over vier maanden af zijn.’

‘Tijd zat, zeker nu de dagen lang zijn.’

Hij geeuwde, rekte zich uit en trok toen zomaar zijn T-shirt uit. Er kwam een gespierd en gebruind lijf met lange, krullende, grijze borstharen tevoorschijn. Op de een of andere manier stoorden die borstharen haar niet. Het onderscheidde hem van de gladgeschoren mannen op de sportschool waar ze drie keer per week fitneste. Het maakte hem mannelijk, kunstzinnig en compromisloos.

Het T-shirt ging niet meer aan. Ook niet in de woonkamer die, toegegeven, stikheet was van de binnenvallende zon. Hij dronk bier en luisterde naar haar. Ze gaf hem totale ontwerpvrijheid, zolang het gezin maar goed op de muurschildering zou staan. Hij maakte notities met zijn scherpgeslepen potlood en complimenteerde haar met de keuze voor het vloerkleed.

‘Vind je? Ik heb de hele inrichting gedaan. Het ontwerp voor het huis heb ik ook gemaakt. Eigenlijk ben ik opgeleid tot architect, maar het is er niet van gekomen. Mijn man heeft de verbouwing aan mij overgelaten. Hij had het te druk en ik werkte als secretaresse. Het was best hectisch. De meiden waren nog jong en ik had de zorg voor mijn invalide moeder. Maar ik heb het overleefd. Het is nu eenmaal zoals het is. Je moet gewoon doorzetten.’ Onmiddellijk stoorde ze zich aan haar toelichting. Hoe nonchalant gebracht ook, het klonk bewijszuchtig en tegelijk ook slachtofferig, niet als de sterke vrouw die ze meende te zijn.

Hij leek er zich niet aan te storen. ‘Hoe oud zijn je dochters?’

‘De oudste is 22. Ze is voor de tweede keer op tussenjaar. Aan het backpacken.’ Al een paar maanden had ze nauwelijks iets van haar gehoord. ‘De jongste is 21. Ze is vannacht niet thuisgekomen na het stappen. Ze heeft, uh, telkens een ander vriendje.’

‘One night stands, bedoel je.’ Ongegeneerd de kaken spreidend geeuwde hij, verhief zich van het L-vormige bankstel en doorkruiste in sluipende tred het enorme vertrek Hij hield stil met zijn rug naar het portret van de hond en de kat. Het had een ereplaats aan de muur gekregen. Een nieuwe geeuw onderdrukkend, zei hij: ‘Deze ruimte doet me een beetje denken aan een New Yorkse loft.’

En jij doet me denken aan een leeuw, dacht ze. Maar ze zei: ‘O ja?’

‘Vroeger bokste ik op het hoogste amateurniveau. Zo kwam ik in New York. Trainingsstage’ Hij ging naast haar zitten. ‘Ik kreeg daar wat met een beeldschone balletdanseres. Wat was die afgetraind.’ Hij boog zich naar haar toe en sloeg een samenzweerderige toon aan. ‘Haar billen waren van staal. Ik kon ‘m er alleen inbrengen als ze volkomen ontspannen was.’

Deze kroegpraat was volkomen ongepast. Maar haar hart bonsde in haar keel en ze zei: ‘O ja?’

‘Ik was haar al snel kwijt. Een vriend nodigde ons uit voor een feest, maar ik kon niet. Ik vroeg nog of ze het erg vond om in haar eentje te gaan. Twee dagen bleef ze weg. Toen ze terugkwam zag ik het aan haar ogen. Ik zei: Je hebt met hem geneukt, hè? Ze gaf het meteen toe. De vriendschap was over. Het was nog wel mijn beste vriend.’

Bij de laatste zinnen klonk hij triest. Het versterkte haar vermoeden dat zich onder zijn grofgebekte branie een dieper zielenleven schuilhield. Troostend legde ze haar hand op zijn bovenbeen. Toen hoorde ze de voordeur opengaan en haar jongste dochter roepen. Als betrapt schoot ze overeind en vroeg of hij prijsopgave kon doen.

‘Krijg je. Het zal niet goedkoop zijn. Kan ik misschien snel een voorschot krijgen? Financieel is het nogal een zware tijd.’

‘Natuurlijk, je zegt het maar als ik kan helpen.’

Ze liep met hem naar de voordeur en zag erop toe dat de kennismaking met haar dochter tot een vluchtige handdruk beperkt bleef.


***


Hij zette zijn schilderspullen klaar, zette de verwarming hoger en zocht een radiozender met rustige klassieke muziek.

Een paar dagen na zijn bezoek aan de verbouwde bollenschuur was ze bij hem in het atelier geweest. Ze had hem een uiterst royaal voorschot gegeven. Bij het overhandigen van het geld had ze gevraagd of hij al bezig was met de muurschildering – ik ben al druk aan het schetsen, had hij niet naar waarheid beweerd – en of hij alleen jonge vrouwen liet poseren – uiteraard, maar ook dat zei hij niet. Sindsdien kwam ze eens in de paar weken langs en poseerde voor hem. Wat anders had hij kunnen doen na haar verhulde voorstel?

‘Wat zit je haar leuk. Ben je naar de kapper geweest?’ vroeg hij toen ze het atelier binnenkwam. Altijd onschuldige complimenten maken.

‘Vorige week. Ik heb het net gewassen. Hoe vind je het?’ Ze duwde haar haren omhoog en liet ze tussen haar gespreide vingers terugglijden. Een klassiek bevallig, verleidelijk gebaar. Voor een vrouw van in de vijftig mocht ze er best zijn. Even voelde hij zijn ballen tintelen.

‘Vandaag is een bijzondere dag,’ zei ze.

‘Ah, nee. Ben je jarig?’

Ze glimlachte.

‘Waarom heb je dat niet eerder gezegd?’ Hij zoende haar. ‘Helaas heb ik geen cadeau voor je.’

‘Geeft niets, ik heb een cadeau voor jou. Voor na het schilderen.’ Ze lachte veelbetekenend, kuste hem op zijn lippen en deed haar kleren uit. ‘Waar wil je me hebben?’

Jezus, wat kregen we nou? De vorige keren had ze haar kleren aangehouden. ‘Gewoon op de stoel,’ antwoordde hij.

Op goede dagen verloor hij bij het schilderen elk besef van tijd. Dan blies hij na de laatste penseelstreek alle lucht uit zijn longen alsof hij al die tijd onder water had gezwommen. Maar dit was geen goede dag. Absoluut niet. Ze wilde met hem naar bed. Wat anders kon dat cadeau zijn? Te lang had hij haar lekker gemaakt en nu was ze zo geil als boter.

‘Zit ik goed zo?’

‘Prima.’ Normaal wilde hij de benen verder uit elkaar.

‘Schilder je niet?’

‘Het gaat vandaag wat stroef, maar het komt wel.’

Maar het kwam niet, want ze wilde seks met hem én hij had het enorme voorschot er in een impulsief bezoek aan New York compleet doorheen gejaagd én hij had onbekommerd in die enorme zee van tijd gedobberd tot van de vier maanden nog maar een week over was én hij had nog steeds niet het begin van een idee voor de muurschildering. Er zat niets anders op dan de opdracht terug te geven. Straks zou hij het haar vertellen.

Langer dan een uur wist hij het niet te rekken. Hij zette een rood kruis door zijn mislukte doek en belette haar ernaar te kijken. Uit de tegen de muur uitgestalde schilderijen griste hij een aquarel van een bollenveld. ‘Voor je verjaardag. ‘

Daar hing ze al om zijn hals. Nu zou het komen.

‘Ik moet je wat vertellen,’ zei hij.

‘Nu even niet praten, maar doen,’ fluisterde ze.

Hij voelde haar hand op zijn kruis. De boel kromp in elkaar, alsof het de koude hand van Magere Hein zelf was die zacht in zijn ballen kneep. Hij rukte zich los. ‘Dit is niet professioneel!’

‘Wat?’

‘Dit.’

‘Wijs me niet af. Vertel me niet dat je het nog nooit met een van je modellen hebt gedaan.’

‘Dat is anders.’

‘Bedoel je oud en ingezakt? Ze trok haastig haar kleren aan. ‘Wil je me niet, zeg het dan!’ zei ze bij de deur.

‘Nee, wacht.’

Ze bleef staan.

‘Ik heb gewoon te veel aan mijn kop.’ Nu moest hij met de hele ellende over de brug komen, maar hij kon het gewoon niet. Breindood staarde hij haar aan.

En weg was ze.

Tot middernacht ijsbeerde hij door zijn atelier. Daarna trok hij zijn slaapmatje en slaapzak tevoorschijn. Zijn vriendin wilde hem niet meer in huis hebben. Hij had het bij haar verkloot, zoals bij zoveel vrouwen en zojuist nog de gele-narcis-vrouw. Wist hij maar hoe het kwam. Het was iets ongrijpbaars, iets wat nu eenmaal in hem zat en waar hij nooit meer vanaf zou komen. Het was dat hij zo goed kon schilderen, anders was hij niets waard geweest.


***


Morgen was het feest. Er kwamen honderdvijftig mensen. Hoe had ze zo stom kunnen zijn hem de vrije hand te geven? Vier maanden had de steiger ongebruikt tegen de kopgevel gereedgestaan. Vier maanden had de wind door de buizen gefloten en haar bespot. Pas na haar gênante afgang op zijn atelier was hij aan de gang gegaan. Maniakaal, onvermoeibaar, dag en nacht. Ze had hem ontweken en zag nu pas het resultaat.

‘Bijna klaar,’ verzuchtte hij. Zijn handen met terpentine reinigend tuurde hij naar zijn creatie, pakte een kwast en klom de steiger op om haar jongste dochters buik, als je dat zo mocht noemen, nog een extra likje te geven.

Haar ogen schoten over het tableau en probeerden grip te krijgen op de over elkaar heen buitelende figuren en objecten. Het was zonder twijfel virtuoos geschilderd. Sterker nog, het was een meesterwerk, een hoogtepunt in de muurschilderkunst. Zijn hint naar Leonardo da Vinci was niet onterecht geweest. Onvoorstelbaar dat hij dat in een week had geflikt.

Hij klauterde naar beneden. ‘Ik zal meteen het onthullingsdoek ophangen. Dan kan de steigerbouwer de stellage weghalen.’

‘Is dit hoe je ons ziet?’ vroeg ze.

‘Hoe bedoel je?’

‘Mijn man rijdt op een enorme boor die de aarde penetreert en er lava en geld uit laat spuiten. Mijn oudste dochter is een zwerfhond met een rugzak in een smerige steeg vol pooiers en dealers ergens in Azië. Mijn jongste dochter is een wellustige poes, badend in de zon, met haar tepels en vagina in het volle zicht.’

‘Het was wat in me opkwam.’

‘Is dat zo? En waarom heb je van mij een narcis gemaakt?’ Midden in een kaal bollenveld met afgesneden bloemenstelen stond een glazen vaasje. In dat vaasje boog een geknakte narcis het hoofd. De geknakte bloem droeg haar trieste gelaatstrekken.

‘Tja.’ Er zaten zwarte wallen onder zijn ogen. De geur van terpentine wedijverde met die van zweet.

Wees sterk, blijf kalm, prentte ze zich in. Je bent kwaad, bang en van je stuk gebracht. Je bent alles wat je niet wilt zijn. Het is zoals het is. Zet je gevoelens opzij, die komen later wel. Bedenk eerst hoe je het verrassingsfeest kunt redden.

Ze observeerde hoe hij aan een simpele constructie van houten balken en touwen een groot roldoek bevestigde. Voor de onthulling van de muurschildering volstond een simpele ruk aan het koord, had hij gezegd. Behoedzaam rolde hij het doek uit. Met zijn handen streek hij de plooien strak en plukte stofnesten weg.

Het beeld van een ziekenhuis drong zich aan haar op. Ze zat in de spreekkamer bij de specialist. Aan de muur hing een röntgenfoto. Ze volgde de vinger van de specialist over de foto. Al voordat hij het zei, wist ze het. Dáár bij wat bij oppervlakkige beschouwing slechts een schaduw leek, dáár zat het gezwel. Het had er al die tijd gezeten en ze had het niet in de gaten gehad. Mijn god, wat haatte ze die specialist. Dat hij haar redde deed er niet toe.

‘Dit is zeker niet het goede moment om af te rekenen?’ hoorde ze hem vanuit de verte zeggen.

‘Morgen,’ zei ze. ‘Morgen rekenen we af.’


***


Hij hing uit het ronde raam boven de muurschildering. Stevig hield hij zich vast aan het kozijn. De tuin diep beneden hem stond stampvol gasten. Er klonk geroezemoes. Twee vrouwen wisselden op hoge toon roddels uit. Een heldere jongensstem vroeg telkens: ‘Papa, waarom gebeurt er niets?’ De meeste gasten zwegen en keken afwachtend naar hem.

Om de een of andere reden had het mechaniek niet gewerkt. Haar echtgenoot had steeds driftiger aan het touw gerukt. Een man in pak met rode schoenen had hem drankhees in niet al te vleiende bewoordingen aangemoedigd. Er was besmuikt gelachen. Een stevige jongeman had zijn hulp aangeboden en was weggewoven. Pas nadat zij hem had aangestoten, was hij omhoog gesneld. Vanaf boven had hij de knoop in de touwen ontdekt. Beneden was die niet te zien geweest.

Zich nu nog maar met een hand aan het kozijn vasthoudend reikte hij naar de knoop. Hij wist zijn vingers erachter te haken en de knoop naar zich toe te trekken. Het touw zat in een simpele lus, zoals bij gestrikte schoenveters. Het gewicht van het grote roldoek trok de touwen zo strak, dat hij veel kracht moest zetten om de knoop los te trekken. Het lukte pas na een poos.

‘Heb je de knoop al los?’ hoorde hij haar van beneden roepen.

Hij antwoordde niet. Zwijgend, nog steeds uit raam hangend, liet hij zijn ogen over de menigte gaan. Al die naar hem omhooggerichte hoofden deden hem denken aan een veld vol zonnebloemen. Op bloemen die zich allemaal op dezelfde manier naar de zon richtten. Ja, dat was waar ze hem aan deden denken. Aan een veld vol bloemen. Aan een bollenveld in de lente. Aan de dag dat hij haar had ontmoet.

Waarom gaf de gele-narcis-vrouw nu al een ruk aan het koord? Het onthullingsdoek zakte pijlsnel naar beneden. De touwen rolden af en trokken strak. Het zou allemaal zonder enig probleem zijn verlopen als hij niet nog steeds uit het raam had gehangen. Twee touwen wonden zich om zijn nek en sleurden hem naar buiten. Daar bungelde hij voor zijn muurschildering.

‘Niets aan de hand,’ bracht hij uit naar de zonnebloemen onder hem. Een artiest laat zijn pijn niet zien.


***


Een heldere jongensstem vroeg telkens: ‘Papa, wat is er dan gebeurd?’

Ze zag hoe haar man een ladder tegen de muurschildering zette en gewapend met haar grootste takkenschaar omhoogklom.

Kalm liep ze weg. In de gangkast stond haar koffer klaar.



Michiel van den Berg doet sinds zijn vijftigste wat hij vanaf zijn twintigste wilde: schrijven. Daarnaast werkt hij bij een gemeente. Verhalen van hem verschenen bij Extaze, EldersLiterair, Woordenstroom en TEEF. In eigenbeheer bracht hij de novelle Beschermengel van Libná uit.




***

8 oktober 2022

Goedemorgen schrijvers, vandaag presenteren we de shortlist en tevens al het beschikbare jurycommentaar van oktober 2022. 

Het jurycommentaar vind je hier. We hebben jullie verhalen met elf mensen gelezen, maar niet alle juryleden hebben tijd om commentaar te schrijven; je krijgt dus niet van alle elf een mening te horen.

Wat betreft de shortlist valt het op dat er veel nieuwe mensen op staan. Er staat slechts één schrijver op die tweemaal eerder de shortlist haalde. De andere vier zijn allemaal kakelverse nieuwelingen. Wat ook opvalt is dat er deze maand net als in augustus meer vrouwen dan mannen op staan, dat is tijden lang anders geweest. De vrouwen zijn op VvdM dus bezig met een inhaalslag. Dit heeft overigens niets met de voorkeur van de juryleden te maken, zij lezen de verhalen volledig geanonimiseerd.

Gefeliciteerd voor de vijf genomineerden! Jullie verhalen zijn als beste van de 92 inzendingen uit de bus gekomen, dat is op zich al een hele prestatie. Op 10 oktober publiceren we het winnende verhaal.

Sta je deze keer niet op de shortlist? Laat dat je niet tegenhouden om door te gaan met schrijven. Onze juryleden hebben niet de absolute waarheid in pacht, niemand heeft dat. Laat nooit iemand je vertellen dat hij/zij weet wat literatuur is of wat goed schrijven is: mensen die dat beweren, weten het niet. Wij zijn slechts een clubje van mensen die het leuk vinden om te lezen en wij hebben geen speciale literaire kennis of inzicht.

Goed dat was het, ik druk nu snel op de publiceer-knop en ga dan aan de slag met de berg jurycommentaar. 

Heel veel groeten en bedankt allemaal voor je deelname en voor het in ons gestelde vertrouwen,

-- Maarten van Verhaal van de Maand



Shortlist oktober 2022

Op volgorde van binnenkomst

Ekster Alven - Haarsnit en collie
Michiel van den Berg - De onthulling
Brigitta Niehus - De gluurder
Annerieke Weijts - Tjirpende krekels
Carolien Dircken - Ons



***


6 okt 2022

Beste schrijvers, 

vandaag presenteren we de longlist van oktober 2022

Het was voor de juryleden een hele kluif deze maand, 92 verhalen lezen is natuurlijk niet niets. De reacties waren zeer verschillend. Van sommige juryleden hoorde ik dat er deze maand maar weinig echt goeds tussen zat. Anderen zeiden me dat ze nog nooit zo'n goede maand hadden gehad en dat ze het gevoel hadden dat de VvdM-kwaliteit steeds hoger wordt. De waarheid ligt in het midden waarschijnlijk.

Omdat we zo ontzettend veel verhalen hebben binnen gekregen, is de longlist ook navenant langer. Van de 92 verhalen heeft de jury er 26 uitgekozen.

Sta je er deze keer niet op? Laat dat je absoluut niet tegenhouden om verder te gaan met schrijven. Bedenk dat wij het ook niet weten; niemand kan zeggen wat goed is en wat slecht. Ooit heeft iemand uit de schrijverswereld me gezegd: blijf in jezelf geloven, want als je niet meer in jezelf gelooft, wie moet dat dan wel doen? Dat is me altijd bijgebleven.

Sta je er wel op? Van harte gefeliciteerd! De eerste hobbel is genomen. 

Op 8 oktober presenteren we de shortlist met de 5 beste verhalen.

Tot dan!

-- Maarten van Verhaal van de Maand


Longlist oktober 2022

Op volgorde van binnenkomst

Elin Brouwers - Kind van de wind
Lucien Roosen - Overslaande vlammen
Ekster Alven - Haarsnit en collie
Michiel van den Berg - De onthulling
Freek van Duijn - Portret van een schilder
Gerson Aalbrecht - Niels van na de operatie
Ralph Dassen - Lieg niet!
Faridee de Boer - Onomkeerbaar
Leo Eijkhout - Stemmen in de spiegel
Wopke Lars Kok - Het duister van de bijkeuken
Maartje Franken - Leven
Arthur Vinckelesteijn - Redder in nood
Snežana Nedeski - De eindeloze markt
Sanne Roodhuyzen - Zevenveertig seconden
Selma van Dijk - September
Veerle Bueds - Een man, een dochter
Nynke van der Beek - Sterrennacht
Cindy van Craen - Kringen in het zand
Britte van Meurs - Het schuurtje had geen ramen
Celien van Brandt - IJskoningin
Titia Schut - Rode bieten
Tim Anthony - De Virtuoos
Brigitta Niehus - De gluurder
Conny Hoogendoorn - Het echte werk
Annerieke Weijts - Tjirpende krekels
Carolien Dircken - Ons

***


1 okt 2022

Beste schrijvers,

de deadline voor VvdM oktober is verstreken en onze juryleden zijn druk aan het lezen.

We hebben deze maand maar liefst 92 verhalen mogen ontvangen die we lezen met 9 juryleden en 2 shortlist lezers. Aan alle inzenders: heel erg bedankt voor het in ons gestelde vertrouwen.

Terwijl je wacht op de longlist, kun je misschien nog dit artikel van Joe Fassler lezen. Eén van de eerste zinnen is een quote van Michael Chabon en die vonden we wel toepasbaar op de VvdM-verhalen:

Romans zijn als schaalmodellen: het zijn kleine, op zichzelf staande diorama's die erin slagen iets veel groters over te brengen dan ze zijn.


De voorlopige planning is nu als volgt:
  • 6 oktober - Publicatie longlist
  • 8 oktober - Publicatie shortlist + jurycommentaar
  • 10 oktober - Publicatie winnende verhaal
Goed, dat was het voor vandaag. We hopen jullie allemaal over een paar dagen te zien! 

Heel veel groeten,

-- Maarten van Verhaal van de Maand

Reacties

Literaire Tijdschriften

Iets toe te voegen? Stuur je mail naar VerhaalvdMaand [at] gmail.com!